Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Debbie Verstraeten: afzien in Kamp Waes

VOSSELAAR/BEERSE — Wellicht bent u ook één van de anderhalf miljoen kijkers die op zondagavond op Eén de televisiereeks Kamp Waes volgen. In Vosselaar kijken ze met nog meer belangstelling naar de kandidaten die zich door de zware proeven worstelen. Elke keer de blonde Debbie Verstraeten (37) het er goed vanaf brengt, klinkt er een zucht van opluchting: “Oef, ze is er nog bij.” Of ze het bij de Special Forces tot het einde uithoudt, dat weten we pas op 2 februari. Onderox ging al eens poolshoogte nemen.

Het is druk in ‘Crossfit Brug 6’, het fitnesscenter dat Debbie en haar zakelijke partner Manou Schoenmakers runnen langs het kanaal in Beerse. Roeitrainers, spinningbikes, de leg press,… Alles is in beweging. De leden zijn 24 uur in de weer voor het goede doel. “De opbrengst gaat naar vzw Feestvarken, een organisatie die kansarme kinderen een leuk verjaardagfeest bezorgt”, zegt Debbie. We moedigen de deelnemers aan maar laten hen dan verder in hun zweet en installeren ons fijntjes op de sofa. Want wij willen weten hoe Debbie die Bergham Run, nachtdroppings, de durfsprong in het meer van Gileppe, de Devil Run, de tactische trainingen én de poids morals in het echt heeft ervaren.

Wat bracht je er toe om je in te schrijven voor Kamp Waes?
Debbie Verstraeten: “Ik had de oproep op televisie niet eens gezien maar het was een vriend die me er attent op maakte. Debbie, dat is iets voor jou! Op sportief vlak had ik al wel één en ander bewezen. Belgisch kampioen duathlon en Women Physique in de discipline bodybuilding, deelname aan de Ironman in Hawai… Ik was bezeten van wedstrijden en behaalde regelmatig een podiumplaats. Nochtans was sport niet mijn eerste levensinvulling. Ik heb aan de universiteit Toegepaste Economische Wetenschappen gestudeerd en ging werken bij een bank. Na de kantooruren gaf ik spinninglessen in een fitnesscenter in Turnhout, terwijl ik ook al bezig was met trainen voor de triathlon. Toen ik loopbaanonderbreking vroeg om me op mijn sport te concentreren zei mijn werkgever: ‘meiske, na drie maanden gaat je passie voor sport alleen maar groter zijn. Ga je dan zeggen: ik kom terug bij de bank werken?’ Na lang wikken en wegen waagde ik de sprong en in 2018 ben ik samen met Manou dit crossfitcenter gestart.”

Dat is een lange aanloop. Hoe zeker was je dat je voor Kamp Waes door de selectieproeven geraakte. Er waren vijfduizend kandidaten.
“Inderdaad, maar ik had er vrij snel een goed gevoel bij. Na de eerste telefonische interviews die allemaal positief waren en de face-to-face casting, zou ik het wat raar gevonden hebben als ze me niét verder hadden geselecteerd. De fysieke testen waren in het militair domein van Leopoldsburg. Op kracht en conditie stond ik dankzij mijn sportverleden mijn mannetje, de oriëntatieproef was een ander paar mouwen. Ik had geen enkele ervaring met kaartlezen en ik had maar één week om me daar op voor te bereiden. Gelukkig vond ik Fred Simkens, een ex-militair die me in enkele uren alles bijbracht over kaart- en kompaslezen. Thuis heb ik via Google Maps het hele gebied van en rond Leopoldsburg in mijn hoofd geprent. Op de testdag zette ik een goede prestatie neer: top 10 gelopen en alle punten verzameld. Ook de medische en psychologische testen gingen vlot. Voor de opnames in juli begonnen, hadden we nog drie maanden om ons voor te bereiden. En dat heb ik gedaan zoals ik het gewend ben: ik wil dit echt, dus ik kán het.”

De eerste uitzending was voor Tom Waes al meteen een opdoffer: vijf kandidaten vlogen eruit. Wat dacht je toen je Riet na de Bergham Run al kotsend over de streep zag komen?
“Ik heb die aankomst niet gezien want ik was zelf nog aan het lopen. Maar Fly en Stijn hebben de juiste beslissing genomen door haar uit de race te halen. Medisch zou het onverantwoord zijn om haar verder te laten doen. Die Special Forces weten echt wel waar ze mee bezig zijn. Het was voor iedereen trouwens afzien. We hebben allemaal kou geleden en honger gehad. Zelf had ik vanaf dag één een grote blaar op mijn hiel. Ik probeerde dat op te lossen met extra sokken en compeed maar na de race met de brancard waarbij we door het water moesten, sprong die blaar natuurlijk open. Ik kreeg verzorging van de medische begeleider maar daarna moest ik wel terug in die legerboots als ik verder wilde meedoen.”

Wat waren voor Fly en Stijn de criteria om iemand uit Kamp Waes te zetten?
“We hadden een aantal proeven met een go-no-go-statuut. Als je niet slaagde, moest je er sowieso uit. De durfsprong in het meer van Gileppe was zo’n proef. We moesten niet alleen durven springen, we moesten ook perfect in het water vallen. Bij mij lukte het van de eerste keer maar enkele kandidaten hebben drie of vier keer moeten herkansen. Fly en Stijn hielden ook dagelijks rapporten bij. Op basis van die evaluaties moest er regelmatig iemand naar huis. Of ze gaven het zelf op, zoals Lotte en Maarten. Tot aflevering vier werden we vooral op onze individuele prestaties beoordeeld. Daarna werd het teamwerk steeds belangrijker. Want ook dat zijn de Special Forces: in alle omstandigheden moeten ze op elkaar kunnen rekenen.”

Al vanaf het begin zien we dat slaaptekort voor de meeste kandidaten heel zwaar is. Hoe heb jij die korte nachtrust overleefd?
“Wie tot het einde overblijft, heeft in totaal 25 uur slaap gehad. Dat is moordend. In zo’n week valt elke structuur weg. Een topsporter houdt er een streng leefpatroon op na. Je eet op vaste uren een maaltijd die je vooraf hebt uitgekiend en je zorgt voor voldoende rust. Bij de Special Forces is er dat allemaal niet bij want op elk moment moet je paraat staan en meestal weet je niet wat er de volgende uren gaat komen. Dat was misschien nog wel het ergste: je kon je nergens mentaal op voorbereiden. Dat we honger hebben geleden, lag aan onszelf. Als je bij een dropping op een bepaald uur moet binnen zijn, dan ga je niet een half uur aan de kant van de weg zitten om een boterhammetje te eten.”

Die ‘poids morals’, wat een pesterij is me dat! Heb jij er veel verzameld?
“Toch wel wat en je geraakte er niet meer vanaf. Met die rugzak, samen met een kogelwerende vest, geweer en pistool zeulden we bij elke opdracht tot 40 kilo extra mee. Het werd echt een deel van jezelf, je moest op elk moment klaarstaan om te kunnen vertrekken. En soms moesten we, bij manier van spreken, rennen voor ons leven. Dan weegt die rugzak nog meer.”

In je interviews gaf je aan dat je aan Kamp Waes wilde deelnemen om je eigen grens te leren kennen. Ben je die grens tegengekomen?
“Goed geprobeerd! Er zijn breekpunten geweest en ze hebben me echt op het kantje doen lopen. Maar ik denk wel dat ik door aan Kamp Waes mee te doen, sterker ben geworden. Dankzij mijn sportverleden was ik al redelijk hard voor mezelf. Ik klaag niet snel over slecht weer of een pijntje hier of daar. Ik geloof er nu ook in dat ik veel aankan omdat ik kan terugkijken op wat ik in Kamp Waes heb gepresteerd.”

Heeft deze ervaring je kijk op de Special Forces van ons Belgisch leger veranderd?
“Zeker wel. Van thuis uit ben ik nooit met het militaire aspect in aanraking gekomen maar mijn respect voor deze elite-eenheid is alleen maar toegenomen. De opleiding is bikkelhard maar het is dankzij het team dat ze rond zich hebben dat ze individueel sterk in hun schoenen staan. Dat heb ik in Kamp Waes trouwens zelf ook ervaren. Waar ik vroeger niet bij stilstond, is dat deze mannen soms voor drie of vier maanden op missie gaan en al die tijd weg zijn van hun familie. En als ze dan thuiskomen, kunnen ze niets vertellen over wat ze allemaal hebben meegemaakt want de meeste opdrachten zijn uiterst geheim. We hebben er geen idee van waar ze momenteel opereren, ook in België. Ze hebben alleen elkaar.”

Zou je zelf beroepsmatig een goede Special Force kunnen worden?
“Belangrijk is dat je allround bent met een goede mix van conditie en kracht. Door wat ik al gepresteerd heb als atlete, denk ik wel dat ik dat zou kunnen. Maar je moet vooral een sterke intrinsieke motivatie hebben. Daarom werden we in Kamp Waes ook nooit aangemoedigd. Tom Waes is daar trouwens enkele keren voor op de vingers getikt. Je moet het echt voor jezelf willen doen en daarin groeien. Als je dat niet hebt, geef je er al snel de brui aan want no way dat je zo’n zware opleiding doormaakt zonder dat je weet dat je dit doet voor je persoonlijke groei. Aan het einde van de rit worden er geen prijzen uitgedeeld hé.”

Pas je in Crossfit Brug 6 ook toe wat je in Kamp Waes hebt geleerd?
“Mmm, ik krijg van de leden wel eens te horen: ‘zeg, je zit hier niet in Kamp Waes eh’. Als ik mensen coach, probeer ik hen wel altijd te motiveren om verder te gaan dan wat ze denken dat ze kunnen. ‘Komaan, je kan dit!’ We geven in het centrum ook voedingsadvies. Als er dan iemand bij ons komt en ik voel dat die wil afvallen omdat bv. haar echtgenoot haar graag slanker wil, dan mislukt het meestal. Als je iets écht zelf wil, dan kan je het ook echt.”

Tot slot, welke kant van Debbie krijgt de kijker in Kamp Waes niet te zien?
“Ik denk dat ze alles van mij te zien krijgen. Als er 24 uur op 24 camera’s op je gericht staan, kan je je onmogelijk blijven verstoppen. Op sommige momenten zal je zien dat ik een groot doorzettingsvermogen heb en goed in een team kan meedraaien, in andere opdrachten wordt het me te veel en vloeien er tranen. Je zag het trouwens al in de milling waar ik het gevecht moest aangaan met een professionele MMA Fightster. Toen kwam het er allemaal even uit, met een blauw oog op de koop toe. Maar wie mij als Debbie kent buiten dit televisie-avontuur, weet dat ik me voor Kamp Waes voor de volle 100% heb gegeven.”

Meer info
De activiteiten van Crossfit Brug 6 en de blog van Debbie over Kamp Waes kan je volgen via www.debbie-verstraeten.be.

Tekst: Suzanne Antonis
Portretfoto: Suzanne Antonis
Beelden Kamp Waes: VRT


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*