Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Rhode Van Elsen vereeuwigt wielerhelden op foto

MOL — De euforie van de winnaar, de pijn van de verliezer, spectaculaire inzinkingen, valpartijen en rondvliegend snot: Mollenaar Rhode Van Elsen (39) legt het allemaal vast op zijn gevoelige plaat. De voorbije drie jaar zwermde hij rond het wielerpeloton in de jacht op het perfecte beeld, met als voorlopig hoogtepunt: de Ronde van Frankrijk.

De wereld van wielerfotografen heeft veel overeenkomsten met die van renners. Op het moment van de waarheid is het drummen, jachten, stressen en sprinten. Elke keer het moment pakken als het zich aandient. Razendsnel schakelen als het misloopt. En je hart een tik voelen overslaan wanneer dat lukt. Als fotograaf voor Kramon_Velophoto weet Rhode Van Elsen daar alles van. In grote klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix probeert hij de renners op zoveel mogelijk geschikte plaatsen te fotograferen langs de kant van de weg.

Hoe sta jij aan de start van zo’n grote koersen?
Rhode Van Elsen: “Net zoals bij de renners staat of valt alles met een goede voorbereiding. Vooraf bekijk ik alle plekken waar ik wil staan op Google Street View, zodat ik het beeld dat ik wil maken al in mijn hoofd heb. Ook de afsnijroutes, sluipwegen, en de tijd tussen twee fotolocaties prent ik in mijn geheugen. Het leuke aan mijn job is de spanning als het peloton nadert. Je hebt maar een paar seconden om je ding te doen, en het moet er boenk op zijn. Soms fotografeer ik de aanstormende renners eerst met een telelens, daarna neem ik snel mijn andere camera om ruimere beelden te maken. Dan hanteer je een soort machinegeweer: tak-tak-tak-tak.”

Ben je zelf een wielerkenner?
“Ik volg het wielernieuws wel op de voet, ja, zodat ik weet welke renners ik in bepaalde koersen in de gaten moet houden. Als ik in Parijs-Roubaix Sep Vanmarcke wil hebben, probeer ik in de verte zijn roze helm al te spotten. Als hij verscholen zit achter andere renners, gebeurt het dat ik nog gauw van locatie verander. Die stress, en het geluk dat je moet hebben, maakt het zo spannend.”

Je collega, Kristof Ramon, zit meestal op de moto tussen de renners, terwijl jij langs de kant van de weg staat.
“Ja, maar tijdens de voorbije twee edities van Parijs-Roubaix en de Ronde had hij voor mij ook een motor geregeld, zodat ik telkens veel sneller naar de volgende strook kon rijden, en de renners veel vaker kon fotograferen. Een paar keer reed ik, voor de koers uit, volle bak over de kasseien, tussen die hagen van mensen. Wat een kick! Roubaix is de schoonste koers van allemaal: alsof je terugreist in de geschiedenis, dat ruwe, dat meedogenloze parcours, de chaos achterin, de pijn op de gezichten, de man-tegen-man-gevechten… De Hel van het noorden is een toepasselijke bijnaam.”

De voorbije zomer mocht je voor het eerst zelf mee op de moto ín koers, in enkele kleinere Belgische wedstrijden. Hoe gevaarlijk is dat?
“Dat valt best mee. We kiezen altijd voor ervaren motards, die echt wel uit hun doppen kijken als ze het peloton voorbij gaan. Het zijn geen cowboys. Mijn eerste keer op de moto zou normaal de GP Monséré geweest zijn, begin maart. Maar toen waaide het zo hard dat zelfs de motards moeite hadden om overeind te blijven. De koers werd afgelast.” (lacht)

Heb je valpartijen gezien?
“Ja, maar gelukkig nog niets ergs. In zulke situaties reageer ik eerst als mens, en pas in tweede instantie als fotograaf. In de Schaal Sels schoof een renner onderuit: mijn motard stopte en zette hem meteen aan de kant, terwijl ik zijn fiets in veiligheid bracht. Pas daarna dacht ik aan de foto… Vlak na de aankomst in Dwars door het Hageland stortte een renner in. Hij ging op de grond liggen en werd helemaal bleek. Ik nam een foto, maar achteraf heb ik wel gevraagd of alles oké was met hem. Stel dat hij iets ernstigs had gekregen, zou ik die foto niet gebruikt hebben. Ook renners hebben een moeder. Soms is het een moeilijk evenwicht. Iedereen herinnert zich het beeld van Wout van Aert die compleet uitgeput op de piste lag, na zijn hongerklop in Parijs-Roubaix. Op zo’n moment besef je dat dat hét voorpaginabeeld wordt. Maar als er te veel volk rond staat, neem ik gauw die foto en ben ik weg. Je moet daar niet met je lens blijven bovenhangen als die mannen lucht nodig hebben. Ik heb een hekel aan het ‘ramptoerist-gevoel’.”

Je studeerde regentaat L.O. Hoe ben je fotograaf geworden?
“Tijdens mijn studies voelde ik al een passie voor fotografie. Daarom volgde ik vier jaar avondschool aan de kunstacademie. Eén van mijn eerste projecten was een reeks zwart-witportretten van Tom Boonen in de studio, in zijn eerste jaar bij Quickstep. Mijn schoonzus kende hem, dat hielp om hem te strikken. Ik had toen al een zwak voor de koers. Samen met mijn familie vulde ik altijd een Megabike-pronostiek in. Tijdens elke koers stonden we dan vurig te supporteren voor de renners uit onze ploeg. (lacht) Na mijn studies nam ik de skatewinkel van mijn ouders over, waardoor er weinig tijd overbleef voor fotografie. Acht jaar geleden, na de geboorte van mijn eerste dochter, stopte ik met de winkel om meer ruimte te maken voor wat ik echt graag deed. Puur voor de lol begon ik naar koersen te gaan om actiebeelden te schieten en een portfolio op te bouwen.”

Je werkte dus gratis?
“Als je ergens wil geraken, moet je daartoe bereid zijn, en in jezelf geloven. Op den duur kwamen de opdrachten: ik mocht beelden maken voor wielerkledingmerken, en voor Go4Cycling, die me hun vips lieten volgen op de dag van de Ronde van Vlaanderen. Drie jaar geleden zag ik op Facebook dat Kristof een assistent zocht. Het klikte meteen tussen ons, hij bleek ook mijn werk al te kennen. Mijn eerste koersen waren de Omloop Het Nieuwsblad en Kuurne-Brussel-Kuurne, koersen die ik de jaren voordien al zonder persaccreditatie had gefotografeerd.”

Dit jaar volgde je voor het eerst de volledige Tour de France. Hoe was dat?
“Extreem verslavend! Je wordt meegesleurd in het ritme van dat circus, dat van stad naar stad reist, en je beseft haast niet meer dat er nog een buitenwereld bestaat. Elke dag was het routes plannen, voorbereiden, foto’s nemen, bewerken en slapen.”

Kristof is huisfotograaf voor Team Mitchelton-Scott, waar Matteo Trentin en de broertjes Yates rijden. Daardoor sliepen jullie in dezelfde hotels als de renners. Had je veel contact met hen?
“Nee, dat is Kristofs werk. Ik laat die mannen zoveel mogelijk met rust. Voor de koers zitten ze in hun focus en nadien moeten ze bekomen van de inspanningen. Maar dat je hetzelfde nomadenbestaan leidt, schept wel een band. Je begrijpt elkaar zonder woorden. Ik ben ook niet nerveus in hun bijzijn, het zijn kerels zoals jij en ik. Een renner om een selfie of een gesigneerd truitje vragen, zou ik nooit doen. Dat is onprofessioneel.”

Hoe was het om de bergetappes mee te maken?
“Magnifiek! Bergop gebeurt alles in vertraging. Je hebt dat gedans op de pedalen, die grimassen, het fantastische decor,… En ze blijven komen, hè. Ik heb meegemaakt dat de eerste twintig renners gepasseerd waren, en het volk al naar beneden begon te wandelen. Daardoor moesten de laatste renners door een massa volk naar boven ploegen. Jammer, want die mannen verdienen evenveel respect als de koplopers. De gekke fans maken onze job soms wel moeilijker. Als je op de perfecte plek staat, gebeurt het dat er plots iemand met een vlag voor je lens springt. Dat is vloeken, al creëert zo’n onverwachte situatie soms ook een meerwaarde voor je foto.”

Zoals een hysterische fan in een Borat-string die mee holt met een ontketende Egan Bernal?
“Zoiets. Of deze.” (toont een foto van Alaphilippe met links op de achtergrond een politie-agent die een selfie aan het nemen is)

Zijn er renners die je liever fotografeert dan anderen?
“Van Alaphilippe en Sagan kun je op elk moment iets speciaals verwachten: wheelies, gekke bekken, rare manoeuvres,… Sagan signeerde tijdens de voorbije Tour zelfs een boek terwijl hij aan het klimmen was. Ik heb het ook voor Mathieu Van der Poel. De speelse manier waarop hij door het hele circus spartelt, is fascinerend. Ik ben voor een opdracht al bij hem thuis geweest: hij heeft nul sterallures.”

Eén van de laatste Tour-etappes werd stopgezet na stortbuien en modderstromen. Wat heb je daarvan meegemaakt?
“Ik zat er middenin! Ik had Kristof afgezet op de Col de l’Iséran. Hij zou de renners vlakbij de top fotograferen en daarna instappen bij een verzorger van Mitchelton-Scott, ik moest op de slotklim aan de finish postvatten. Maar in de afdaling begon het verschrikkelijk te hagelen. Ik vreesde dat de dikke bollen mijn auto zouden beschadigen, en stopte in een tunneltje. Twintig minuten stond ik stil, terwijl er stukken rots afbrokkelden en van de berg af rolden. Toen de bui over was, waren de wegen bedekt met een witte laag ijs. Ik vroeg me af hoe ze de renners daar in godsnaam over zouden sturen, toen ik hoorde dat de koers werd stilgelegd. Het straffe was: aan de finish, een paar kilometer verderop, was er geen druppel gevallen.”

Zit je voltijds in de wielerfotografie?
“Nee, ik geef fotografie in het volwassenonderwijs en doe ook opdrachten voor bedrijven. Die variatie houdt het boeiend. Verder leg ik me ook meer en meer toe op het basketbal. Dit voorjaar ben ik op eigen houtje naar de Final Four in het Sportpaleis gegaan, de Champions League-finale in het basketbal. Opnieuw om mijn portfolio op te bouwen en naam te maken in het wereldje. Nadien stuurde ik enkele beelden op naar de internationale basketfederatie FIBA. Kort nadien nodigden ze me uit om het Europees Kampioenschap voor U16’s in Montenegro in beeld te brengen. Een mooie ervaring, al had ik liever wat meer van dat prachtige land gezien. Ik werk ook voor Corodo Media, het platform van coach Dominic Rossi. Corodo begeleidt individuele basketspelers op sportief vlak, maar helpt atleten en coaches ook bij het opbouwen van hun digitale identiteit, via sociale media en websites. Uiteraard horen daar goede foto’s bij. Eén van de speelsters die ik volg, is An Wauters. Zij revalideert op haar 38ste van een knieblessure. Ik heb haar zien afzien bij kinesist Lieven Maesschalck. Het is onwaarschijnlijk hoe gedreven zij nog is om er volgend jaar bij te zijn op de Spelen. Dat is alvast een droom die we delen.” (lacht)

Meer info: www.rhodevanelsen.com

Tekst: Raf Liekens
Portetfoto: Astrid Steurs
Sportfoto’s: Rhode Van Elsen


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*