Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Onze reporter laat zich uitgebreid portretteren

Portretkunst: Jan van Eyck en Pieter Paul Rubens waren er — ieder in zijn tijd — meesters in. Eeuwen later zijn portretten op bestelling nog altijd populair. Als relatiegeschenk, hebbeding of statussymbool. Vooral dat laatste zinde onze reporter wel. Hij onderwierp zich aan het analytische oog van een karikaturist en een jonge schilder. Tweemaal kunst met grote K.

Elke maand neemt onze reporter een atypische, spannende of relaxerende activiteit onder de loep. Kritisch, maar met een kwinkslag rapporteert hij zijn wedervaren. Deze maand: een portret.

Toegegeven, het idee kruiste eerder toevallig mijn pad. Op de Boekenbeurs in Antwerp Expo nog wel, min of meer de laatste plek waar je beeldende kunstenaars tegen het lijf denkt te lopen. Karikaturist Frank Bervoets was op de openingsavond van het jaarlijkse letterenfeest dan ook een buitenbeentje tussen de gebruikelijke stoet van signerende auteurs, zenuwachtige uitgevers en schoon volk dat zichzelf uitnodigt op alle evenementen waar champagne wordt geschonken. Enfin, ik wijk af.
Of ik zin had in een karikatuur? Nou, niet bepaald. Ik voel me ongemakkelijk als ik word bekeken, laat staan als ik minutenlang word gemonsterd door iemand waarvan ik vermoed dat hij bepaalde gelaatstrekjes zal uitvergroten. Dat je als ‘model’ niet ziet wat de kunstenaar in actie ervan maakt, maar omstaanders staan te gniffelen omdat zij het werk in wording wél kunnen zien, maakt het hele plaatje zo mogelijk nog enger. Ik wil er niet flauw over doen: doodsbenauwd was ik.

“Ik ben een milde karikaturist”, kwam Bervoets te zeggen. “Ik situeer mezelf tussen collega’s met een scherpe aanpak en zij die een waarheidsgetrouwe gezichtsweergave nastreven. Vaak verwachten mensen een extreem resultaat, maar in de meeste gevallen valt dat goed mee. Een karikatuur is gewoon een portret met karakter, waarin een typische lach of blik naar voor wordt geschoven.”

Rechterzijde
Als ik in de spiegel kijk, zie ik vooral wallen onder mijn ogen en rimpels op mijn voorhoofd die mijn leeftijd verraden. Ooit heeft iemand mij op een feestje gezegd dat ik — met een beetje verbeelding — op acteur Larry Hagman (J.R. Ewing uit Dallas) lijk, maar de man die het zei had te veel gedronken, dus dat telt niet. “Een goede karikaturist zoemt niet in op dat soort dingen”, stelt Frank gerust. “Wat ik wel doe, is de grenzen van de vervorming aftasten, op zo’n manier dat mensen zich nog altijd in de karikatuur herkennen. Soms worden dingen uitvergroot, maar vaak gaat het ook om verkleiningen.”

Laat ons eerlijk zijn, een stand op de Boekenbeurs — waar op vijf minuten tijd toch een paar tientallen mensen voorbij schuifelen — is de minst comfortabele setting voor het maken van een portret, laat staan een karikatuur. “Als ik mensen in zo’n situatie afzonder van de drukte, dan hebben ze er meestal geen problemen mee”, zegt Frank, die de daad bij het woord voegt en mij naar een uithoek van de stand navigeert. “Poseren terwijl een publiek meekijkt, dat vraagt moed. Ik hanteer een gulden regel: wie niet getekend wil worden, wordt ook niet getekend. Wie bereid is om heel even stil te staan, mag wel op een mooi resultaat rekenen.”

Bervoets doet er in mijn geval een zestal minuten over. Ik staar recht voor me uit, maar weet me geen houding aan te nemen. Moet ik lachen of net niet? Toon ik mijn rechterkant, of toch maar de linkerzijde? Rechts, dat beaamt iedereen die mij kent, oog ik het jongst. Een visagiste heeft dat ooit trouwens bevestigd: de beste zijde van een gezicht doet een jongere leeftijd vermoeden. Dat Frank focust op mijn linkerzijde, maakt me argwanend.

Koning Filip
Of hij al veel bekend volk heeft getekend, vraag ik terloops? “De meest bekende is koning Filip”, vertelt Frank. “Negentien jaar geleden werd ik naar Expo 2000 gestuurd in de Duitse stad Hannover. Een hele week lang heb ik in het Belgisch paviljoen bezoekers getekend. Filip, toen nog prins, passeerde ook. Ik heb hem vanop een behoorlijke afstand kunnen tekenen. Van hem een nieuwe karikatuur maken, live en dit keer als koning van het land, dat zou ik geweldig vinden.”

En dan volgt de climax: de onthulling van het werk. Ik haal opgelucht adem. De karikatuur is een kredietwaardige weergave van hoe ik er tegenwoordig bijloop. Karikaturaal, dat zeker, maar hoe dan ook geloofwaardig. Van de wallen geen spoor, waarvoor dank. De rimpels staan er wél op. Een mens kan niet alles willen.

Van de Boekenbeursvloer gaat het naar het Antwerpse atelier van Oliver Cramm: 23 jaar, selfmade kunstenaar en één van de weinige schilders die op jonge leeftijd — hij was toen amper 15 — werden ontvangen in het koninklijk paleis, nadat hij een triptiek had gemaakt met daarop de beeltenis van Albert, Paola, Filip en Mathilde. “Waar dat kunstwerk nu hangt? Geen flauw idee. Ik hoop dat het een mooi plekje heeft gekregen in het paleis”, zegt Oliver.

In zijn kleine atelier vraagt poseren meer geduld dan model staan voor een karikatuur. Hoe stiller ik zit, hoe beter het resultaat zal zijn, luidt het. Voor het zover is, krijg ik een streepje geschiedenis. “De portretkunst is ontstaan rond de renaissance. In die periode werden vooral portretten gemaakt van leden van het koningshuis of welgestelde families. Die werden vervolgens een vast onderdeel van het meubilair.” Altijd leuk als je op vlak van historiek een woordje kan meepraten.

J.R. Ewing
De jonge kunstenaar zal mij portretteren op doek en met acrylverf. “Kijken is daarbij belangrijk”, zegt hij. “Van het model, jou in dit geval, wordt gevraagd er zo ontspannen mogelijk bij te zitten. Lachen doe je beter niet, want dat komt geforceerd over. Niks beter dan een spontane expressie. En wees gerust, je moet niet de hele tijd door aanwezig zijn. Een kunstenaar slaat beelden op, zodat hij of zij ook zonder de aanwezigheid van het model kan doorwerken.”

Omdat hij weet dat ik mijn hart heb verloren aan Texas en ik thuis een fraaie collectie Stetsonhoeden heb verzameld, belooft Oliver een paar ‘extra toetsen’ te zullen aanbrengen. “Niet alles wordt in detail geschilderd, soms gebruik ik gewoon enkele lijnen. Die volstaan om aan de kijker duidelijk te maken wat het model belangrijk vindt. Ik focus vooral op de algemene uitstraling van de persoon.”
Of ik een karakterkop heb? Ik durf de vraag bijna niet te stellen, uit schrik voor het antwoord. Als bij toeval begint Oliver er zelf over. “Mensen met een karaktervol gezicht zijn natuurlijk interessanter. Ooit schilderde ik een vriend die zijn haar blauw had laten verven. Overbodig om te zeggen dat zijn keuze het voor mij visueel wel leuker maakte. Jij een karakterkop? Absoluut.”

Na de eerste schetsen is het wachten op het eindresultaat. Lang wachten. Pas een hele tijd later belt Oliver me opnieuw op. “Kunstenaars hebben een paar fasen nodig vooraleer het werk echt klaar is”, legt hij uit. “Ik wilde me er niet maandenlang op blindstaren, vandaar.” Het werk was het wachten waard. Spontaan en met een brede glimlach kijk ik de toeschouwer recht in de ogen. Door het rood-wit uit de Texaanse vlag en de statige hoed op mijn hoofd heb ik — zelfs zonder verbeelding — veel weg van… Larry ‘J.R.’ Hagman. Zo krijgt die dronkenlap op dat feestje toch nog gelijk.

Meer info: op de Facebookpagina’s van Frank Bervoets en Oliver Cramm.

Tekst en foto’s: Peter Briers


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*