Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Een thuis voor 150 kabouters

SINT-ANTONIUS-ZOERSEL — De Kempense deelgemeente Sint-Antonius-Zoersel telt zo’n 5.000 inwoners, maar dat is buiten een bijzonder volkje aan de Lorkenlaan 22 gerekend. In de tuin van Daniël Le Bon en Ingrid Piedfort wonen maar liefst 150 kabouters. Voor de kinderen uit de buurt zijn het geen onbekenden. Staat de tuinpoort open, dan mogen ze met de kleurige ‘pinnenmutsen’ naar hartenlust nieuwe sprookjes verzinnen.

“Vijf jaar geleden is het begonnen”, zegt Daniël Le Bon (74) “Met één kabouter waar de kleinkinderen mee kwamen aandragen. We zetten hem neer in de tuin en niet veel later kreeg hij al gezelschap. En nog één en nog één… Het is wat uit de hand gelopen. We kunnen in geen tuincentrum komen zonder dat we met een kabouter aan de kassa staan.” Ingrid Piedfort (64) beaamt: “we gaan ook graag naar rommelmarkten. Daar kan je voor een prikje soms schattige exemplaren op de kop tikken. We zijn al eens met een bomvolle bestelwagen thuisgekomen. Ook mensen die ons kabouterbos kennen, brengen  de kabouters die in hun tuin in de weg staan naar hier. Af en toe stappen we bij een antiquair binnen, daar verkopen ze de duurdere exemplaren. Zo hebben we al Sneeuwwitje en de zeven dwergen aan onze verzameling kunnen toevoegen. We vonden het hele sprookje bij toeval in Parijs. Maar in de eerste plaats gaat het om het plezier dat de kinderen eraan hebben, niet om een uitzonderlijke collectie op te bouwen.”

Lievelingskabouters
De kinderen uit de buurt weten het al: staat de poort aan de Lorkenlei 22 open, dan zijn de kabouters wakker. Ook vandaag huppelen ze vrolijk over de smalle paadjes waarlangs het kleine volkje de wacht houdt. Alles is aangelegd op kindermaat. Ingrid: “Ze mogen vrij rondlopen maar we vragen wel dat ze de kabouters niet verplaatsen. Het is geen speelgoed en de meeste kinderen respecteren dat. Ze hebben vooral plezier in het creëren van hun eigen fantasiewereld. Vanuit de keuken kan ik een oogje in het zeil houden maar ik moet zelden ingrijpen. Komen er kinderen die we nog niet eerder hebben gezien, dan maken we met hen een verkenningsronde. Zo weten ze hoe ver het kabouterbos reikt want het is nu ook weer niet de bedoeling dat ze in de hele tuin rondrennen.” Wat de lievelingskabouters zijn? De kinderen wijzen meteen naar een kabouter met een brilletje. “De nozems”, lacht Daniël, “het blijkt het beeld te zijn dat kinderen vandaag voor ogen hebben.” Maar ook de ‘werkers’ kunnen op hun vriendschap rekenen. Een kabouter die het gras maait, de houthakker, met een kruiwagen… “Alle wat met het bos te maken heeft, is ook typisch voor kabouters”, zegt Ingrid. “We zoeken niet bepaald naar één of andere uitvoering. De enige voorwaarde is dat ze zindelijk zijn en dat we ze nog niet hebben.” We doen even een test bij de kinderen: of ze Kabouter Plop al hebben gevonden en ligt kabouter Lui niet ergens achter een boom te slapen? Het kleine grut kijkt ons verbaasd aan: die horen hier toch niet thuis! Dit kabouterbos is duidelijk een andere wereld. 

Een huis voor de kabouters
Intussen kregen de kabouters ook een warm onderkomen. Daniël: “We hebben van een verzamelaar een foorwagen kunnen kopen die we zelf restaureerden. We vernieuwden het dak en knapten het interieur tot in de kleinste details op. Er zijn ook enkele bedjes in gemaakt. De buitenkant lieten we met kleurrijke motieven beschilderen door een reclametekenaar.” Ingrid: “De kinderen vragen wel eens of zij ook hier mogen slapen maar dat laten we niet toe. Erin spelen mag wel maar meestal duiken ze toch snel in het bos. Ook de allerkleinsten die met hun ouders of grootouders hier in een buggy komen aanwaaien, zijn erdoor betoverd. Dat hadden we niet echt verwacht.” Terwijl de kinderen vrolijk tussen de kabouters lopen en hier en daar hun favoriet over de bol aaien, toont Daniël me nog een verborgen plekje. “Voor de ouders”, lacht hij, “hier staan de stoute kabouters.” en hij opent langs het pad een houten deurtje dat we eerder nog niet hadden gezien. “Niet voor publicatie hoor”, zegt Daniël streng. “Wie ze graag wil ontmoeten, mag altijd langskomen.”

Een kabouterbos op tuinmaat
Daniël en Ingrid zijn formeel: het kabouterbos kan niet verder uitbreiden. Daniël: “Als langs de paadjes de éne kabouter naast de andere staat en er geen plekje groen meer overblijft, dan stoppen we. Het is niet de bedoeling om er hier een Efteling van te maken. Maar als Onderox-lezers thuis een leuke kabouter hebben die nog niet in ons bos woont, mogen ze hem brengen. Want dat hebben we intussen wel geleerd: niemand gooit een kabouter zomaar weg. Ze zoeken er liever een nieuwe thuis voor en dat mag gerust in ons kabouterbos zijn.”

Meer info
Het kabouterbos bevindt zich aan de Lorkenlaan 22 in Sint-Antonius-Zoersel. Als de tuinpoort open staat, zijn Daniël en Ingrid thuis en is het kabouterbos toegankelijk voor het publiek.

Tekst en foto’s: Suzanne Antonis


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*