Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Yves Van de Paer: “Soms denk ik: wat heb ik toch een coole job”

OUD-TURNHOUT — Amper 26 is Yves Van de Paer, al doet zijn cv een oudere leeftijd vermoeden. Als jongste line producer van het land was de Oud-Turnhoutenaar al betrokken bij Professor T., Patser (de misdaadfilm van Adil El Arbi en Bilall Fallah) en Torpedo, het langspeelfilmdebuut van regisseur Sven Huybrechts. Met Yummy, de eerste Vlaamse zombiefilm, haalt Van de Paer al voor de derde keer de eindgeneriek van een niet-alledaagse bioscoopprent.

Dat er ook geluk en een beetje toeval mee gemoeid is, geeft Van de Paer toe als we peilen naar een verklaring voor zijn indrukwekkende palmares. “Je begint sowieso onderaan de ladder, maar ik ben op het juiste moment de juiste mensen tegengekomen.”

Bij een producer kunnen we ons nog één en ander voorstellen, maar wat doet een line producer?
Yves Van de Paer: “Hij moet de film ‘organiseren’, zoals dat heet. Hij zorgt voor zowel het materiaal als de mensen die de film mee moeten realiseren en is tegelijk ook de eindverantwoordelijke voor het budget en de timing.”

Over budgetten gesproken. Torpedo moest het stellen met 3,5 miljoen euro. Hoe moeilijk was het om daarmee rond te komen?
“Veel marge was er in ieder geval niet. Als je een Amerikaan zou vertellen met hoeveel centen Torpedo werd gedraaid, dan zou hij jou niet eens geloven. Naar Belgische normen is zo’n budget normaal, maar in de VS zouden ze er gewoon niet aan beginnen.”

Creativiteit is één ding. Welke eigenschap is voor een line producer nog essentieel?
“Rustig blijven of goed kunnen doen alsof. Er is geen draaiboek dat je standaard kan volgen, je moet het gewoon doén. Om een voorbeeld te geven: als je ’s morgens vroeg in Marokko op een plaatselijke ploeg staat te wachten omdat de lokale producer gezegd heeft dat 4 uur het beste tijdstip is om in de medina te draaien, en die ploeg niet van zich laat horen, dan heb je een probleem. Op dat moment moet de line producer ervoor zorgen dat dat team zo snel mogelijk arriveert. Dit is trouwens geen random voorbeeld. Het is ons écht overkomen tijdens de opnames voor Patser.”

In welke mate kan je vanuit jouw functie een stempel drukken op het eindresultaat?
“Een stempel drukken is veel gezegd, maar dat we voor Torpedo gefilmd hebben in de bossen rond de voormalige pannenfabriek van Turnhout, komt omdat ik me die omgeving nog herinnerde uit mijn Chiro-jeugd. De Kempen is trouwens breed vertegenwoordigd in de film. We hebben ook scènes gedraaid in het Turnhoutse Begijnhof en op het Heemerf in Kasterlee. De duikboot zelf hebben we nagebouwd in een loods in Weelde. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik met de fiets naar een set ben gereden.”

Koffie zetten

Terug in de tijd: wat is jouw allereerste filmervaring?
“Als kind was ik gek op de Pirates of the Caribbean-reeks en op Indiana Jones. Bij ons thuis werd er ook veel naar Vlaamse films en series gekeken. Ik ben altijd een creatieveling geweest met een enorme interesse voor radio, theater en film in het algemeen. De echte passie is er pas gekomen tijdens mijn studies aan het Ritcs, de Brusselse filmschool.”

Onlangs liet Steven Spielberg zich ontvallen dat hij zijn carrière deels te danken heeft aan zijn aangeboren aanleg voor netwerken. In hoeverre heeft dat ook jou geholpen?
“Om zoveel mogelijk contact te leggen met mensen uit het vak heb ik veel tijd doorgebracht op allerhande filmsets, zelfs tijdens mijn vakanties als scholier. Soms moest ik daar gewoon koffie zetten of auto’s tegenhouden. Op die manier heb ik geleerd wie op zo’n set rondloopt en hoe het hele systeem in elkaar zit. Er is geen plek waar je meer kan leren van koffie zetten dan daar.” (lacht)

Wat heb je intussen nog geleerd over het filmmilieu?
“Dat je als Belgisch acteur nooit rijk kan worden en dat de filmwereld verre van alleen maar glitter en glamour is. Je mag niet vergeten dat acteurs vaak urenlang moeten doorbrengen in de schminkkamer om tijdens diezelfde dag misschien maar één scène op te nemen. Nog een voorbeeld: als je als crew in een aardappelveld staat en het materiaal en de kleding nadien van kop tot teen onder de aarde hangen, ook dan is de glitter ver te zoeken. Anders is het wanneer je op Malta in de richting van een echte duikboot vaart om daar opnamen te gaan maken. Op dat moment dringt het toch weer tot me door dat ik een coole job heb.”

Het filmlandschap biedt evenveel zekerheden dan het theatercircuit: weinig tot geen. Hoe reageerden jouw ouders toen je jouw ambities bekendmaakte?
“Ze vonden het aanvankelijk geen geweldig idee. Mijn vader was bang dat ik daar nooit mijn brood mee zou kunnen verdienen. Deels begrijp ik zijn bezorgdheid wel. Van de twintig klasgenoten waarmee ik ben afgestudeerd, is wellicht de helft aan de slag in een andere sector. Om uiteenlopende redenen weliswaar, maar toch.”

Zombiefilm

Adil El Arbi en Bilall Fallah — de makers van o.a. Patser — timmeren intussen aan een internationale carrière. Hoe groot is de kans dat ook jij ooit jouw vleugels zal uitslaan?
“Dat kan ik in twee woorden samenvatten: heel klein. (lacht) In de Verenigde Staten hebben ze line producers bij de vleet. Ik denk ook niet dat ze er op mij zitten te wachten. Mijn job wordt daar trouwens door zo’n dertig mensen gedaan, wat de ellenlange eindgeneriek aan het eind van Amerikaanse films verklaart.”

Geen internationale ambities? Zelfs niet met een cv als die van jou?
“De films waaraan ik tot dusver heb meegewerkt leveren me extra krediet op, daar twijfel ik niet aan. Als ik me straks voor een ander project ga aandienen, zullen Patser en Torpedo ervoor zorgen dat ik geloofwaardig genoeg ben. In ieder geval hoop ik dat er ooit nog een geschift project als Torpedo mijn pad zal kruisen. Toen ik het script las en zag dat Sven met een echte duikboot wou werken, was ik meteen enthousiast. Een duikboot nabouwen, ik denk niet dat ik dat nog vaak ga meemaken.”

Nochtans kan jouw jongste project — een zombiefilm — ook tellen.
“Klopt, half december verschijnt Yummy van regisseur Lars Damoiseaux. Na de eerste Vlaamse duikbootfilm volgt nu dus de eerste Vlaamse zombiefilm. Je zou kunnen stellen dat ik met mijn gat in de boter ben gevallen. Yummy is trouwens ook echt zo’n film die je in de bioscoop moet gaan bekijken.”

En alweer gerealiseerd met een extreem laag budget?
“Klopt. In ons land een zombiefilm aan de man brengen, is nu eenmaal onbegonnen werk. Yummy werd gedraaid met 600.000 euro. Zombiefilms zijn zo niche en specifiek dat er maar weinig geldschieters zijn die daar warm voor lopen.”

Duikbootfilm, zombieprent: het begint er stilaan op te lijken dat jij enkel toehapt als er niet-alledaagse scenario’s worden voorgeschoteld?
“Die indruk zou je inderdaad kunnen hebben. (lacht) Ik neem mijn beslissing telkens aan de hand van het scenario. Is het my cup of tea niet, dan zou ik durven weigeren. Er staan trouwens nog heel wat andere projecten op mijn bucketlist. Sven Huybrechts werkt momenteel aan een western, dat lijkt me wel wat. Een originele tv-serie of een kinderreeks in de stijl van Like Me!, ook daar mogen ze me altijd voor contacteren.”

Wat is voor een line producer de ultieme droom?
“Een film mogen maken met een heel groot budget: twintig miljoen in de plaats van drie miljoen, bijvoorbeeld. En voor de rest: mogen meewerken aan coole projecten.”

Of opgevoerd worden als vraag in De Slimste Mens ter Wereld, zoals presentator en regisseur Erik Van Looy onlangs nog kwam te zeggen?
“Daar kan mijn naam nog niet voor dienen, vrees ik. Er is geen kat die mij kent. Line producers werken min of meer in de anonimiteit. Ik denk dat maar weinig mensen na afloop van een film de tijd nemen om de hele eindgeneriek te bestuderen. Maar kijk, Erik mag me altijd bellen.”

Tekst: Peter Briers
Foto: Astrid Steurs


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*