Wil je op de hoogte blijven?
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.
HERENTHOUT — Twaalf jaar geleden greep hij naast de scepter, maar tijdens de laatste stemronde van vzw Peer Stoet was het wel bingo. Schooldirecteur Micha Buermans (45) wordt de 75ste Prins Carnaval van ’s lands oudste carnavalstoet. “Over mijn praalwagen kan ik nog niets kwijt, behalve dan dat die lekker wordt.”
We treffen Micha Buermans in zijn living, sinds zijn verkiezingszege het hoofdkwartier van alles wat met het nakende prinsschap te maken heeft. “Hoewel het pas stoet is in februari, is het nu al hectisch”, lacht hij. “Die drukte begint eigenlijk al op de avond van de verkiezing.”
Laten we beginnen bij het begin. Wat is jouw vroegste herinnering aan het Herenthoutse carnaval?
Micha Buermans: “Mijn bescheiden rolletje in Piet Konijn, een sketch van onze familiegroep. Ik was toen vijf, schat ik. Die sketch beeldde een klasgebeuren uit. Of daar de kiem voor mijn latere opleiding tot kleuterleider is gelegd? Wie zal het zeggen? Stoet doen was alleszins een evidentie. Mijn ouders liepen al jaren mee in de optochten.”
Was het misschien een kwestie van moeten?
“Absoluut niet. Eerder een kwestie van heel graag willen. Ik kreeg het virus trouwens al vroeger te pakken. Ook mijn grootouders, Jos en Jet Van Mogh, waren carnavalisten pur sang. En de toekomst is verzekerd, want ook mijn vrouw en vier kinderen draaien al jaren mee.”
Stoet doen is een vorm van acteren en dat ligt jou duidelijk.
(Lacht) “Als je daarmee verwijst naar mijn rol als scare actor tijdens het Halloweenfeest in Bobbejaanland, heb je gelijk. Mijn vrouw en enkele van mijn kinderen zijn daar al langer mee bezig, ik pas sinds vorig jaar. Vergis je niet, je moet daar echt auditie voor doen. Of er aan mij een groot acteur verloren is gegaan? Natuurlijk. (lacht) Niet dus, maar ik doe het wel graag.”
Terug naar de stoet. Vroeger was je actief bij een naamloze familiegroep, vandaag bij MNND. Waar staat dat voor?
“Morgen nog nen dag. Tijdens de eerste optocht waarschuwen wij onze leden altijd dat ze het maar beter wat rustig aan kunnen doen, want ‘morgen volgt er nog een dag’. Je moet het dus niet te ver gaan zoeken.”
Welk van jullie vroegere sketches kunnen bij het grote publiek nog een belletje doen rinkelen?
“Wij zijn de vuilnisman, een knipoog naar de reinigingsdienst van mijn grootvader. Ook De Lustige Nonnekes, De SkiHut, Star Wars en De Struisvogels waren best origineel, al denk ik dat vooral Het Spookhuis bij het publiek is blijven hangen. In die grote wagen joegen we iedereen de stuipen op het lijf. Ik herinner nog de lange wachtrij, alsof we een attractie in een pretpark waren. Nadien heeft die wagen ook nog Levensloop gehaald, een organisatie van de Stichting tegen Kanker. Als groep hebben we altijd werk gemaakt van mooie sketches en wagens, maar dat doet tenslotte elke groep.”
Was er voor de optochten van 2026 al een concreet idee?
“Nog niet. En waren er al wel ideeën, dan hadden we die waarschijnlijk toch nog gewijzigd. Dat is typisch MNND: we beginnen met een idee, maar gaandeweg kan dat nog honderd keer veranderen. Er is wel één rode draad: we houden allemaal van interactieve sketches waarbij we een beroep doen op de toeschouwers.”
Scoorden jullie sketches al veel aandacht, dan zal dat in februari niet minder zijn. Als prins zijn alle ogen op jou gericht. Ben je daar klaar voor?
“Er zal nu meer naar mij worden gekeken, dat besef ik. Op zich vind ik dat best aangenaam. Ik maak er ook geen probleem van als er voor onze groepssketches een presentator wordt gezocht en iedereen meteen mijn richting uitkijkt. Als kleuterleider heb ik het altijd al leuk gevonden om mensen te entertainen. Prins zijn is tenslotte ook een vorm van entertainen.”
In 2013 ging de scepter nog naar een andere kandidaat. Jouw tweede poging heeft elf jaar op zich laten wachten. Waarom heeft het zo lang geduurd?
“Daar zijn twee redenen voor: de timing en het stoetreglement dat bepaalt dat elk jaar een andere wijk uit Herenthout één of meerdere kandidaten mag afvaardigen. Maar de belangrijkste reden is toch mijn jongste dochter Cille. Zij is volgend jaar te oud om nog dansmarieke te mogen zijn. Ik wil haar dat pleziertje gunnen. Ze danste eerder al voor een prins, tot tweemaal toe zelfs, maar dansmarieke zijn met haar papa als prins, dat is voor haar een unieke kans.”
Hoe zat het met de tegenstand? Was die groot?
“Ik was dit jaar de enige kandidaat en tegelijk ook weer niet. Er was wel degelijk nog een andere kandidaat, maar die werd om bepaalde redenen afgewezen. Los van die tegenstand had ik zelf wel een aantal mooie troeven, denk ik. Een carnavalist met veertig jaar op de teller, dat kan toch tellen. Onze groep heeft ook jaren geassisteerd tijdens het aanstellingsbal. Zo zie je maar: alle kleine beetjes helpen.”
Wie de stoet wil leiden moet van aanpakken weten. Wat voor een type prins wil jij zijn?
“Ik wil me niet vergelijken met voorgaande collega’s. Ik ga mijn rol zo goed als mogelijk vervullen. Mijn ambitie is wel om alle stoeters in de aanloop naar het carnaval persoonlijk te gaan bezoeken, al besef ik dat dat een hele onderneming zal worden. Veel groepen repeteren op hetzelfde moment of op zaterdag, uitgerekend wanneer een prins en zijn gevolg ook in veel andere dorpen worden verwacht. Dat wordt een kwestie van goed plannen.”
Als voormalige nar ken je toch het klappen van de zweep?
“Dat klopt. Dit is niet mijn eerste ervaring in prinselijke kringen, zeg maar. Ik was in het verleden al nar bij Prins Kristof I en was ook al tweemaal lid van de Raad van Elf, eerst bij Prins Wim I, later bij Prins Serge I. Ik weet dus in grote lijnen wat mij te wachten staat. Of er na dit avontuur nog andere ambities zijn? Keizer worden, maar daar ga ik nog een kwarteeuw op moeten wachten.”
Je bent de directeur van de lokale basisschool ’t Klavertje. Hoe hebben ze daar gereageerd?
“Positief. Ze wisten dat ik dit al langer wilde doen. Sommige kinderen noemen me nu al Prins Carnaval in plaats van meester Micha.”
Een prins, dus, geen prinses, zoals eerder al werd geopperd. Hoe sta jij daar tegenover?
“Ach, ik wil me niet mengen in die discussie. In de codex van Peer Stoet staat dat de prins van het mannelijke geslacht moet zijn. Voor de rest ga ik me daar niet mee moeien.”
Nog iets wat de doorsnee Herenthoutenaar bezighoudt: de vorm van de prinsenwagen. Vertel.
“Het wordt een lekkere wagen, meer wil ik daarover nog niet kwijt. Of toch: mijn familie zal de wagen tekenen en een collega-directeur van de Campus Louis Zimmer in Lier neemt al het houtwerk voor zijn rekening. Die steun is van onschatbare waarde.”
Velen kijken uit naar jouw speech bij de officiële aanstelling. Is die al klaar?
“Nog niet. Die toespraak wordt moeilijk, dat weet ik nu al. Ik ben namelijk ne bleiter. Als iets mij aangrijpt, raak ik snel ontroerd. Als ik die avond mijn vrouw en kinderen bedank, zal ik het vast weer moeilijk krijgen. Kijk, dat type prins wil ik zijn: recht vanuit het hart.”
MEER INFO
De Herenthoutse carnavalstoet gaat uit op zondagen 15 en 22 februari 2026. Meer info over aanverwante activiteiten op www.peerstoet.be.
Foto’s: Peter Briers
Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.