Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Alides Hidding: the Man with the Golden Voice

RAVELS — Begin jaren ’80 scoorde de Nederlandse band Time Bandits wereldhits met onder andere ‘I’m Specialized in You’ en ‘Listen to the Man with the Golden Voice’. De Time Bandits vallen meteen op door hun electro en funk in een excentriek jasje. En dat kan je zeker zeggen van hun zanger Alides Hidding, het gezicht en de stem van de band. Een muzikant in hart en nieren die de seks, drugs en rock ’n roll van dichtbij meemaakte. “En toch was ik vroeger een erg verlegen jongen”, vertelt hij.

Alides Hidding groeit op in Schoonoord in Drenthe, in het noorden van Nederland. Zijn vader is bakker en de familie Hidding woont op een oude boerderij. De kleine Alides stottert en is erg verlegen. Maar zingen vindt hij de max en stiekem droomt hij van een carrière als muzikant. Zijn eerste kennismaking met muziek is de accordeon van zijn vader. Niets kon toen vermoeden dat hij vele jaren later met een privéjet van Melbourne naar Perth zou vliegen tijdens een exclusieve tournee in Australië en Nieuw-Zeeland. Naast de Time Bandits schreef Alides ook vele hits en songs voor Vlaamse artiesten zoals Dana Winner, Barbara Dex, Helmut Lotti en Gunther Neefs. Hij oogt nog steeds excentriek en bij de herinneringen aan de jaren ’80 fonkelen zijn ogen als vanouds. En vooral, de drang om op te treden is groter dan ooit.

Schoonoord lijkt niet meteen de bakermat te zijn van de Nederlandse rockscène. Vertel eens over je kinder- en tienerjaren in Drenthe.
Alides Hidding: “Wat ik me vooral herinner is dat we in onze boerderij geen badkamer hadden, dus ook geen douche en zo. Dus reden we elke zaterdag met mijn ouders en zus naar een naburige gemeente waar je een badhuis had met douchecellen. Daar konden we dan douchen voor een paar cent. Mijn pa had zo’n fantastische Goliath, een schitterende wagen, en we zongen de ganse rit, die toch zo’n vijftien minuten duurde, alle klassiekers van die tijd mee. Ik was toen vijf à zes jaar. In die periode stotterde ik erg wat me bijzonder verlegen maakte. Tijdens het zingen had ik daar geen last van. Ik zong wel steeds met kopstem omdat ik schrik had om met mijn gewone stem te luid te zingen en te veel op de voorgrond te komen. Dat durfde ik niet. Zo heb ik dan geleerd om altijd met kopstem te zingen, wat later het handelsmerk werd van de Time Bandits. Die verlegenheid is ondertussen wel verdwenen. (lacht) Verder lijkt Drenthe erg op de Kempen. Veel mensen gaan er naartoe om te wandelen en te fietsen. Het is een landelijke regio met veel bossen en velden.”

Je droomde als klein kind al van een carrière in de muziekwereld. Toen je vijfentwintig was, scoorde je je eerste top tien-hit met ‘Hollywood Seven’. Je was meteen vertrokken voor tien uitzinnige jaren. 
“Dat klopt. ‘Hollywood Seven’ was een soloproject, hoewel ik voordien al in verschillende bands had gespeeld. In vergelijking met nu waren dat zeer amateuristische opnames, toen nog op cassette. Je stuurde die dan naar Hilversum in de hoop dat die opgepikt werd. Polygram besliste om de single uit te brengen en we stonden meteen in de Nederlandse top tien. Een fantastisch gevoel was dat. Ik begon als een bezetene liedjes te schrijven, zocht een groep die bij me paste en een jaar later stonden we met ‘Live it Up’ opnieuw in de hitparade. We schopten het met dit nummer zelfs tot nummer één in de Amerikaanse Dance Charts.” 

Ondanks de ruige rocker in jou, die vooral naar The Who, Led Zeppelin en Jimi Hendrickx luisterde, was de Time Bandits geen echte rockband.
“Het waren de beginjaren van de keyboards en we vonden het heerlijk om vanalles uit te proberen. Åke Danielson, onze toetsenist, was daar een kei in. En zo kwamen we tot die specifieke sound van de Time Bandits. Het was geen echte rock maar we wisten wel dat we moesten opvallen, met een speciale en unieke sound. Dat is ons ook gelukt. Daarnaast oogden we ook erg excentriek. Speciaal ontworpen kledij, de hoed, al zeg ik het zelf, het zag er allemaal prima uit. En het sloeg aan, dat was het voornaamste.”

En plotseling werd die verlegen, stotterende jongen uit Schoonoord een internationale ster.
“Dat was inderdaad een jongensdroom die uitkwam. Al was het voor mij zeker wennen om zo in de spotlights te staan. Ik was een zanger, een muzikant maar interviews geven was niet mijn favoriete bezigheid. Te pas en te onpas werd er een micro onder mijn neus geduwd en je moest altijd maar iets zinnigs weten te zeggen. Dat was niet altijd even leuk. Maar op het podium ging ik helemaal los. Dat voelde heerlijk. Ook het bijhorende leventje beviel me erg. Onze aantrekkingskracht op vrouwen was behoorlijk groot en je begrijpt dat er in die periode veel drank vloeide en meer van die foute dingen. Na onze optredens gingen we in Amsterdam uit. We kwamen daar in clubs waar ook Herman Brood volledig op het foute pad is geraakt. Met Herman is het niet meer goed gekomen. Gelukkig wisten wij de schade te beperken.” (lacht)

Niet enkel Nederland ging uit haar dak voor jullie maar de Time Bandits toerden door gans Europa en zelfs Australië en Nieuw-Zeeland. Dat moet de max geweest zijn.
“Absoluut. We toerden in Frankrijk, Portugal, Scandinavië, Australië en Nieuw-Zeeland. Een grote truck met de ganse installatie, een hele ploeg roadies, alles erop en eraan. In Australië stonden we op een gegeven moment tweeëndertig weken in de top tien. Onze aankomst op de luchthaven was er een item op het journaal. Je kan je dat niet voorstellen. En omdat de afstanden vaak te lang waren om met de wagen te rijden werd er een privéjet geregeld. Zo vlogen we gans Australië door. We speelden in zalen waar voor ons Wham had gespeeld. Die waren mega-populair in die tijd. En wij dus ook.” (lacht)

Eind jaren ’80 beslisten jullie om een pauze in te lassen. Wat was de aanleiding?
“Als je bijna tien jaar lang dagdagelijks met elkaar optrekt, heb je natuurlijk al eens meningsverschillen. En ik ben zeker ook niet altijd de makkelijkste om mee samen te werken maar de echte aanleiding was dat ik door Dan Hartman gevraagd werd om naar Amerika te komen om samen nieuw materiaal te schrijven. Dan Hartman ken je van de monsterhit ‘Relight My Fire’. Die kans kon ik dus niet laten liggen. Hij was de eigenaar van een gigantisch domein met een dito villa. Dan Hartman is tot aan zijn dood altijd een goede vriend gebleven. Op muzikaal vlak zaten we helemaal op dezelfde golflengte. In Amerika schreef ik de muziek voor de tekenfilmserie ‘Star Street’. Ondertussen maakten we nieuwe nummers voor de Time Bandits. Uiteindelijk beslisten we na vier albums een punt te zetten achter de band. Zelf bleef ik nog in Amerika waar ik met bekende schrijvers en producers kon samenwerken. Dezelfde mensen die ook voor Rod Stewart, Whitney Houston, Joe Cocker en Bachman Turner Overdrive werkten. Van die laatste ken je ongetwijfeld de hit ‘You Ain’t See Nothin’ Yet’.”

Wat moet ik me voorstellen bij het leven in Los Angeles?
“Het waren prachtige tijden. Het weer was altijd fantastisch. Ik huurde een ranch met paarden en genoot van elk moment. Al kostte dat leventje ook handenvol geld. Maar ik heb er geen seconde spijt van. Zo stond ik ook samen met Milli Vanilli in de studio. Je weet wel, die twee gasten die de hele muziekwereld hebben belazerd, inclusief mezelf. Zij deden niets anders dan feesten. Dat was niet waarvoor ik gekomen was. Na een tijdje besloot ik dan om terug te keren naar Nederland. Nol Havens, zanger van VOF De Kunst, stelde me voor aan een Belg en ik voelde meteen de warmte. Ik besloot om naar België te verhuizen en kwam in Kasterlee terecht. Later werd het Ravels. Ik woon nu meer dan dertig jaar in België. Hier voel ik me thuis, hier mogen ze me begraven. Maar hopelijk gaat dat nog heel wat jaren duren.” (lacht)

Je zou het misschien niet meteen zeggen maar tegenover mij zit een echte familieman, een papa van drie kinderen, waarvan de jongste nog maar twintig weken is.
“Mijn leven is inderdaad niet het traditionele huisje-thuisje-boompje. (lacht) Mijn oudste zoon, Alides Junior, is negentien. Hij is ook met muziek bezig, zij het in een heel ander genre dat ik ‘depro-rap’ noem. Met van die keiharde bassen. Zoek het maar eens op. Zijn grote droom is om producer te worden maar dat is weinigen gegund uiteraard. Onze dochter heet Mikki Mae, zij is drie en is een vat vol energie. Volgens mijn vrouw doet ze sterk aan mij denken wanneer ik op het podium sta. Dan lijk ik ook ADHD te hebben. (lacht) En de jongste is Mason Lee, net twintig weken. Hij is iets rustiger, al blijven het energievreters van jewelste. Erg vermoeiend maar o zo leuk. Je krijgt er zoveel liefde van terug. Prachtig is dat. Ook aan dierenliefde geen gebrek. Ik heb zes geadopteerde zwerf- en asielhonden waarvoor ik speciaal een doggy wagon kocht. Verder nog een oude kat en een weitje met vier geitenbokken die ik van de slachtbank heb gered, samen met nog wat eenden en kippen. Ik hoop alleszins dat ik zeker nog enkele jaren voor de boeg heb, enkel en alleen al om mijn kinderen te zien opgroeien. Maar eerlijk gezegd, je moet ook wat geluk hebben want ik heb in mijn omgeving al verschillende vrienden en muzikanten zien wegvallen, vaak van de ene dag op de andere. Dus laat ons genieten.”

Wat mag ik je voor 2020 toewensen?
“Zoals gezegd een goede gezondheid. Maar vooral wil ik heel veel optreden. Dat doe ik nog vaak, zowel solo als met de Time Bandits en dat is wat ik na al die jaren nog steeds het liefste doe. We zitten pas bij een nieuw management, dus ik reken op een druk jaar met veel optredens. En verder blijf ik uiteraard muziek maken. Ik speel nog steeds enkele uren gitaar per dag. Ik kan echt uren aan die knopjes zitten draaien. Als een bezetene. Tot ik helemaal de juiste klank heb gevonden. Dat is kicken. Ik ben dan blij als een klein kind. Dus voor 2020: Keep on playin’ that music!”

Meer info
www.timebanditsinternational.com
info@vanhoevelaakmanagement.nl

Tekst: Peter Meulemans
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*