Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Elien Van den Broeck: ’s werelds jongste beiaardier

MOL-POSTEL/MEERHOUT — Wie op zomerse zondagmiddagen in de buurt van de abdij van Mol-Postel wandelt, heeft het zeker al gehoord: een concert dat uit de hemel lijkt te komen. Muziek zonder gezicht ook, want voor de sterveling op de begane grond blijft de man of vrouw die in een beiaardtoren zit meestal een nobele onbekende. Vanaf vandaag verandert dat. Hoor je in Mol-Postel de beiaard spelen, dan zit Elien Van den Broeck achter het klavier. Net zestien is ze en daarmee de jongste beiaardier van de wereld.

We ontmoeten Elien en haar vader Wim (45) in de Vlaamse Kamer van de abdij. Pater Ivo schenkt kwistig een Postels biertje in maar Elien houdt het wijselijk op frisdrank. Het is herfstvakantie, dus heeft ze wel wat tijd. Op schooldagen pendelt ze tussen het Lemmensinstituut in Leuven waar ze de kunsthumaniora volgt en de befaamde beiaardschool van Mechelen. Tel daarbij nog concerten in binnen- en buitenland, festivals, wedstrijden… Elien moet haar agenda goed plannen. Vader Wim is beiaardier in Genk, Diest en Peer en tevens organist in Meerhout en Laakdal. “De beiaardschool van Mechelen is wereldwijd bekend”, zegt vader Wim. “Vanuit heel de wereld komen beiaardiers hier het vak leren en in 2014 heeft UNESCO onze beiaardcultuur erkend als immaterieel cultureel werelderfgoed.

De passie van een jong meisje
Amper negen jaar was Elien toen ze voor het eerst aan de beiaard een melodietje speelde. Elien: “Ik was met papa naar een concert gegaan en vond het meteen supermooi. Toen hij na de uitvoering zoveel applaus kreeg, wist ik het: dit wil ik ook. Ik trok mijn stoute schoenen aan en vroeg aan Erik Vandevoort, docent aan de Mechelse beiaardschool, of  ik niet eens een les kon volgen. Dat was in Peer, in een afdeling van de beiaardschool. En ik ben blijven gaan, ook al vonden de meeste van mijn vriendinnen beiaardspelen allesbehalve cool. Nu ik in de kunsthumaniora zit, is dat wel veranderd. Iedereen speelt daar een instrument en er wordt veel over muziek gepraat. Na het middelbaar wil ik nog een hogere opleiding tot dirigent volgen. Maar dan moet ik eerst een diploma van leerkracht behalen.” Of dit allemaal niet wat veel is gedroomd, voor een meisje van zestien?  Elien: “Ik wil dit echt en heb nog geen seconde getwijfeld aan mijn keuzes. Als ik later met muziek de kost wil verdienen, dan kan je best verschillende disciplines onder de knie hebben.”

Het beiaardspel
De beiaard waar Elien op speelt, staat in de abdijtoren, twintig meter hoog. Weinig mensen krijgen hem te zien want een klim naar boven, meestal op trappen die steeds smaller worden, is niet voor iedereen weggelegd. “Hier valt het nog mee”, lacht Elien. “In Nederland zijn het meestal laddertjes waarop je naar boven moet, o.a. in de torens van Zutphen en Tilburg waar ik al gespeeld heb. Een beiaard is een muziekinstrument met een klavier, voetpedalen en metalen draden die in verbinding staan met de klokken. In deze abdijtoren zijn er dat 49. Sla je een toets op het klavier rechts aan, dan krijg je de hoge noten. De voetpedalen dienen voor de basnoten. Ik vind vooral de lichte klankkleur van de hoge noten het mooiste. En ik kan mijn spel ook goed horen, wat elders niet altijd het geval is.” Of ze niet liever op de begane grond zit, zodat iedereen kan zien wie er zo mooi zit te spelen? Elien: “Dan bedoel je zeker de mobiele Bronzen Piano van de Lierse beiaardier Koen Van Assche? Ik vind dat een prachtig instrument dat fantastisch mooi klinkt. Het speelt heel licht en je kan er heel virtuoos op spelen. Boven in de toren is het soms wel het stevigere werk, wat ik wel heel leuk vind. Dan voel je bijna in het echt hoe ver de klank reikt. Op mijn eentje kan ik helemaal opgaan in het spelen, letterlijk tot bloedens toe. Dat is al gebeurd in de beiaardtoren van Brugge, waar mijn vingers open lagen. Maar ik heb toch doorgespeeld.”

Van Mol-Postel tot Barcelona
Tussen al het schoolwerk door, reist Elien Europa rond om op beiaarden te gaan spelen. Elien: “In september was ik nog op een festival in Zwolle (NL). Het was best een moeilijk concert, op een mobiele beiaard waar de muziek ook nog eens gecombineerd werd met theater. Ik heb ook al in Denemarken en Barcelona mogen spelen. Dat zijn echt geluksmomenten.” Dichter bij huis speelt ze – naast de beiaard van Mol-Postel natuurlijk – het liefst in de Sint-Romboutstoren van Mechelen. “En die van Peer is ook mooi hoor, waar mijn vader beiaardier is”, zegt Elien snel. Wedstrijden bleven tot nu toe beperkt tot twee deelnames in Deinze en Frankrijk. Ze won ze allebei. Maar waar ze hoopt één keer in haar leven te mogen spelen, is op de beiaard in de ‘Bok Tower Garden’ in Florida. Elien: “Het is een fantastische toren en een beiaard met een zware klank. Maar misschien ook wel een beetje omdat Geert D’hollander er speelt. Hij is de vader van één van mijn beste vriendinnen en de vroegere stadsbeiaardier van Antwerpen.”

Blijven studeren
Zo vader, zo dochter dus. “Mmm, toch niet helemaal”, zegt vader Wim die eveneens veel tijd doorbrengt in beiaardtorens. “Hoewel ik beiaardspelen fantastisch vind, heb ik Elien nooit aangespoord om dezelfde weg op te gaan. Integendeel, ik was bang voor conflictsituaties als je naast het vaderschap ook muziekmentor moet zijn. Natuurlijk geef ik wel eens instructies maar ik betwijfel of ze daar naar luistert. Ze heeft de beste begeleiding in het Lemmensinstituut bij leerkracht Carl Van Eyndhoven die beiaardier is van de St. Pieter- en Pauwelkerk te Mol en bij Erik Vandevoort in de beiaardschool in Mechelen. Ik moet voor haar geen extra leraar zijn. Thuis speelt Elien op een elektronisch oefenklavier en natuurlijk wordt er aan de keukentafel over beiaarden gesproken. Het is op school een hoofdvak, dan moet je je kind aanmoedigen om te studeren. Want als we eerlijk zijn, heeft ze dat af en toe wel nodig. Maar de goede raad die ik haar geef, is dat ze blijft genieten van wat ze doet. Dat ze op zo’n jonge leeftijd op zoveel fantastische plaatsen kan spelen, is niet voor elk meisje van zestien weggelegd.”

Naar de toren
Het jeukte al even bij Elien. Nu ze toch hier is, wil ze graag even op de beiaard gaan spelen. Door de lange gangen van de abdij vindt ze feilloos de weg naar de toren. Gezwind vliegt ze de trappen op, die inderdaad steeds smaller worden. Eenmaal bij haar lievelingsinstrument aangekomen: “Er is iemand hier geweest, het doek ligt niet meer op het klavier”, schrikt ze. Ze gaat met haar vingers zacht over de toetsen, regelt enkele metalen draadjes bij zodat de klokken juist klinken en klimt op de stoel. Haar voeten reiken net tot aan de pedalen. En dan gaat ze ervoor, volle bak. Heldere klanken tuimelen uit de toren. Door het ronde raampje zien we dat toevallige wandelaars blijven staan. Vader Wim kijkt het allemaal glunderend aan. Maar als we terug naar beneden moeten, wil Elien nog niet mee. “Op de wandelweg van de Oude Arendonkse Baan hoor je de beiaard op z’n mooist”, had pater Ivo daarstraks gezegd. Even later horen we daar inderdaad een 18de eeuwse prelude van de componist Van den Gheyn, haar lievelingsmelodie. De klanken kleuren mee met de herfst. Maar nooit zullen we op die wandelweg op een zomerse zondagmiddag nog de beiaard horen, zonder te denken aan dat meisje van zestien in de toren.

Tekst en foto’s: Suzanne Antonis


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*