Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Een onbekend avontuur in de Poolse hoofdstad

DESSEL/WARSCHAU – Ze kwam er al eens voor haar werk bij Procter & Gamble maar om met je hele gezin voor enkele jaren naar Warschau te verhuizen, daar gingen toch enkele slapeloze nachten aan vooraf. De voorbije zomer vertrokken Marjan Dries (36) en haar echtgenoot Bert Melis (38), samen met hun kinderen Viktor (7) en Arthur (4) dan toch. Een nieuw avontuur in een onbekende stad wenkte.

“Onbekend is onbemind”, zegt Marjan. “Warschau is een mooie en ongelooflijk groene stad met veel parken en rondom grote natuurgebieden. Dat heeft ons aangenaam verrast.” Dat Marjan haar job voor Procter & Gamble nu in Polen doet, maakt niet zo’n groot verschil. In België stuurde ze al het team aan dat verantwoordelijk is voor de contracten met distributiecentra en dat haar basis heeft in Polen. “Het team opereert in heel Europa. Procter & Gamble is een multinational, mijn collega’s komen zowel uit Italië als Mexico, Turkije of Estland.”

Waren jullie voordat jullie de beslissing namen om tijdelijk naar Polen te verhuizen al op verkenning geweest?
Marjan Dries: “Ik kwam er enkele keren voor mijn werk maar dan zag ik eigenlijk niet veel meer dan de luchthaven, het hotel en het kantoor. Wat mij sowieso onmiddellijk opviel, is de uitgestrektheid van het land en de stad. Zeker als je dat vergelijkt met België. Eigenlijk was het voor ons gezin een sprong in het onbekende. Gelukkig is het niet zo ver, op anderhalf uur vliegen kan onze familie hier staan en wij plannen uiteraard ook enkele trips terug naar Dessel.”

Bert, kon jij je job ook meenemen naar Polen?
Bert Melis: “Ik heb het geluk dat ik tijdskrediet kan nemen op mijn werk. Ik zorg momenteel voor de kinderen maar op termijn kijk ik wellicht wel uit naar een job. In Polen is de werkloosheid heel laag en als Europeaan heb je hier geen werkvergunning nodig.”

Hoe ervaren jullie de dagdagelijkse dingen? Is naar de bakker gaan hetzelfde als hier?
Marjan: “Het dagelijkse leven verschilt niet zoveel van dat in België. De winkels zijn hier wel van maandag tot zaterdag open tot 22 uur, dat is best handig. De taal is wel een struikelblok maar de mensen hier zijn enorm vriendelijk en helpen waar ze kunnen.”

Hebben jullie het plan om Pools te leren?
Bert: “We volgen nog geen taallessen maar hebben wel de intentie om dat te doen. Alleen ontbreekt het ons aan moed omdat het toch geen evidente taal is. Als we eraan zouden beginnen, is dat uit respect voor de mensen die we elke dag tegenkomen. Het zou ons leven hier ook wel wat gemakkelijker maken. De taal niet kennen is vooral lastig als de zaken niet lopen zoals gepland. We zijn hier bijvoorbeeld al een paar keer op een wegversperring gebotst voor een sportwedstrijd of een staatshoofd dat op bezoek komt. Om dan de informatie in het Engels te krijgen, is niet eenvoudig. Gelukkig vinden we steeds iemand in de buurt die zo vriendelijk is om te vertalen. Viktor krijgt al wel Poolse les op school, hij staat momenteel het verst.”

Hoe ervaren de kinderen het leven in Warschau? Komen er al Poolse vriendjes aankloppen?
Marjan: “Viktor en Arthur gaan naar de British School en spreken daar Engels. Ze zijn er nu één maand en we horen ze al af en toe iets in het Engels zeggen. Maar in het begin is het best moeilijk geweest. We hebben al een paar verjaardagsfeestjes achter de rug en in hun verhalen horen we toch regelmatig dezelfde namen terugkomen. Bij Arthur is de taal sowieso minder een barrière omdat in een kleuterklasje alles spelenderwijs verloopt. Maar hij kan het niet hebben dat iedereen zijn naam uitspreekt als ‘Artoer’. Waar ze allebei verbaasd over zijn, is dat er op school gewerkt wordt met schoenen voor binnen en schoenen voor buiten. Telkens de kinderen naar buiten gaan, moeten ze van schoenen wisselen en dat vinden ze erg onhandig. We hebben nog geen winter meegemaakt hier, misschien zien ze er het nut wel van in zodra de sneeuw begint te vallen.”

Hoe ziet het lessenpakket van Viktor eruit?
Bert: “De Britten besteden veel aandacht aan taal. Momenteel werken ze rond het thema ‘regenwoud’ en tijdens deze lessen moeten ze hun woordenschat uitbreiden en opstelletjes schrijven. Er wordt ook van hen verwacht dat ze thuis elke dag minstens dertig minuten lezen. De lessen eindigen om 15 uur en daarna hebben ze nog naschoolse activiteiten tot 16 uur.”

Hoe ervaren jullie de stad Warschau, als jullie op zondag eropuit trekken?
Marjan: “Het is ongetwijfeld de meest groene hoofdstad ter wereld. Je kan een citytrip hier perfect combineren met kamperen in de natuur. De bossen rondom de stad zijn enorm groot, we moeten echt opletten dat we tijdens een wandeling niet verdwalen. In de stad valt ons vooral de netheid op. Er ligt nergens zwerfvuil en zelfs de bladeren aan de kant van de weg worden opgeruimd. De Polen zijn erg trots op hun land. Onlangs zag Bert een man een sigarettenpeuk uit de wagen gooien. Meteen werd er geroepen en geclaxonneerd. Het  autoverkeer is wel druk en soms gevaarlijk, anderzijds zijn ze heel hoffelijk voor de zwakke weggebruikers.”

Polen is ook gekend als een heel katholiek land, met dank aan wijlen paus Johannes Paulus II. Zien jullie daar nog iets van terug?
Marjan: “Zeker, we zien regelmatig zusters en paters in habijt over straat lopen en in de kathedraal kan je nog bijna elk uur een mis bijwonen. De katholieke kerk heeft ook nog veel invloed op de staat. Zo moeten de winkels verplicht sluiten op zondag en is er nogal wat tegenstand als er sprake is om de rechten voor holebi’s uit te breiden.”

Als er bezoek uit Dessel komt, wat laat je hen dan zeker zien van jullie nieuwe thuisstad?
Bert: “De oude stad is zowel mooi als fascinerend. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ze helemaal vernield. De Polen hebben ze op basis van foto’s en schilderijen heropgebouwd. Het lijkt nu alsof je in een gigantische filmset rondloopt. Op veel plaatsen in de stad wordt de oorlog nog prominent herdacht. Het is zodanig aanwezig dat de kinderen er zelfs vragen bij stelden. We hebben ze echt moeten geruststellen dat de oorlog voorbij is en dat ze in een veilig land wonen.”

Welke plekken in Polen willen jullie zelf nog zien?
Bert: “We brachten onze eerste zomervakantie door aan de Baltische kust, in het mondaine Sopot. Van daaruit hebben we ook enkele keren Gdansk bezocht, een prachtige stad. We willen zeker nog naar Krakau en het vlakbij gelegen Auschwitz, hoewel dat geen bestemming is om met kleine kinderen te doen. Voor onze volgende uitstapjes zullen we dus eerder gaan hiken naar de berghutten in het Tatragebergte of gaan kamperen in het bizonbos op de grens met Wit-Rusland.”

En wat weten de Polen over België?
Marjan: “Het bier, de frieten en de chocolade zijn uiteraard de klassiekers. Je vindt hier ook op veel plaatsen Belgische wafels of toch de Poolse versie ervan. Speculaas kennen ze niet, die bakken we regelmatig zelf. En goulash is bij hen soep, terwijl wij dat als stoofvlees op tafel zetten. Maar in tegenstelling tot de rest van de wereld, noemt men de frieten hier wel degelijk ‘frytki belgijskie’ en niet French fries. De Poolse keuken is vooral stevige kost met opgelegde groenten. In de supermarkt kunnen ze een hele gang vullen met augurken. Dat smaakt als ingrediënt maar zo’n grote augurk als groente is wat te veel van het goede. We hebben ook al heel wat restaurantjes uitgeprobeerd en tot hiertoe valt er ons niets tegen. De grootste verrassing is telkens de rekening. Vaak is het zo goedkoop dat het niet de moeite is om zelf te koken.”

Van welke Poolse gewoonte weten jullie nu al: hier gaan we nooit aan wennen?
Bert: “Het is misschien een overblijfsel van vroegere tijden maar de administratie om iets geregeld te krijgen, is soms vrij intens. Je moet hier niet raar opkijken als je op één formulier drie keer de datum en je handtekening moet zetten. Anderzijds: als het mooi weer is, komt iedereen naar buiten om te gaan picknicken in het park. Zelfs de barbecue gaat dan mee. Dat zouden we in België ook wel willen.”

Missen jullie veel van België?
Marjan: “De pistoleetjes op zondagochtend en naar de frituur gaan in het weekend. De liefde voor ons thuisland gaat door de maag. En de familie en vrienden natuurlijk maar dat is niet abnormaal. De reacties van het thuisfront toen we vertrokken waren gemengd. Sommigen zagen het als een spannend avontuur terwijl anderen niet echt overliepen van enthousiasme. Polen is dan ook niet de meest sexy bestemming.”

Toch zijn er wellicht zaken die de Belgen van de Polen kunnen leren.
Bert: “Zeker, het openbaar vervoer staat op één. Het is hier uitgebreid, stipt en gemakkelijk in gebruik. Met één app kan je betalen, de route volgen en wordt er gezegd waar je moet af- of overstappen. En je kan hier overal met een betaalkaart terecht, ook voor een ijsje van 5 zloty dat omgerekend 1 euro kost. Polen is echt geen onderontwikkeld land. Het platteland lijkt wel eenvoudig maar op vele vlakken zou je zeggen dat ze verder staan dan in België. Er is ook geen gedoe met verkeersbelasting of rekeningrijden. Buiten enkele tolwegen zitten alle belastingen in de brandstof. In Warschau is de levensstandaard hoog. Ze hebben wel een lager loon en wonen bijgevolg kleiner maar elke Pool heeft wel minstens twee of drie badkamers.”

En wat vooral de familie in België zal interesseren: wanneer komen jullie terug?
Marjan: “Het plan is om drie of vier jaar in Warschau te blijven. We amuseren ons hier opperbest in een land dat ons op vele vlakken al heeft verrast. En hoewel we in België niet meer in Dessel wonen, blijft de Kempen onze echte thuis.”

Tekst: Suzanne Antonis


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*