Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Het Zilvermeer, een Kempens monument wordt zestig

Mol – Het Zilvermeer is een begrip. Dat was het al bij de officiële opening in 1959 en doorheen de jaren werd het er zeker niet minder op. Zestig jaar later is het nog altijd een parel waar het goed toeven is. En waar er ook hard gewerkt wordt. Maar wat maakt het Zilvermeer nu zo bijzonder? Wij gingen het ter plekke vragen.

Eerst een stukje geschiedenis: om het spontaan gegroeide toerisme rond de zandwinningsputten een beetje geordend te laten verlopen, richtte het Molse gemeentebestuur in 1947 op het Zilvermeer een zwemstrand in. Want er was al passage genoeg: Sluise snotneuzen, Molse burgerij, zonnekloppers en kampeerders van Antwerpen en Brussel. Het romantische, één-met-de-natuur-gevoel sprak velen aan. In 1957 huurde het Antwerpse provinciebestuur de gronden van de zandwinningsbedrijven en nam meteen de infrastructuur over. Er werden gigantische plannen getekend, een soort Efteling zou hier komen, lang voor Anton Pieck het Sprookjesbos in Kaatsheuvel tekende. Van bij de officiële opening in 1959 was het meteen volop koekenbak. Duizenden toeristen vleiden hun badhanddoek neer op het waspoederwitte strand. En gelukkig kwam er een einde aan het ietwat puriteinse regime dat bepaalde actoren vanuit het Molse gemeentebestuur er opgelegd hadden. De kiem voor de toekomst was gelegd. Het domein groeide verder uit tot een toeristische topper met een naam als een klok. De ‘buitenslapers’ van midden jaren ’50 zouden het vel van hun kneukels wrijven van verwondering als ze zagen en ervaarden dat er niet langer diende gekookt te worden met  water uit het kot van den Engelsman (volkse benaming voor de huidige zwemvijver, nvdr.) en dat het sanitair iets verder gevorderd was dan een hudo (palen met een zeil rond een gat in de grond, nvdr.) op een scoutskamp. De camping is bijvoorbeeld een dorp op zich. En wie het niet begrepen heeft op tent of caravan, vindt zijn gading wel in blok- of kampeerhutten. Kamperen kan hier zelfs op het water of je kan er ‘oevernachten’. Voor wie minder mobiel is, is er een 100% toegankelijke woning. Om nog niet te spreken over alle spel- en speelmogelijkheden. Op een dergelijk domein dient echter ook, voortdurend en op de meest doordachte én onverwachte ogenblikken gewerkt te worden.

De familie Peeters
Ik klop aan bij Jef Peeters, telg van de familie Peeters, gepokt en gemazeld op het domein. Jef: “Onze grootvader Marcel, was er hier van in het begin bij. Hij was elektrieker, maar schopte het tot brigadier, vergelijk dat met ploegbaas. Onze pa, Jos, was indertijd garagist bij Van Buggenhout maar hij begon hier ook te werken. Omdat hij garagist was, kon hij ook rijden met de vrachtwagens en de Unimog. Toen volgde mijn broer Swa in de voetsporen van onze pa. Omdat er geregeld examens uitgeschreven werden, begon ook mijn broer Marcel hier als elektrieker. Hij schopte het net als onze pa tot brigadier. Zelf ben ik in 1981 aan de slag gegaan als schrijnwerker, waar ik een goede leerschool kreeg bij de oudere lichting. Ik heb hier 38 jaar gewerkt. Honkvast noemen ze dat, zeker? Ik heb hier de gouden jaren meegemaakt. Ook op menselijk vlak. Ik ben elke dag fluitend naar het werk vertrokken. Niks was ooit te veel, moest er iets gebeuren, dan gebeurde het, over uren werd niet gepraat, het werk ging voor. En het werk moest goed zijn, het moest af zijn! Mijn broer Guy is hier in ’97 begonnen als man voor het sanitair. Op Swa na zijn we ook allemaal redder geweest. Dat was iets waar wij echt naar opkeken. Om de vereiste zwemvaardigheden te halen, hadden we veel steun aan Paul Van Den Bosch, de vermaarde coach. Want redder op een dergelijk domein, dat houdt toch best de nodige verantwoordelijkheden in. Ik ben voor de koers tegenwoordig vaak op reis in het buitenland. Ik heb dan altijd een pak folders bij me van het Zilvermeer, die ik overal ga verdelen.  Die ster van het Zilvermeer wil ik blijven uitdragen, ook nu ik pas gepensioneerd ben.”

De smoutebollen van Jeroen Meus
Op de camping stuit ik op twee trouwe kampeerders en bezoekers van het domein. “Kijk eens, dat is toch schoon eh,” wijzen Lucien Teck (76) en Vera – Louisa – Peeters (75) naar een resem boomklevers en het nestje van een eekhoorntje dat resideert op hun stukje paradijs van 10 bij 15 meter. “Ons Louisa is hier een BV, een Beruchte Vrouw”, gniffelt Lucien. Of hij daarmee toevallig doelt op de doortocht van Jeroen Meus, hier vorig jaar op de camping? “Absoluut”, stelt Lucien enthousiast. “En hij moest achteraf toegeven dat mijn smoutebollen beter waren dan de zijne. Ik heb hem zelfs een trucje geleerd om veel smoutebollen te bakken dat hij nog niet kende. Hij heeft de tip in dank aanvaard, maar ’t is ook een heel sympathieke  kerel. Morgen bak ik weer smoutebollen. Als je straks bij de directeur komt, zeg maar dat hij uitgenodigd is. En wat vind je hiervan? (Louisa diept een gigantische cake op). Heb ik net gebakken voor een buurvrouw die vandaag jarig is. Die gaan we straks opsmullen. Ik kan daar zo van genieten.” Ik pols intussen of ze hier al lang komen. Lucien: “Ik ben hier in ’68 beginnen werken. Ik zat aan de inkom, men is me toen komen vragen of ik Engels sprak, en Frans en Duits, en zo ben ik op het bureau terecht gekomen. Toen ik ging werken, zat Louisa met de kinderen thuis en al snel besliste ze om dan hier maar te komen kamperen. Vroeger gingen we enkel tijdens de verplichte sluiting weg. We zitten ook wel graag thuis, maar hier zit je nooit alleen. En als ik zin heb om niks te doen, dan doe ik niks.”

“Maar er valt hier altijd wel iets te beleven, hoor. Toen er een drietal jaar geleden vluchtelingen tijdelijk gehuisvest werden, hebben we voor de hele zwik frietjes gebakken. En op onze vorige stek hebben we ooit een halve meter water gehad. De bereidheid van de buren is hartverwarmend, er is zo veel samenhorigheid. We maken fietstripjes, we doen aan tepke schieten, we gingen vroeger kaarten en geweerschieten in de kelder… Alle jubileums hebben we hier gevierd. ’t Is hier het paradijs!”

De burgemeester op zijn fiets
Een beetje verderop ontmoet ik Christ Delen (76) en Maria Verborcht (71). Zij zijn decennialang de motoren geweest voor de Zilvermeer Fietseling, een evenement dat honderden fietsers op het zadel kreeg om de omgeving te leren ontdekken. De sociale contacten laten hen nog elke dag glunderen als ze vanuit de strandzetel koekjes uitdelen aan buurjongetjes die die koekentrommel wel weten te pruimen. Als eerste wil ik weten hoe ze hier ooit terechtkwamen. Christ: “Wij waren eerst actief in Bergen op Zoom. Op een gegeven moment, het zal in 1971 geweest zijn, was ik bij een neef van Maria een huis aan het zetten. Die vertelde gloedvol over camping Zilvermeer, dat we toch eens moesten komen kijken. Onze zoon moest naar een sanatorium, dus we oordeelden dat de Kempense dennenlucht wel heilzaam zou werken. In 1973 zetten we de stap en kwamen we kamperen. In de winter stalden we onze caravan bij gastvrije boeren in de omgeving. Al heel snel trokken we er met de sportfiets in alle richtingen opuit. Met de komst van een van de eerste toeristische paden, het Miel Ottenpad, werd het aanbod nog ruimer. Ook de jaagpaden langs de kanalen werden steeds meer verhard. Dat kwam voor de fervente fietsers zoals wij erg goed uit.”

“In 1986 zijn we dan gestart met de Zilvermeer Fietseling. We kregen van meet af aan erg veel steun van het Molse gemeentebestuur. Zo herinner ik me een rit toen we woorden kregen met ‘ambtenaren van het Groen’. Ze dreigden ermee de burgemeester te laten komen. Nu fietste die toevallig met ons mee en hij maakte het de heren erg snel duidelijk: ofwel uit de weg gaan, ofwel van de weg geplukt worden. Wij konden verder.” Al werd de Fietseling op een bepaald moment behoorlijk groot. “Het was de Tour niet, maar er reden vele honderden deelnemers mee. Onder begeleiding van het Rode Kruis, met volgwagens, met een bezemwagen, er waren begeleidende motards… Ja, dat was best een behoorlijke organisatie. We konden rekenen op meer dan honderd vrijwilligers die o.a. als voorrijder fungeerden. Voor blinden en slechtzienden organiseerden we ooit een aparte rit waar meer dan honderd tandems meereden. Die vrijwilligers vonden we vlot, wij gingen helpen op lokale evenementen als de Lichtstoeten of de Stranddagen van Radio Mol en zo konden wij bij hen rekenen op dezelfde steun.”

“Wat er zo mooi is aan het Zilvermeer? Dit is zo’n prachtige streek! Alle vrije dagen zijn we hier te vinden. Die mooie omgeving, al zie ik wel met lede ogen veel van die oergezellige dorpscafeetjes verdwijnen en dat is erg spijtig. Maar ach, alles verandert! Vroeger mocht je niet in bikini rondlopen, je mocht er zelfs niet in slapen of je werd er door de wachters op aangesproken. In 2009 organiseerde men in het duikcentrum een avondje met paaldansen. Het kan verkeren, maar het blijft hier zalig.”

De schat in het Zilvermeer
Voor we opnieuw vertrekken kloppen we nog even aan bij de directeur, Toon Claes. Of hij een boeiende job heeft, vraag ik me dan af. Toon: “Echt wel! We blijven continu verder bouwen om het domein eigentijds en attractief te houden. We konden bijvoorbeeld pas een nieuw stuk speeltuin openen dat gericht is op ontdekking en avontuur. Er zijn torens bijgekomen met loopbruggen en er is een rolstoelpad. Er is nu ook een leuke tentoonstelling over zestig jaar Zilvermeer. Die loopt nog tot 21 september en dat is de datum waarop we ook een grote retro familiedag plannen. Dus ja, het blijft boeiend, zeker als de weergoden ons gunstig gezind zijn.”

De onvergelijkbare Karl May liet zijn helden Old Firehand, Winnetou en Old Shatterhand ooit op zoek gaan naar de schat in het Zilvermeer. Hier zijn ze zich ervan bewust dat de échte schat het Zilvermeer zelf is.

Meer info:
In het administratieve gebouw loopt aan de animatiebalie nog tot 21 september een tentoonstelling over zestig jaar Zilvermeer. Die kan gratis bezocht worden door alle betalende bezoekers van het domein.

Tekst en portretfoto’s: Jef Aerts


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*