De pen van...

Het ultieme souvenir

Gepubliceerd: 26 augustus 2020  |  Door: Peter Briers  |  Onderox editie: 201

Dé uitdaging tijdens vakanties op locatie? Dat blijft — laat ons daar niet flauw over doen — de zoektocht naar het ultieme souvenir. Wat heet: regelrechte rommel, bestemd om vrienden en familie te herinneren aan een vakantie die ze niet zelf hebben beleefd. Met een beetje slechte wil zou je die attenties als een opgestoken middenvinger kunnen beschouwen. Kijk eens hoe leuk míjn vakantie wel is geweest! Je zal zelf maar je hele verlof in je eigen kot hebben doorgebracht, uit vrees voor het virus of omdat het volledige vakantiebudget al werd gebruikt voor de aankoop van mondmaskers. Komt er plots iemand aanzetten met zo’n uit hout gesneden gedrocht uit Afrika, waarbij je alleen aan de slurf kan zien dat het om een olifant gaat. Of zo’n goedkope Duitse koekoeksklok, die elk kwartier aan het koekoeken slaat. Wat moet je daar in hemelsnaam mee?

Zelf heb ik niks met souvenirs. Nul. Zero. Nada. Als er drank mee gemoeid is, kan ik ze nog enigszins appreciëren, maar al de rest sterft een anonieme dood bij het huisvuil. En snel ook. Zijn ze afkomstig van vrienden die ik wel eens over de vloer krijg, dan bewaar ik ze tijdelijk en ben ik zo attent om  het gekregen spul voor de duur van hun eerstvolgende bezoek in de glazen livingkast te zetten. Alsof dat ding er altijd al heeft gestaan, weet je wel. De meesten trappen er met beide voeten in. “Wat lief van jou om het zo uit te stallen!” Ze moesten eens weten.

Tijdens mijn buitenlandse reizen doorloopt de hele souvenirkwestie elk jaar drie stadia. In eerste instantie neem ik me resoluut voor om er geen te kopen. Wie graag souvenirs heeft, moet zelf maar op reis gaan. Punt. In een volgende fase bekruipt me alsnog een licht schuldgevoel, vooral tegenover diegenen die mij na hun vakantie wél altijd weten te verrassen. Gelukkig zingt dat gevoel het niet lang uit. Twee minuten, schat ik. Fase drie dient zich altijd aan op de laatste dag van mijn verlof: ik ga tegen beter weten in toch snuisteren, om dan vast te stellen dat alles wat ik zou kunnen kopen het geld niet waard is en ik weer terugkeer naar fase één. Daarom heb ik — zeven jaar geleden — een spotgoedkoop alternatief bedacht: Franse stenen, verpakt in een fluwelen juwelierszakje waarvan ik er ooit een paar tientallen gratis heb gekregen. Dat geeft lekker gul en er komt ook altijd een leuk verhaal bij.

Dat het geneeskrachtige, mineraalrijke geluksstenen zijn, is elk jaar mijn smoes voor het niet gekocht hebben van een klassiek souvenir. Eeuwen geleden uit een heel hoge rots gehouwen, door een plaatselijke kruidenman, voeg ik er vervolgens mysterieus aan toe. En dat je er driemaal over moet wrijven voor een spoedig en gunstig effect. In de meeste gevallen worden die dingen dan met veel aandacht, respect en dankbaarheid bekeken, alsof er zich elk moment al een mirakel kan voltrekken.

Zal ik u eens wat verklappen? Het zijn stenen van op het terras van het hotel waar ik elk jaar verblijf. Gepolijste, dat wel, maar voor de rest vreselijk ordinaire keien, waar intussen meer dan waarschijnlijk elke passerende hond op gepist heeft. Nu heb ik onlangs horen zeggen dat urine soms verrassend sterke mineralen kan teweegbrengen. Helemaal bedrog is het dus niet.

Samenvattend is er slecht, maar gelukkig ook goed nieuws. Het slechte nieuws is dat de stenen die ik nu al zeven jaar als souvenirs aan vrienden geef, dus geen stuiver waard zijn. Geluksbrengers? Nul. Zero. Nada. Het goede nieuws? Er zijn er nog genoeg voor iedereen.

 


 

Meer lezen van Peter Briers
Meer lezen over
column

Meer De pen van...

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.