Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Anne Van Opstal: “Het probleem is dat ik alles graag doe”

HOOGSTRATEN/DEURNE — Dertigers van nu konden haar in hun jeugdjaren vinden in ‘Cahier de Brouillon’ of hadden haar als leidster bij de KSJ in Hoogstraten. ‘De Pax’ en het Rozenkransparkje erachter waren ook favoriete plekken. Maar vandaag zien we Anne Van Opstal (33) vooral op een podium. Als musicalactrice, improvisatieartieste, countryzangeres, één van de drie Sailorettes of met haar zus Sara. Een veelzijdige dame dus. “Het moeilijkste aan deze job is keuzes maken.”

We zochten Anne op in Deurne-Noord, waar ze samen met haar vriend een charmante woning kocht. In de warm-witte woonkamer prijkt een piano en de countrygitaar staat klaar in een hoek. Op de tafel liggen partituren en teksten die ze nog moet instuderen. Haar saxofoon ligt echter wat meer opzij en ook de plek om te dansen is kleiner geworden. “Het is te veel”, zegt Anne. “Het probleem is dat ik alles graag doe en dat ik moet kiezen. Anderzijds helpt die veelzijdigheid me wel aan voldoende werk want, laten we wel wezen, ook een podiumartieste moet haar lening kunnen afbetalen. In een klein cultuurgebied als Vlaanderen is dat niet altijd evident. In Antwerpen wonen is wel een voordeel maar met mijn hart woon ik toch vaak in Hoogstraten. Mijn beste vrienden zijn nog altijd daar.”

De familie Van Opstal is een begrip in het creatieve Hoogstraten.  Voelde je als kind al: dit wordt ook mijn ding?
Anne Van Opstal: “Ik ben opgegroeid met muziek in huis. Mijn ouders hadden een zangkoor opgericht: ‘Vialta’. Intussen is dat uitgegroeid tot een gerespecteerd kamerkoor maar de eerste repetities waren bij ons in de woonkamer. Ik geloof dat ik een jaar of drie was. Wanneer ik moest gaan slapen, zong  het voltallige koor voor mij een slaapliedje. Ook in de toneelkring ‘Tinello’ zijn mijn ouders al jaren actief. Mijn moeder vooral op de planken, mijn vader meer achter de schermen bijvoorbeeld met bewerkingen maken en regisseren. Als hij met een idee afkomt, denkt iedereen: oei, wat schudt hij nu weer uit zijn mouw, maar eenmaal het op een podium gespeeld wordt, is het elke keer een succes. Zelf heb ik mijn eerste stappen op het toneel bij hen gezet, in het stuk ‘De Gek op de Heuvel’. Mijn broer Michiel is stadsdichter van Hoogstraten en met mijn zus Sara ga ik nog regelmatig zingen op recepties en trouwfeesten. Zij is muzieklerares en speelt in verschillende groepjes. Inderdaad, in alle bescheidenheid mag ik wel zeggen dat de Van Opstals in Hoogstraten nogal gekend zijn.”

Toch koos je niet dadelijk voor een creatieve opleiding. Je studeerde Wetenschappen-Wiskunde. Hoe verklaar je dat?
“Dat vond iedereen inderdaad een rare keuze. Ik herinner me nog Karel De Pooter, mijn leraar wiskunde op het Klein Seminarie: ‘Maar Anneke toch, acht uur wiskunde! Je verdoet je tijd!’ Ik was ook een babbelkous en belandde wel eens in de strafstudie. Maar van straf kwam niet veel in huis, het waren meestal aangename babbels over mijn toekomst. Ik haalde wel kattenkwaad uit maar ze konden dat van mij precies verdragen, omdat ik altijd een goeie uitleg had. Dat ik wiskunde studeerde was eerder omdat ik een goede basis en algemene kennis ook belangrijk vind. Maar die boot is dus nooit gaan varen. Het creatieve kreeg uiteindelijk toch de bovenhand, hoewel ik in de muzieklessen wel veel heb gehad aan al die wiskunde.”

Hoe kwam je in de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg terecht?
“Ik had eerst toegangsexamen gedaan voor een acteeropleiding bij Herman Teirlinck maar was niet geslaagd. ‘Te jong’, zeiden ze daar, ‘vul eerst je rugzak en kom dan terug.’ Ik begreep het niet en dacht dat ik met mijn 1,60 meter te klein van gestalte was. Ik schreef me dan in voor een 7de jaar secundair in de kunsthumaniora in Antwerpen waar ik een vooropleiding kreeg voor Musical en Theater. Hoewel ik daar ook liever feestte dan studeerde, slaagde ik maar ik kreeg mee dat als ik in dit vak iets wilde bereiken, ik toch wat meer discipline moest hebben. Alcohol en laat gaan slapen zijn nefast voor de stem. In Tilburg viel alles op zijn plaats en zo staat op mijn cv nu ‘musicalactrice’. Al is dat niet altijd een voordeel.”

Hoezo? Wat is er mis met een musicalactrice?
“In het wereldje wordt er soms minderwaardig over gesproken maar ik vind het natuurlijk wel volwaardig. Je moet álles kunnen: dansen, acteren en zingen. Er zijn weinigen die in de drie disciplines een topniveau halen. Bij mij is dansen bijvoorbeeld wat minder. Acteren daarentegen, ik voel echt dat daar mijn hart ligt. Je verhaal oprecht vertellen en een hele zaal kunnen meenemen in de wereld waarin jij op dat moment vertoeft, vind ik zalig.”

In de grote musicals speelde je al Doornroosje, Sneeuwwitje, Assepoester,… Wanneer wordt Anne eens een boze heks?
“Klopt, ik word vaak gevraagd voor de zachte rollen. Ik denk dat ze mij kiezen omdat ik op een podium – als ik dat zo mag zeggen – aimabel overkom. Zeker naar kinderen toe. Ik kan met een open blik mensen het gevoel geven: kom maar mee in mijn wereld. En kinderen zijn goudeerlijk, ze geloven ook écht dat ik Sneeuwwitje ben. Maar je hebt gelijk, een minder sprookjesachtige rol spelen zou ik zeker even graag doen. Vorig jaar is het me voor de eerste keer gevraagd voor het zomerstuk ‘De Sinksenfoor’ van productiehuis Het Achterland. Daar moest ik een foorwijf met ballen neerzetten. Dat was echt zoeken en ik moest meermaals horen dat ik nog te lief was. Maar het is gelukt en het publiek was verrast want zo kenden ze mij niet.”

Kennen ze je ook van je werk bij de Belgische Improvisatie Liga? Hoe rijm je dat met je persoonlijkheid?
“Ik moet daar inderdaad uit mijn comfortzone komen want improvisatietheater vraagt per definitie snelheid, taalvaardigheid en grappig zijn. Dat is nog een werkpuntje. Voor het komende seizoen werken we aan een nieuwe voorstelling voor het secundair onderwijs. Dat is half gescript, dus ik heb een kader waarbinnen ik kan improviseren. Ik leer er ook veel van voor mijn gewoon theaterwerk. Stel dat er daar iets mis loopt, dan sta je met wat improvisatie-ervaring toch steviger in je schoenen om de dialogen weer vlot te trekken. Het publiek wéét niet wat er moet gezegd worden hé.”

Je proefde ook al van televisie. Is het werken voor een camera anders dan op een podium?
“Zeker, op een podium moet je soms wat groter spelen, je emoties aandikken of ondersteunen met je lijf om het voor een publiek in een grote zaal meer zichtbaar te maken. Een camera daarentegen registreert het van veel dichterbij. Ik heb nog niet zoveel ervaring met televisie maar vind het fijn om te doen. Het is soms wel moeilijker om de spanningsboog te zoeken want je speelt telkens losse scènes die nadien bij elkaar gebracht worden. Je moet dan telkens meteen in een emotie stappen en dat is echt een vak apart. In het theater begin je aan een stuk dat dan in een flow gaat tot het einde.”

En waar moeten we Anna West plaatsen, je country alter ego?
“Oh, nu je erover begint, gaat het weer kriebelen. Het komt er te weinig van maar ik doe het doodgraag omdat in countryliedjes ook echt iets verteld wordt. Het lijkt wel een rode draad in mijn leven: dat oprecht overbrengen van verhalen. De instrumenten die bij country daaronder zitten, versterken nog de emotie. Ik moet er dringend weer aan beginnen.”

We praten nu al een hele tijd en altijd ging het al over Anne op een podium. Heb je bepaalde rituelen voor je begint?
“Als ik onrustig ben, doe ik ademhalingsoefeningen. Dat helpt. Ik kan soms heel zenuwachtig zijn, ook bij audities want daar word je echt beoordeeld. Maar wanneer ik goed voorbereid ben, en er is een lang repetitieproces aan voorafgegaan zodat ik me vertrouwd voel, dan heb ik er minder last van. Een zonnegroet, een beweging uit de yoga, helpt ook. Dan is mijn lijf gekoppeld aan mijn hoofd en komt het goed.”

Laten we het nog even over Hoogstraten hebben. Wil je nog terug?
“Als ik eerlijk ben: ja! Ik mis in de stad de natuur en dieren in de tuin. We hadden thuis een pony, geitjes, kippen, konijnen en zelfs een ezel en hier is daar allemaal geen plaats voor. Ik mis ook wel de spontane contacten die je in een kleine leefomgeving veel sneller hebt. Als ik in Deurne naar de winkel ga, kom je niet zo vaak iemand tegen die je al kent. In Hoogstraten kan je onderweg altijd met iemand een babbeltje doen. Maar om terug te gaan naar de Kempen, moet ik mijn vriend (Nick Van Hoof, nvdr.) nog meekrijgen natuurlijk. Hij heeft op Circulair Zuid in Antwerpen samen met Kevin Kegeleers het ‘open vuur restaurant’ Zouterover.  In Hoogstraten brengen ze dat ‘open vuur concept’ rond een kampvuur waar mensen workshops kunnen volgen of een interactief diner kunnen meemaken. Ook hij zal keuzes moeten maken.”

Is er iets wat Hoogstraten kan leren van een stad als Antwerpen?
“Cultuur! We hebben geen echt cultuurcentrum. Er is de Rabboenizaal in het Spijker maar die heeft een slechte akoestiek en iedereen weet dat. Dan is er onder andere nog Sint-Cecilia, een heel charmant zaaltje dat na aan mijn hart ligt, maar jammer genoeg niet echt een volwaardige theaterzaal. Waarom doen ze daar niks aan? Het klinkt gevaarlijk want nu doe ik politieke uitspraken maar in Hoogstraten kwam er wel een fantastisch zwembad. Hadden ze daar een theaterzaal naast gezet, dan hadden we een mooi groot complex gehad waar iedereen plezier van zou hebben.”

Meer info
Anne speelt vanaf september 2019 in het EWT theater met ‘Klep Toe’. Voor Take Two staat ze in de productie ‘Over de doden niks dan goeds’.
www.annevanopstal.be

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*