Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
HERENTHOUT/ANTWERPEN — Last van een voorjaarsdip? Niks om je zorgen over te maken, zeggen psychologen. “Futloosheid hoort bij de switch van winter naar lente.” Voor wie daar maar weinig geloof aan hecht, biedt de boekensector een resem naslagwerken die de lezer weer naar een vrolijk(er) leven navigeren. Waarheid of quatsch? Onze reporter zocht het uit.
Elke maand neemt onze reporter een atypische, spannende of relaxerende activiteit onder de loep. Kritisch, maar met een kwinkslag rapporteert hij zijn wedervaren. Deze maand: de zoektocht naar geluk.
Zelfhulpboeken: sinds corona kan je er de straten mee plaveien. Een fractie doet wat het belooft — een betere relatie of meer succes op de werkvloer — maar het gros gaat niet verder dan praktijktips die net zo efficiënt zijn als staren naar een koe die graast. Dat laatste heb ik bij wijze van brede research uitgetest en om nu te zeggen dat ik daar gelukkiger van ben geworden? Niet echt. De koe evenmin, schat ik. Die leek door al dat onbeschaamd gluren eerder van haar melk.
DRIE VORMEN
Enfin, geen rek bij de boekenboer zonder een wagonlading aan literaire leidraden naar meer zingeving en geluk. Na lang wikken en wegen gaan we voor ‘Geluk vinden zonder het te zoeken’, dat door auteur Lieven Annemans in de markt werd gezet als ‘een betrouwbare metgezel in de zoektocht naar dingen die ons welzijn kunnen vergroten’. Niet dat ook ik last heb van een voorjaarsdip, maar je moet al een idioot zijn om neen te zeggen tegen een gelegenheid om het eigen geluk — en bij uitbreiding ook dat van u, beste lezer — te boosten.
Dat er drie vormen van geluk zijn, komt Annemans al in de inleiding te zeggen. Gewoon chance hebben bijt de spits af, gevolgd door een blij gevoel na — ik noem maar wat — een wandeling in de natuur. Algemeen een gelukkig bestaan leiden maakt het trio compleet. Al zijn het maar interpretaties, geeft de auteur toe. Online circuleren inderdaad lange wetenschappelijke definities voor het fenomeen ‘geluk’, maar die laten we hier achterwege. Prijs u gelukkig.
Over geluk doen nogal wat misvattingen de ronde. Met stip op één: geluk zit in een klein hoekje. Klopt niet, zeggen sociologen. “Sommige mensen hebben altijd chance, ze lijken wel voorbestemd.” Zelfs de meest hardnekkige overtuiging — dat geld niet gelukkig maakt — blijkt nonsens. Poen hebben en weer uitgeven stemt mensen wel degelijk vrolijk, vogelde Ap Dijksterhuis uit. Kort door de bocht: geld moet rollen. Waar naartoe, dat doet er volgens de bekende psycholoog niet toe. Voor wie maar moeilijk kan beslissen: rol het desgewenst naar mij.
EEN PILSJE
Genoeg theorie, over naar de praktijk. Die start met een zelfreflectie, aan de hand van een meetschaal met daarop tien positieve en negatieve emoties. Het is een oefening die tijd vraagt, maar internationaal wel wordt erkend als de meest valabele introspectieve screening. Zelf kom ik uit op een score van 7,8/10. Op het eerste zicht niet om vrolijk van te worden, al spreken de cijfers dat tegen. “Want er is nog ruimte voor verbetering”, meent een Australische deskundige. “Dat streven naar meer en beter op zich kan al zorgen voor een opgewekter gevoel.”
Meer en beter: het is exact wat Annemans beoogt. Om de lezer daarbij een handje te helpen, somt de auteur een zestiental activiteiten op die een effect kunnen hebben op de reikwijdte van mijn geluk. Ik selecteer vier van zijn tips, die ik met wat journalistieke vrijheid ombuig tot acties die binnen een korte tijdspanne uitvoerbaar zijn.
Voor de Grote Test spoor ik naar Antwerpen, waar veel volk samentroept. Volk dat ik van haar noch pluim ken, wat later in dit verhaal een voordeel zal blijken. ‘Trakteer iemand die je niét kent’, luidt de eerste uitdaging. Ik neem plaats op een terras, bestel een pils voor mezelf én voor een man die verderop moederziel alleen aan een tafel zit, zonder consumptie. “Bent u daar zeker van?” De ober vraagt het me twee keer. “Heel zeker.” Even later kijkt de man stomverbaasd mijn richting uit, hijst aarzelend zijn pils en drinkt het glas met twee lange teugen leeg. Hij lacht en laat terloops een boertje. Als blijk van dankbaarheid, gok ik. Ik waan me Rockefeller en voel mijn geluksniveau daadwerkelijk stijgen, tot ik bij het afrekenen verneem dat de man in kwestie een dakloze local is die kampt met een alcoholprobleem. Die drankzucht heb ik zonet extra aangemoedigd, godbetert. Soit, de man leek blij en dus ik ook.
Op naar de drukke winkelstraten, waar ik straatwervers van Amnesty International tegen het lijf loop, ideaal voor opdracht twee: ‘Geef geld aan een goed doel’. Of ik een onschuldige gevangene in Eritrea wil vrijkopen, vraagt Debby, een vrijwilligster van hooguit zestien. Dat wil ik niet. Wat moet ik met een gevangene, ik heb thuis al zo weinig ruimte. In ruil drop ik vijf euro in haar collectebus. Ka-ching! Het nobele gebaar zorgt voor een welgekomen opstoot van dopamine.
Ik begin schik te krijgen in de oefeningen van Annemans en schakel meteen naar mijn derde missie: ‘Geef iemand een compliment.’ Ik draai me om, spot een lieve dame aan mijn rechterzijde en zeg dat ik haar schoenen — sneakers van Nike — mooi vind. Ze lacht charmant en vraagt in één adem of ik een onschuldige gevangene in Eritrea wil vrijkopen. Het blijkt een collega van Debby te zijn. De collectebus maar weer, dit keer 2 euro. Ik kan me wel Rockefeller wanen, maar ik bén het niet. Mijn geluk gaat er wel op vooruit. Ik zit al aan 8,5, minstens.
EEN KNUFFEL VOL RISICO
De laatste opdracht is de meest uitdagende: ‘Knuffel een vreemde’. Gewaagd, want ik ben ‘fysiek gereserveerd’ en verlegen dat het een aard heeft. Ik schakel mijn verstand op nul, zet tien stappen opzij en houd een dame van om en bij de dertig staande. Of ze gevangenen uit Eritrea verkoopt, wil ik eerst weten? Ze schudt van niet, waarop ik haar prompt een knuffel geef. Haar vriend — een Nederlandse sufferd die plots komt aanzetten en nog groter lijkt te worden naarmate hij nadert — ziet het gebeuren. Waar ik in godsnaam mee bezig ben, vraagt hij geïrriteerd? En of hij mij eens goed moet ‘knuffelen’? Zelden zo snel perskaart en smoezen bovengehaald: dat ik als journalist bezig ben met een sociologische studie naar de respons op menselijke attitudes. Die truc lijkt te werken: de Hollandse reus heeft minstens de helft van mijn uitleg niet begrepen. “Huh?” Ik maak van de verwarring gebruik om er vandoor te gaan, maar doe dat wel met een alweer hogere geluksscore: 9.2, ondanks het feit dat die dame mijn ego heeft geraakt door de fysieke geste maar matig te appreciëren.
Onderweg naar de trein besluit ik dat zelfhulpboeken wel degelijk effect kunnen hebben, op voorwaarde dat de locatie en het doelpubliek eerst zorgvuldig worden gescreend. Intussen is het zacht gaan regenen en trek ik een sprintje richting station, de blik strak vooruit. Compleet onverwacht duikt een man op uit een inham. Hij positioneert zich vlak voor mijn neus, steekt een flyer in de lucht en roept luidkeels: “Jezus ziet u graag. Hij zal u omhelzen in zijn rijk.” Kijk eens aan, toch iemand die mij wél wil knuffelen. Geluk zit soms in een kleine nis.
Foto’s: Sally Van Campfort
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.