“Lijn alles af. Beslis wat belangrijk is”
Steven Poelmans (36) schreef een boek over hoe we onze tijd beter kunnen indelen
BARCELONA - Turnhoutenaar Steven Poelmans (36) woont en werkt in de bruisende wereldstad Barcelona. Hij is er assistent-professor “organizational behaviour” aan de IESE Business School, een van de toonaangevende managementscholen in Europa. Steven Poelmans schreef zopas het boek “Kwalitijd” (een originele vertaling van de Engelse uitdrukking “quality time” of “kwaliteitstijd” ) over hoe je je tijd beter kan indelen, hoe je je werk en je vrije tijd op mekaar kan afstemmen ... kortom: hoe je je levenskwaliteit kan verbeteren en gelukkiger kan worden. En niet dat wij over gelukkig zijn te klagen heb, verre van zelfs, maar alles kan beter
en dus trok Onderox voor een paar praktische tips naar Steven Poelmans.
“Zo kom je tot een beter evenwicht tussen werk en privé”. Dat is de ondertitel van Poelmans’ boek. “Ik ben al minstens tien jaar bezig met dat onderwerp”, zegt Steven. “Hoe kunnen we onze tijd op een kwaliteitsvolle manier invullen? Daar gaat het om. Het is een heel actueel onderwerp. Iedereen schijnt te weinig tijd te hebben. De meeste gezinnen bestaan uit tweeverdieners. Er moet dus gewerkt worden, maar de kinderen moeten de nodige aandacht krijgen en er moet nog ruimte gevonden worden voor de nodige ontspanning of voor het verenigingsleven. Dat brengt vaak spanningen en stress met zich mee. Door een aantal praktische raadgevingen te volgen, kan je je gezinsleven en je werk beter op mekaar afstemmen. Daar gaat mijn boek over”.
Hoe kom je in Barcelona terecht om over “kwalitijd” te gaan filosoferen?
Da’s natuurlijk een heel verhaal. Laat ik maar beginnen bij het begin. Ik heb schoolgelopen bij de jezuïeten in Turnhout. Die twaalf jaar hebben mij goed gedaan. Ik leerde er “blokken”. Daar ben ik de school trouwens nog altijd dankbaar voor, want toen ik aan de universiteit van Leuven psychologie ging studeren, gaf me dat een voorsprong.
In Leuven studeerde ik “arbeidspsychologie”. Ik was er dus bezig met onderwerpen als teamwork, motivatie, organisatie en leiderschap. Mijn thesis schreef ik over stress en dat onderwerp heeft me nooit meer losgelaten.
Toch duurde het nog een hele tijd voor ik zou beslissen om op dat vlak onderzoek te gaan doen en les te gaan geven. Eerst kwam ik in de reclamewereld terecht.
Daar kom je niet terecht. Daar kies je bewust voor, niet?
Juist ja. Ik koos voor de reclamewereld, maar ik besefte al snel dat dat een foute keuze was geweest. De reclamewereld is een wereld apart. Een hippe wereld die lijkt te draaien rond snelle auto’s en mooie vrouwen. Het was mijn ding niet. Waar ik nog het meeste problemen mee had, was het feit dat ik mijn psychologische kennis misbruikte om andermans producten aan te praten.
Ik heb niet lang meegedraaid in de reclamewereld. Ik ben wél heel blij dat ik het heb meegemaakt. Immers, door foute keuzes te maken, ga je pas beseffen wat je écht wil.
En in jouw geval was dat research, lesgeven, ...kortom: de academische toer opgaan.
Klopt, maar daarvoor moet je doctoreren. Ik ben dus op mijn 26 opnieuw gaan studeren. Al mijn kameraden hadden al werk en ik ging terug naar school. Via een kleine omzwerving ben ik uiteindelijk bij de IESE Business School in Barcelona beland. Daar ben ik gedoctoreerd.
De IESE Business School is een heel internationale school. We hebben studenten uit alle uithoeken van de wereld: Rusland, Zuid-Afrika, China, Amerika, ... Dat maakt mijn job nog extra boeiend. Ik ondervind dagelijks dat psychologie heel relatief is en plaatsgebonden. Een begrip als “leiderschap” betekent voor een Chinees totaal iets anders dan voor een Belg.
Je bent ondertussen gesetteld in Barcelona?
Helemaal. Ik huur een appartement. (Huren gaat nog net in Barcelona, maar kopen is onmogelijk). Ik ben getrouwd met een Algerijnse vrouw, Lilia, en we hebben een dochter van vijf: Elisa. We hebben het naar onze zin in Barcelona. Ik zie me niet direct terug naar België komen.
Barcelona heeft eigenlijk alles om gelukkig te zijn. Het is een prachtige stad met een mediterraans, zacht klimaat. Het is een metropool waar altijd wel wat te beleven valt, maar tegelijk wordt je ook omringd door prachtige natuur.
Een kleine verplaatsing volstaat om te kunnen duiken of skiën, wat je maar wil.
Barcelona is ook een creatieve en innovatieve stad: mode, muziek, theater en kunst nemen een vooraanstaande plaats in. Ik zou, nu ik er zo over nadenk, niet weten waar ik nog gelukkiger zou kunnen zijn dan hier.
Heb je veel contact met andere Vlamingen in Barcelona?
Er zijn wel een aantal Vlamingen in Barcelona, maar die zoeken mekaar niet echt op. Nederlanders doen dat wél. Hun groepsgevoel is groter dan het onze. Ze zoeken mekaar op, organiseren zich en helpen mekaar. Daardoor krijg je ook de indruk dat ze talrijk aanwezig zijn. Maar dat beeld is vals. Hoewel Barcelona bekend staat als een stad die platgelopen wordt door Nederlanders, kom ik hier in het dagelijkse leven minstens evenveel Vlamingen als Nederlanders tegen.
De Nederlandse invasie valt dus wel mee.
Die bestaat zelfs niet. Zelfs op voetbalgebied zijn de Nederlandse hoogdagen bij Barcelona al achter de rug. Als je al van een invasie zou kunnen spreken, zou je het over de Zuid-Amerikanen moeten hebben. Er komen bijzonder veel
Zuid-Amerikanen naar Barcelona om er zich te vestigen en een nieuw leven op te bouwen. Vooral Argentijnen. De meeste Zuid-Amerikanen vinden in Spanje betere leefomstandigheden dan in hun eigen land. Bovendien verloopt
de integratie erg gemakkelijk. Ze spreken dezelfde taal, hebben hetzelfde geloof en zijn ook gek van voetbal (lacht).
Op cultureel en religieus vlak zijn er inderdaad weinig verschillen. Maar worden de migranten ook hartelijk ontvangen?
Best wel. Barcelona heeft de migranten ook nodig. De stad heeft een bijzonder
laag geboortecijfer. Gemiddeld is er 1,2 kind per vrouw. Dat is te weinig. Bij de migranten ligt het geboortecijfer hoger. Zij trekken het gemiddelde op. Er zijn bitter weinig incidenten met migranten. Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen problemen zouden zijn. De meeste Zuid-Amerikanen vinden wel een job, al zijn dat niet de best betaalde jobs: in de horeca, de bouw of een of andere schoonmaakdienst. Maar goed: ze hebben er een inkomen mee en ze
kunnen aan hun toekomst bouwen. Er zijn weinig of geen gezinnen die onder de armoedegrens zitten.
Je werkt aan een hogeschool. Geef je les of ben je een researcher?
Beide. Ik heb vier functies: lesgeven, onderzoeken, begeleiden en coachen van studenten, en adviseren van bedrijven. Onze hogeschool staat namelijk met twee benen in de praktijk. Onze klanten zijn vaak bedrijfsleiders. Ik help hen bijvoorbeeld inzake personeelsbeleid.
Behalve met mijn werk ben ik nogal intensief bezig met muziek. Ik speel keyboards bij een groepje dat we “Midi Saint” hebben genoemd. Het is een leuke hobby. We treden regelmatig op. We hebben bijvoorbeeld muziek gecomponeerd voor modeshows. Dat is fascinerend om te doen: in samenspraak met een modeontwerper muziek maken die zijn design ondersteunt en benadrukt.
Je bent dus een bezige bij. Je hebt je werk, je gezin, je muziek ... En je
schrijft een boek over hoe je die dingen allemaal op mekaar kan afstemmen. Slaag je er zélf wel in om je tijd perfect in te delen? [/question]Ja hoor. Het is niet altijd eenvoudig, dat geef ik toe. Maar een eerste gouden regel is om alles goed af te lijnen. Je moet voor jezelf uitmaken wat belangrijk is en er vrede mee nemen dat je niet àlles kan doen. Als je eenmaal beslist hebt waarin je je tijd en je energie wil steken, komt het er alleen nog op aan om ook effectief “neen” te zeggen tegen de dingen die daarbuiten vallen.
Voor mij persoonlijk zijn er drie zaken onmisbaar: mijn gezin, mijn werk en mijn muziek. Die drie dingen zijn hoofdzaak, de rest is bijzaak. En tegen bijzaken zeg ik alleen “ja” als het mij past, als ik er tijd voor kan vrijmaken en als ik er zin in heb. Zo beheer en beheers ik mijn tijd.
Een tweede gouden regel om stresssituaties te vermijden, is ervoor zorgen dat je geen twee levens leidt. Ik ken nogal wat mensen die vinden dat ze van 9 tot 5 moeten werken en dat daarna “het leven” pas begint. Als je dat inderdaad
denkt, leid je in feite een dubbelleven. Dan heb je twee identiteiten. Dat leidt onvermijdelijk tot spanningen. Werk en gezin en hobby: het moet mekaar aanvullen zonder haaks op mekaar te staan. Er moet een harmonie tussen zijn.
Met alle respect, maar dertig jaar geleden was een boek over timemanagement niet nodig geweest. Gezinnen bestonden toen bijna nooit uit tweeverdieners. Tijd was geen probleem. Nu moet een koppel vaak de
agenda’s naast mekaar leggen om te kunnen beslissen wie de kleine van school gaat halen. Als dat al geen taak is van de grootouders. Zijn we er eigenlijk wel op vooruitgegaan in al die jaren?
Of je daarop nu “ja” of “neen” antwoordt: feit is dat je de klok toch niet kan terugdraaien. We hebben geen keuze, dus de vraag is eigenlijk overbodig.
Maar wat vind jij persoonlijk?
Sta me toe niet met “ja” of “nee” te antwoorden. Onze materiële behoeftes zijn véél en véél groter dan dertig jaar geleden. We willen allemaal een auto –liefst twee-, een huis, een breedbeeld-tv, een zwembad in de tuin, een playstation en twee reizen per jaar. En dat lijstje wordt elk jaar langer en langer. Dat is niet te vergelijken met wat we dertig of veertig jaar geleden hadden. België is een paradijs om in te leven. Maar daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan vast. Ik ben ervan overtuigd dat gezinnen die “back to basics” kunnen leven en die het materialisme voor een stuk kunnen afzweren, het nog altijd met één loon kunnen rooien. Een direct gevolg is natuurlijk dat de playstation, de tweede auto en de verre vliegvakanties niet meer tot de mogelijkheden behoren. Maar zeg eens eerlijk: hoeveel mensen zijn er nog die daar afstand van kunnen nemen? Erg weinig. Oorzaak daarvan is ons imitatiegedrag. Wat onze buurman heeft, willen we zelf ook. Heeft hij een zwembad, dan wordt het voor ons ineens ook erg aantrekkelijk om een zwembad te hebben. Zelfs al hadden we daar voordien nooit aan gedacht.
Hoe doen de Spanjaarden het eigenlijk op het gebied van levenskwaliteit en het goed indelen van hun tijd? Hun siësta is legendarisch, maar in de Spaanse regering zijn er al stemmen opgegaan om die af te schaffen.
Op het gebied van “kwalitijd” is de siësta een kleine ramp. De siësta zorgt voor meer ongemak dan wat anders. Om te beginnen moet je weten dat Belgen een volledig verkeerd beeld hebben van een siësta. Ze denken dat Spanjaarden tussen 14 en 16u gaan slapen. Niks is minder waar. De siësta bestaat eigenlijk zelfs niet. De meeste Spanjaarden werken zelfs gewoon verder in die periode. De winkels zijn wel dicht, maar de winkelier gebruikt die tijd bijvoorbeeld om zijn boekhouding in orde te maken of zijn stock te tellen of aan te vullen. Maar door die zogenaamde “siësta” duurt een werkdag in Spanje wel tot 19 of zelfs 20u. Niemand heeft dus de tijd om de kinderen van school te halen. Dat is de taak van vrienden, familie, grootouders. Spaanse vrouwen zijn erg vaak ongelukkig omdat ze vinden dat ze niet genoeg tijd kunnen vrijmaken voor hun kinderen. Ouders komen soms zelfs pas thuis van het werk als de kinderen al in bed liggen. Heel veel Spanjaarden, vooral vrouwen, lopen rond met een schuldgevoel.
Laat je dus niet misleiden door de “siësta”: die zorgt voor enorm veel problemen. In België wordt ook hard gewerkt,
maar het scoort op dit vlak veel beter dan Spanje. Nog beter is het in Nederland. Nergens in de wereld wordt meer deeltijdse arbeid verricht dan in Nederland. Deeltijdse arbeid wordt daar ook aangemoedigd door de overheid. Het principe van deeltijdse arbeid is erg goed. Het houdt het midden tussen tijd en welvaart. Je geeft een beetje welvaart prijs maar je krijgt er “tijd” en dus een verhoogde levenskwaliteit voor in de plaats
Download dit artikel als PDF-bestand
Vorige: « “Ik heb Eygalières op de kaart gezet” | Volgende: Leven als God in Frankrijk? Dat kan je in Turnhout veel beter »
