Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Elke Vanhoof, Olympische atlete ontvangt Europese BMX-toppers

DESSEL – Off-Roadclub BMX 2000 heeft enige ervaring met het organiseren van een EK BMX. Als locatie is het Joël Smets BMX-circuit uiteraard een gedroomd pareltje. In 2013 waagden de organisatoren zich voor het eerst aan dergelijk opzet. En de goesting is nog lang niet weg, vandaar dat er van 9 tot 12 juli, als corona geen stokken in de wielen steekt, diverse finalerondes op het flitsende fietsmenu staan. Eén van de drijvende krachten is Olympisch atlete en grossier in kampioenschapstruien Elke Vanhoof.

De erelijst van Elke Vanhoof (28) oogt op nationaal vlak een beetje monotoon. Zelfs kleppers als Wout Van Aert en Mathieu Vanderpoel moeten hun palmares met een carbonpapiertje ertussen schrijven om in de buurt te komen. Ga er maar aanstaan: Belgisch kampioene in 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017. Daar bovenop eremetalen en finaleplaatsen op EK’s en WK’s. En een zesde stek op de Olympische Spelen in 2016. Aan de Spelen in Tokio zou ze dolgraag opnieuw deelnemen. Al steken de gevolgen van een weerbarstige hersenschudding stokken in de sportieve wielen. Samen met onvermoeibare clubmotor Frank Smets (54) en zijn kompaan Erik Braeken (54) vormt Elke het uithangbord voor het EK waar atleten uit meer dan 30 landen aantreden. Brasel barst dan uit zijn voegen.

Elke, met jouw erelijst in het achterhoofd… Winnen, gaat dat vervelen?
Elke Vanhoof: “Neen, natuurlijk niet. Ik wil er altijd voor gaan, ik heb een sterk karaktertje. Maar momenteel zit alles een beetje tegen, al ben ik aan de beterhand. Vorig jaar liep ik bij een valpartij op training in Verona een hersenschudding op. Maar ik wilde per se het BK rijden. Het staat zo mooi om met die trui rond te rijden. Achteraf bekeken was het dom van me om toch nog deel te nemen aan wereldbekerwedstrijden. Maar ik moest me nog kwalificeren voor de Olympische Spelen, dus zette ik toch aan. Maar ik stond mottig en ziek aan het starthek, niets lukte me… Het was doffe ellende. Ik had geen schrik, ik voelde me niet gedreven, ik voelde geen emotie, het zou typisch zijn. En dan te weten dat ik zo’n goede voorbereiding had met perfecte krachttraining en duurtrainingen. Ondertussen ben ik een paar kilo’s kwijt en ik vrees dat het geen vet is maar spiermassa. Ik train weer, maar mijn hartslag mag niet boven 130 gaan. En ik moet veel oefenen op stabilisatie en co-ordinatie, we hebben er zelfs een pingpongtafel voor gekocht. Opgeven doe ik niet, dat ligt niet in mijn aard. Gelukkig raak ik snel in conditie. Ik wil presteren op de Spelen.”

Jij bent een taai beestje?
Elke: “Ik denk dat ik zo wel in elkaar zit ja. Als het ergens pijn doet, of het wringt tegen, dan wil ik er toch nog blijven voor gaan. Ik heb mijn doelen gesteld en dan doe ik er alles aan om die te halen.”

Hoe ben jij bij het BMX-en terecht gekomen? Was daar ook ergens geen familiale link met een vermaarde wielerfamilie uit Mol-Sluis?
Elke: “Ja, ik ben familie van de Peeters-clan met nogal wat vermaarde wielrenners. Ik zat als klein-tje hier al in de club. Al heb ik later eens gehoord dat atletiektrainer Yves Demeulemeester in mij een goeie loopster zag voor de sprintafstanden. Ik reed hier wedstrijdjes en toen ik een jaar of ne-gen was, ging ik voor een licentie. Een jaar later werd ik Belgisch kampioen. Bij de jongens! Weet je dat ik in het begin zelfs geen wedstrijden wilde rijden? Spelen was genoeg.”

In jullie discipline moet je ongelooflijk explosief uit de hoek kunnen komen. Razendsnel fietsen over een korte afstand en allerlei obstakels overwinnen. Stuurvaardigheid is een absolute must?
Elke: “Zeker wel! Je hebt ook veel souplesse nodig. Wij fietsen met een versnelling van 46x17. Die vierhonderd meter die we fietsen duren ongeveer 37 seconden. Je focus bij de start is van het al-lergrootste belang, die eerste aanzet is zo belangrijk. Snel een handje wuiven naar de fans is niet aan de orde! En je mag je niet laten wegdrummen, dit is echt wel een contactsport, dit is niet voor watjes. Als we de heuvel afrijden, doen we meteen meer dan 50 km/u. Al gebeuren er weinig zware ongevallen. De voorbije drie jaar hebben ze hier maar één keer een ziekenwagen moeten bellen. Het is heel technisch, explosief en je moet over een goede tactiek beschikken. Ook de recuperatie tussen de reeksen is belangrijk, vandaar het belang van de duurtrainingen in het tussenseizoen.”

Kun je van jouw erelijst leven? Wat doe je beroepshalve?
Elke: “Ik ben al een paar jaar topsporter bij Defensie. Daar krijg ik een maandloon en daar kan ik mijn leven mee leiden. Ik ben Defensie dan ook oprecht dankbaar voor de mogelijkheden die ik daar krijg. Er is bij ons ook een beetje prijzengeld te verdienen, niet te vergelijken met andere disci-plines, maar toch. Ons prijzengeld is ook al gelijkgeschakeld met dat van de mannen.”

Welke graad heb jij in het leger, drilsergeant?
Elke: (lacht) “Neen, nu ben ik nog soldaat, maar ik geloof dat ik binnenkort in aanmerking kom om korporaal te worden.”

Zelf ben ik indertijd afgekeurd wegens te lomp en te lelijk, maar in jou zie ik wel een generaal in wording. Frank, jij bent de ‘generaal’ van de club en al-tig jaar een pionier?
Frank Smets: “Ja, ik ben sinds ‘dag 1’ in 1979 al betrokken. In die tijd waren er in deze omgeving geregeld ‘motorcrossen’ in de omgeving. Wij speelden dat op dezelfde omloop na met onze fietsjes. We zetten zo onze eigencompetities op, podium en ceremonie incluis. We voorzagen zelfs bloemen voor de winnaars. Weet je waar we die haalden?”

Laat me raden. Voortuintjes waren niet veilig?
Frank: “We haalden ze op het kerkhof. Uiteraard niet van op de graven, maar de exemplaren die opgeruimd waren, gaven we een sopje, blonken die op en de winnaars kregen een krans om hun nek.”

In een ver verleden was BMX al eens een hype?
Frank: “Zeker weten, het was toen bijzonder populair. De zaterdagen en de zondagen waren voor veel mensen het ogenblik om met hun kroost naar de wedstrijden te gaan. Het zijn de politici die, met de invoering van een minimumleeftijd, dat naar de knoppen geholpen hebben. Ik was in die tijd al een voortrekker. Velen hebben me destijds ronduit zot verklaard, maar ik bleef gestaag voort-doen. Gelukkig kon ik het tij keren, anders was er nog een sport minder geweest. Vanuit Dessel is de werking verder ontstaan in Ravels en later in Peer. Die mensen heb ik ons draaiboek nog be-zorgd om mee op te starten. Jij noemt me de ‘Founding Father’, zo ver wil ik zelf niet gaan, maar het zit er dicht bij. En met Elke in de club beschikken we over een magneet om jongeren aan te trekken.”

Is dit een dure sport voor een beginnend fietsertje?
Elke: “Die kostprijs maak je zelf uit. Ja, het is duurder dan voetbal of volleybal. Maar als je niet overdrijft is het ook niet duur. Je hebt ook koersfietsen aan X euro en je hebt er aan Y euro. Recent hadden we hier een mountainbikewedstrijd. Als je ziet wat die jonge gastjes uit hun camper halen. En dan spreek ik over campers zoals je die bij de profs in het veldrijden zelden ziet.”

Hoe zit het met de doorstroming naar andere takken van het wielrennen?
Frank: “Ik ga de overstap niet promoten bij onze 115 BMX-ers en 32 mountainbikers. Maar het vormt sowieso een goede basis. Vooral op vlak van stuurvaardigheid en techniek. Ik heb zelfs al eens contact opgenomen met Bart Wellens om te melden dat ik sommige van zijn rensters beter kan maken door hen die stuurvaardigheid bij te brengen. Benieuwd of hij gaat reageren. Voor onze eigen renners — allemaal vergunninghouders, geen recreanten — maken de resultaten niet het hoofddoel uit. Hun sport graag doen is minstens zo belangrijk als presteren.”

De organisatie van dergelijk EK moet nogal wat inzet vergen. Maar jullie hebben ervaring?
Frank: “Ik meen dat we het enige land zijn dat voor de tweede keer een EK mag organiseren. De ervaring uit 2013 bracht wel rust. Ons draaiboek stond er, dat is aangepast, alle contacten zijn ge-legd… Maar het zal toch weer een verkorting van mijn leven zijn want ik ben er al meer dan een jaar mee bezig. En we doen dit allemaal met vrijwilligers. Er gaan toch ruim 2.500 deelnemers ko-men en er zijn plaatsen voorzien voor 4.000 kijkers. Ik heb al opgevangen dat de hotels en B&B’s in de regio al volgeboekt zijn. Als Graspop net achter de rug is, beginnen wij eraan.”

Meer info: www.bmx2000.be

Tekst: Jef Aerts
Foto’s Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*