Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Gie Knaeps: “Eigenlijk ben ik best wel verlegen…”

MOL/ANTWERPEN — Gie Knaeps (66) is een icoon op het vlak van fotografie. Dat kan ook moeilijk anders als je voor Humo drie decennia lang zowel frontstage als backstage absolute toppers als Prince, Mick Jagger, Rolling Stones, Bruce Springsteen, Madonna en andere Kurt Cobains voor je lens gehad hebt. Het waren er uiteraard héél veel meer, een mens zou met namen alleen al een boekwerk kunnen vullen. Maar het was steevast hard werken én inventief uit de hoek komen.

“…Maar ik ben een doorzetter”, vult Gie Knaeps meteen onze titel aan. Zijn foto’s staan bij meerdere generaties in het geheugen gebeiteld. Hij geeft grif toe dat hij de gouden jaren meegemaakt heeft op vlak van muziekfotografie. De tijden dat fotografen front- en backstage quasi ongebonden hun ding konden doen als ze een beetje van wanten wisten. En een bijdehandje als Gie wist zich vlotjes van een stek op het podium te verzekeren. Dat het nu niet zomaar meer zou lukken, weet hij best. Immers: The times they are a changing. Wedden dat hij die zanger ook wel ergens op foto heeft?

Een jonge snaak die fotografie wil gaan studeren, het zal in die tijd niet vanzelfsprekend geweest zijn?
Gie Knaeps: “Ik liep vlakbij thuis school aan het Koninklijk Atheneum. Je weet hoe dat gaat als jonge gasten onder mekaar bezig zijn, de ene wil dokter worden, de andere chirurg. Ik dacht, als ik blote vrouwen wil zien, kan ik ook fotograaf worden. (lacht) Ik had voor mijn communie een kodakske gekregen en daar ging ik mee aan de slag. Bij de scouts, overal… maakte ik foto’s. En omdat muziek me toen al erg boeide, opperde ik het idee om fotografie te gaan studeren. Vader had liever gezien dat ik naar de militaire school ging. Gelukkig zijn mijn ouders altijd erg ruimdenkend geweest. Dus mocht ik naar het SISA in Antwerpen om er een opleiding fotografie te volgen. Een school met een — voor een muziekfanaat als ik — leuke reputatie, want Ferre Grignard had er gestudeerd. Pas op, in die tijd geen sinecure: ik moest elke dag even over zes uur de trein van Mol naar Antwerpen nemen en om 18 uur was ik weer terug. Trouwens, het was voor het eerst dat daar de opleiding fotografie gegeven werd. Je kreeg er veel vrijheid, maar er waren toch ook behoorlijk wat praktische problemen.”

En toen kon je meteen aan de slag?
“Ik was al wel met vanalles bezig, maar ik voelde dat ik op fotografisch vlak nog te weinig kende. Eerst wilde ik me in Duitsland gaan bijschaven, ik heb er in het K.A. zelfs nog avondlessen Duits voor gevolgd. Dat verhaal ging uiteindelijk niet door. In België was er op dat moment geen opleiding van dergelijk niveau. Daarom ben ik nog vijf jaar naar de Sint-Joost Academie in Breda fotografie en audiovisuele vormgeving gaan volgen. Daar heb ik verschillende jaren ‘op kot’ gezeten.”

Ondertussen had je al behoorlijk wat tijd in te vullen, een jaartje (nog) niet ingeschreven in Breda wegens te jong. De horeca lonkte?
“Ik had in mijn studententijd al veel gewerkt in de horeca. Als student was dat een leuke verdienste als je uit je pijp wist te komen. En dat kon ik! Ook op vlak van fotografie zat ik niet stil, ik heb mijn eerste foto aan Humo verkocht in ’72. In ’75 ging café De Perel open in de Molse Corbiestraat. Daar heb ik een hele tijd achter de toog gestaan. En dat draaide goed, het was er zo druk dat ik zelfs een examen heb moeten uitstellen. Op de duur ben ik er gerant geworden tot ik begin ’83 mijn vrouw leerde kennen. Toen ben ik weer resoluut voor de fotografie gegaan.”

En meteen voor Humo aan de slag?
“Ik ben eerst terecht gekomen bij Panorama, het latere P-Magazine. Hoofdredacteur Karel Anthierens, een heel toffe mens, liet me alle vrijheid. Ik leverde hem steevast lijstjes aan met onderwerpen die ik wel zag zitten. En dat wist hij te waarderen. Zo heb ik ooit een reeks voorgesteld over baancafés-met-een-Decaporgel. En dan porde hij Ivan Heylen aan om bij mijn foto’s teksten te schrijven. Wel iets anders dan nu, niet? Bij Panorama werkte ik ook al samen met mannen als Alain Grootaers, Danny Ilegems en Raf Sauviller.”

Die laatste twee kwam je in ’86 bij Humo ook weer tegen, want daar kon je uiteindelijk aan de slag. Waar Guy Mortier, ook een Mollenaar, aan de touwtjes trok?
“Daar heb ik dan meer dan dertig jaar gewerkt, ik heb in die periode nogal wat rondgereisd. Maar dat stoorde me nooit, ik ben een werkpaard, mij mochten ze alles vragen. Uiteraard veel muziek, maar als ik voor de onderzoeksjournalisten foto’s moest nemen van huizen in verband met de hormonenmaffia, was ik evengoed vertrokken.”

Jij hebt ongelooflijk veel grote namen voor je lens gekregen. Was dat altijd makkelijk werken?
“Ik mag zeggen dat ik toch de mooiste jaren meegemaakt heb. Alles ging veel vlotter, je stond frontstage, maar ik wist het altijd wel te regelen dat ik ook backstage mijn ding kon doen. En ook vanop het podium kon ik vaak aan de slag. Dat zou nu niet meer lukken, je moet ergens plaatsnemen halfweg de zaal, achter de mengtafels. Met een hoop andere fotografen, die dan allemaal dezelfde foto hebben. Ik bouwde vaak backstage mijn ‘studio’ op, waar ik van de artiesten iets rustiger foto’s kon nemen. Zo had ik een goed contact met de mensen van Therapy. Ik zorgde er dan altijd voor dat ik hen een setje eerdere foto’s kon geven, iets wat ze erg op prijs stelden. Van Bjork moest ik ooit eens een hele reeks maken en ze haar toesturen. Ze oordeelde dat er geen enkele foto haar kon behagen, maar ik heb er ondertussen toch al flink wat verkocht.”

Niet enkel organisatorisch, ook op het vlak van fotografie zelf heb jij een hele evolutie meegemaakt?
“Ik ken natuurlijk het verhaal van de donkere kamer. En van zwart-witfoto’s ontwikkelen. Dan kwam er de overschakeling naar dia-film. Heel goed, maar je foto moet er dan wel boenk op staan. Mijn stijl was altijd: het overtollige weglaten. Je mag stellen dat ik per festivaldag zo’n 20 tot 30 rolletjes vol schoot. Die lever je dan in bij een labo, pikt die ’s morgens weer op en dan begin je je eigen selectie te maken. Neem van mij aan, dat is werken. Later is er dan de digitale revolutie gekomen, als fotograaf moet je mee.”

Kan ik inschatten welke kuren jij ooit moest uithalen met en zonder de juiste accreditatie?
“Met de accreditaties lukte dat meestal wel, Humo was indertijd een naam die vlotjes deuren opende. En wie een beetje de truken van de foor kent, lost praktische akkefietjes handig op. In de Kuip in Rotterdam ging ik eens naar een optreden van de Stones. Zonder accreditatie, gewoon met een ticket. Ik had mijn materiaal bij in een aluminium koffer. Bij de ingang moest ik die openen en er was enige discussie, maar uiteindelijk mocht ik toch naar binnen. Daar heb ik schitterende foto’s kunnen maken van Mick Jagger. Mijn mooiste van de Stones ooit! Een andere keer trok ik eens naar diezelfde Kuip voor een optreden van Prince. Weer zonder accreditatie, maar ik had me een harembroek — type smokkelbroek — aangeschaft. Daar had ik mijn toestel in verborgen en mijn lens had ik met tape tegen mijn dij geplakt. Daar ging mijn vlieger niet op. Voor diezelfde Prince ben ik in het Sportpaleis wel binnen geraakt omdat ik al mijn materiaal in de handtas van mijn vrouw verstopt had.”

Ga je tegenwoordig nog op pad met je toestel?
“Ik ga nog wel geregeld naar een optreden maar niet meer om er foto’s te maken. Heel veel van mijn tijd gaat tegenwoordig naar het digitaliseren van mijn archief. Ik sta elke dag om 7 uur op en dan ben ik twee uur in de weer achter mijn computer. Dan is het tijd voor koffie en ontbijt en dan begint mijn dag. Ik ben ook bezig met de voorbereidingen van een tentoonstelling in het CC van Sint-Niklaas. Het is een project waar een flink deel van het Waasland bij betrokken is en dat verder gaat dan foto’s. Het wordt een soort belevingsproject.”

Je bent 30 jaar geleden beroepshalve uit Mol vertrokken, maar je komt er nog geregeld. Is Mol in jouw ogen erg veranderd?
“Ik kan niet zeggen dat het er veel mooier op geworden is. Al het authentieke wordt vervangen door blokken en er staan voortdurend bouwkranen. Zal ik het hier maar bij laten?”

Tekst: Jef Aerts
Portretfoto: Astrid Steurs
Foto’s muzikanten: Gie Knaeps


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*