Bijzondere trends

Danny Luyten: “Mijn grootste ambitie? Optreden in The Magic Castle in L.A.”

Gepubliceerd: 27 januari 2026  |  Door: Peter Briers  |  Onderox editie: 260

MOL — Illusionisten David Copperfield en Hans Klok lijken van de aardbol verdwenen en ook street magic-artiest Nicholas Arnst, jarenlang de rijzende ster van VTM, dook weer onder de radar. Toch is de interesse in hocus pocus groter dan ooit. “We hebben opnieuw voldoende talent voor een eigen show”, zegt Danny Luyten, aka Magic Danny.

Danny Luyten (58) staat een magisch jaar te wachten. Met vijftien ingeschreven leerlingen ligt zijn goochelschool weer goed in de markt. “Onze school werd drie decennia geleden opgericht door Heco, een pseudoniem voor Henri Cools”, vertelt Luyten, aka Magic Danny. “Van die man heb ik veel geleerd. Toen hij zestien jaar geleden overleed, vond ik het niet meer dan gepast om de lessen van de goochelschool over te nemen en zijn pionierswerk verder te zetten.”

Qua leerlingenaantal heeft de school niet te klagen, maar hoe is het algemeen gesteld met de interesse in de goochelkunst?
Danny Luyten: “Die interesse is van alle tijden. In de beginjaren van Goochelschool Mol spraken vooral Hans Kazan en Hans Klok tot de verbeelding. Op het wereldwijde toneel maakte David Copperfield indruk, in de Kempen waren dat Ricky & Sidol. Dankzij dat duo ben ik lid geworden van een goochelclub.”

Wat herinner jij je nog van jouw eerste eigen show?
“Ik trad op voor de leden van mijn voetbalclub, in het gezelschap van een kameraad. Tijdens een reis in Chiang Mai had ik twintig goocheltrucs gekocht voor, destijds nog, 1.500 Belgische frank. Dat materiaal kwam goed van pas voor een korte show. Die avond is niet elke truc gelukt, maar net dat heeft toen gezorgd voor een extra komisch effect.”

Jij hoort nog tot de generatie die op een ‘old­skool’ manier heeft leren goochelen. Werkt die aanpak vandaag nog?
“Toch wel. De jeugd van vandaag is nog altijd gemotiveerd, maar houdt het doorgaans wel minder lang vol. Eenmaal de puberteit bereikt, ontdekt een aantal onder hen het uitgaansleven. Vaak is dat het moment waarop ze de handdoek in de ring gooien. Hun beslissing heeft dikwijls ook met misvattingen te maken. Sommigen gaan ervan uit dat goochelen een koud kunstje is. Dat is niet zo. Ik breng zelf soms een muntenroutine waarvoor ik minstens tweehonderd uur heb moeten oefenen.”

Geduld is dus een belangrijke factor. Wat moet een goochelaar in spe nog in huis hebben?
“Intelligent zijn is meegenomen. (lacht) Slimme leerlingen zijn doorgaans beter in het doorgronden van alle technische mogelijkheden en het creëren van een universum om de trucs te presenteren. Het verhaal is minstens even belangrijk dan de routine zelf. Ook essentieel: een goed voorkomen. Goochelaars moeten kunnen connecteren met hun publiek. Wie de toeschouwer recht in de ogen durft te kijken, maakt écht contact. Dat is een wezenlijk onderdeel van het goochelen.”

Als je kritisch kijkt naar jullie leerlingen op dit moment, kan je dan zeggen dat de toekomst verzekerd is?
“Ik heb daar alle vertrouwen in. Het niveau is in die mate goed dat we in 2026 weer kunnen uitpakken met een compleet nieuwe show, gemaakt door een aantal van onze leerlingen.”

Hans Kazan en Hans Klok waren jouw grote voorbeelden, maar aan wie spiegelen jonge goochelaars zich vandaag?
“Ik denk spontaan aan drie namen: Nicolas Arnst, Jonas De Bruyn, die heeft deelgenomen aan Belgium’s Got Talent, en Martijn Spaepen, een gewezen leerling die in 2018 Belgisch kampioen is geworden. Hij was toen amper vijftien. Vier jaar later schopte Laurent Piron uit Luik het zelfs tot beste goochelaar van de wereld. Van die mannen hebben we het laatste nog niet gezien.”

Beste goochelaar van de wereld? Hoort België tot de wereldtop?
“We hebben veel talent in huis, maar de wereldtop is helaas te hoog gegrepen. Spanje, China en Korea scoren op dit ogenblik het best. Ons land staat in het wereldklassement halverwege. In China en Korea oefenen de goochelaars soms meer dan acht uur per dag. Spanje heeft dan weer de bekendste goochelschool van de wereld, Tamariz. Dat die landen zo goed scoren heeft ook met de lokale mentaliteit te maken. Belgische goochelaars zijn eerder geneigd om nieuwe trucs voor zich te houden, terwijl in andere landen meer wordt gedeeld. Daar ligt het niveau doorgaans hoger.”

Geven en nemen, met andere woorden. Breng jij dat credo zelf in de praktijk?
“Zeker wel. Ik heb al veel trucs gekocht, maar zelf ook enkele technieken ontwikkeld. Nu en dan bied ik ze te koop aan. Aan spotprijzen, weliswaar. Voor een gemiddelde truc met kaarten ben je op andere plaatsen al snel twintig euro kwijt. Ik hoef er niet rijk van te worden.”

Trucs kopen, in welke mate is dat nog nodig? Op YouTube krioelt het van would be-goochelaars die bekende technieken ontleden en daarmee hun collega’s ontmaskeren.
“Het verschil met vroeger is inderdaad groot. In de jaren negentig waren goochelaars razend populair, precies omdat mensen niet begrepen hoe zo’n truc in elkaar stak. De opmars van het internet heeft dat veranderd en die magie deels doorprikt. Wie een beetje gericht kan surfen en weet welke zoektermen hij moet gebruiken, vindt veel online. Er zijn weinig geheimen meer. Toen die eerste onthullende tutorials opdoken, stond de goochelwereld op zijn achterste benen. Ze hebben er anderzijds wel voor gezorgd dat diezelfde goochelscene heeft moeten schakelen om met nieuwe ideeën op de proppen te komen. Is dat een slechte zaak geweest? Achteraf bekeken misschien niet.”

Voor wie het nu voelt kriebelen: hoe ziet zo’n opleiding er concreet uit?
“Wie zich inschrijft wordt verwacht op onze maandelijkse bijeenkomsten. Daar krijgen onze leerlingen specifieke technieken aangeleerd, die vervolgens thuis moeten worden geoefend. Wie dat niet doet, zal het nooit ver schoppen. Want laat één ding duidelijk zijn: leren goochelen is verre van gemakkelijk. Sommige trucs zijn eenvoudig, maar bepaalde andere methodieken erg complex. Ik heb wel gemerkt dat veel leerlingen er voluit voor gaan, eenmaal ze die kennis onder de knie hebben. Voor hen wordt het goochelen dan een echte passie.”

Dat is het zichtbaar ook voor jou. Is het met goochelaars niet zo’n beetje als met dokters, die op feestjes altijd worden aangesproken op hun vak en kennis?
“De vergelijking gaat niet helemaal op, maar ik begrijp wat je bedoelt. Ik heb altijd en overal een tasje mee met een paar kleine trucs. Ik ben dus voorbereid. (lacht) Vraagt iemand om een trucje uit te voeren, dan wil ik dat ook niet weigeren.”

Zijn er bij de start van 2026 nog bijzondere voornemens of specifieke ambities?
“In de eerste plaats willen we met onze leerlingen een mooie show brengen, eind april. Mijn persoonlijke ambitie is mogen aantreden in The Magic Castle in Los Angeles, voor goochelaars zowat het toppunt. En geloof me, die dag zit er wel degelijk aan te komen.”

MEER INFO
Facebook: Goochelschool Mol
​Facebook: Magic Danny1

Foto’s: Goochelschool Mol

Meer lezen van Peter Briers
Meer lezen over
Goochelen

Meer Bijzondere trends

Wil je op de hoogte blijven?

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang elke maand een overzicht met de belangrijkste nieuwsberichten.