Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Het drukke leven in de paardenkliniek

KASTERLEE — In ons land is er per provincie ongeveer één gespecialiseerde paardenkliniek. De Kempense paarden die ernstige zorg nodig hebben, worden naar Equinox in Kasterlee gebracht. Daar doet een gespecialiseerd team al het nodige om de dieren te helpen. Een job waar passie, kennis en inzet absolute vereisten zijn, zelfs al gaat dat soms ten koste van het eigen privéleven.

Dierenarts en paardenchirurg Tuur Vangroenweghe (36) leidt ons vandaag rond en stelt ons voor aan zijn collega’s. Op jaarbasis komen hier zo’n 800 paarden langs. Er liggen er gemiddeld 1 à 2 per dag op de operatietafel. Sommige blijven één nacht, anderen een week. Afhankelijk van de ernst van hun probleem. Vandaag zullen er twee paarden op tafel komen te liggen. “Dit paard probeerde bijvoorbeeld over een draad van zijn omheining te springen en heeft zich daarbij gekwetst”, vertelt Tuur. Via een gigantisch takelsysteem wordt het dier, dat verdoofd is, via zijn benen opgetild en voorzichtig op de tafel gelegd. Indrukwekkend om te aanschouwen. Collega Stefan De keersmaecker (55) voert de operatie uit, bijgestaan door Aline De Meyer (29). Ook Lisa Stephany (25) houdt een oogje in het zeil. Met vier vormen zij de harde kern van paardenkliniek Equinox, samen met hond Romy, die instaat voor de security.

Tuur, hoe kom je hier terecht?
Tuur Vangroenweghe: “Ik heb de opleiding tot dierenarts in Gent gevolgd, met daarna nog enkele specialisaties en bijscholingen. Ik wou in eerste instantie rundveedierenarts worden, maar ik merkte dat ik in de paardengeneeskunde meer uitdagingen vond. Omdat er meer therapeutisch en diagnostisch werk te verrichten is en omdat er een stukje emotie bij komt kijken. Je hebt ook minder beperkingen dan bij nutsdieren. Bij paarden wordt er echt naar het individu gekeken, bij nutsdieren wordt er voornamelijk gekeken naar wat er het beste is voor de groep. De wetenschappelijke drive speelde ook mee. Het is voor mij een crossroad tussen paardengeneeskunde en technologie. Er verschijnen heel veel interessante studies over paardengeneeskunde en er wordt steeds moderner gewerkt. Vroeger was paardendokter echt een ambacht, nu gaan we steeds verder in het ontwikkelen van medische apparatuur. Dat is een goede zaak hoor, maar de job verandert wel. Je moet al bijna ingenieur zijn om alles goed te kunnen gebruiken.”

Dat zal in de toekomst wellicht niet minder worden.
“Klopt, die evolutie zet zich zeker verder. Wij werken ook samen met de KU Leuven Technologie Campus in Geel. Zij ontwikkelen toestellen die op termijn in onze sector gebruikt kunnen worden. Nu zijn we bezig om met een student ICT een soort van fitbit te maken, je kan dat vergelijken met een smartwatch om hen beter te kunnen opvolgen. Die samenwerking met de studenten en de school is erg fijn. Ook omdat ik zelf met zaken mag afkomen waar ik graag een oplossing voor zou willen. We hebben hier ook voortdurend studenten dierenzorg en geneeskunde, vaak ook uit het buitenland, die hier een tijdje stage komen lopen. Ze hebben hier een eigen kamertje om te logeren en volgen alles wat er hier gebeurt op de voet. Die educatieve rol nemen we graag op.”

Een immense kracht

Moet je een grote dierenvriend zijn om deze job te kunnen doen?
“Voor iedereen die hier werkt is dierenliefde de insteek geweest. Mijn vader was bijvoorbeeld landbouwer, ik ben groot geworden tussen de beesten. Voor mij was deze job echt een kinderdroom. Voor iedereen hier. Ja, wij zijn dus allemaal dierenvrienden. Al moet ik toegeven dat ik het nu wel iets meer technisch en wetenschappelijk bekijk. Je moet doen wat er moet gebeuren om de dieren te helpen.”

En hen op hun gemak kunnen stellen.
“De omgang met de dieren is essentieel. Je moet altijd op je hoede zijn. Soms krijg je echt leeuwen binnen, hele drukke dieren die bijten of slaan. Soms heb je er net die erg in de hand zijn. Ook dan moet je voorzichtig zijn. Ze bevinden zich hier altijd in niet-alledaagse situaties en paarden zijn gewoontedieren. Er is altijd wel iets onaangenaams dat moet gebeuren. Spuiten zetten bijvoorbeeld of zelfs maar een verband verwisselen. Studenten hebben soms de impuls om hun liefde voor paarden te laten overheersen en minder alert te zijn. Omdat ze bijvoorbeeld zelf thuis ook paarden hebben. In onze job is het enorm belangrijk dat je de dieren goed kan inschatten. Al leer je dat ook heel snel hoor. Paarden hebben veel mimiek. Je kan een paard fysiek niet domineren, daarom moet je alle tekenen goed lezen.”

Gelden er andere regels in de paardengeneeskunde ten opzichte van de traditionele geneeskunde?
“Zaken als radiografie en echografie zijn vergelijkbaar met de humane geneeskunde, andere onderdelen zijn specifiek voor paarden. Zo’n paard weegt al snel 500 à 600 kilogram. Hen onder anesthesie brengen is bijvoorbeeld heel delicaat. Door hun gewicht komt er druk te staan op hun spieren. Een paard is dus niet gemaakt om lang op een tafel te liggen. En het is anders dan bij mensen, je kan een paard niet verplichten om kalm in bed te blijven en rustig te herstellen. Het is een vluchtdier met een immense kracht. Als het wakker wordt, wil het zo snel mogelijk weg. Puur op instinct.”

En dan ga je beter uit de weg.
“Uiteraard. Onze recoveryboxen zijn gemaakt door mensen die ook olifantenkooien maken voor dierentuinen. Zo’n bedrijven vind je niet op elke hoek van de straat. In die boxen is er een rubberen wand gemaakt zodat ze zich minder snel verwonden. Aan het hoofd en de staart komt er een touw te hangen om ze te helpen stabieler te staan als ze wakker worden. De poorten lieten we apart maken, maar intussen hebben we ook al gemerkt dat de scharnieren niet altijd stevig genoeg zijn. Er zijn al paarden geweest die de scharnieren van die zware deuren hebben kapot gekregen. Eén van de ijzeren balken die de deur mee ondersteunt, is zelfs gebogen. Ik zeg het: het zijn enorm krachtige dieren. Omdat ze zo zwaar zijn, is de job fysiek ook echt veeleisend. Je moet soms echt trekken en duwen als ze op je tafel liggen. Ik vind dat onderdeel wel leuk. En het houdt je fit.” (lacht)

Een prijsbeest op tafel

Hoe staat het met de paardensector in de Kempen?
“Die zit in de lift. Er lopen hier bij ons heel goede paarden rond en er zijn uitstekende fokkers, die vaak aan het buitenland verkopen. Onze springpaarden zijn erg gegeerd. Bij de sportpaarden geldt dat enkel the best of the best goed genoeg is. Er is hier eigenlijk geen markt voor middelmaat.”

Hebben jullie extra stress als er zo’n echt prijsbeest op jullie tafel ligt?
“Mensen die veel met paarden te doen hebben, weten dat het een fragiel dier is en dat er altijd iets kan misgaan. Alles wat je doet, moet absoluut top zijn. Uiteraard wordt elk paard op dezelfde manier behandeld, maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat je het soms niet voelt als er een paard van enkele honderdduizenden euro’s op je tafel ligt. Dan is er altijd iets meer spanning. Al verandert dat niets aan de behandeling zelf, daar hebben we intussen allemaal vaste protocollen voor. En elk paard heeft voor zijn eigenaar een sterke emotionele waarde. Iedereen verdient en krijgt dezelfde zorg.”

En als het toch misgaat?
“Dan is dat iets wat ik toch moeilijk van mij kan afzetten. Ook al ken je het dier niet, het blijft een beetje falen. Je weet dat je er alles voor hebt gedaan… Maar het blijft biologie en geen wiskunde. Helaas… Als je een dier kan redden, voel je je vaak skyhigh maar er is dus ook die keerzijde van de medaille.”

Heb je zelf nog paarden thuis?
“Nee, ik heb geen huisdieren. De reden is niet ver te zoeken: ik heb er geen tijd voor. Het is een veeleisende job die heel wat tijd in beslag neemt. Soms is het echt een zware stiel. Ik ben één op twee weekends van dienst, ook ’s nachts dus. En door de week moet ik sowieso één nacht op twee inzetbaar zijn. Dat is pittig. Ik zeg soms wel eens: ik leef hier en af en toe ga ik langs bij mij thuis.”

Hoe ziet de toekomst er hier uit?
“Dit jaar gaan we nog een grote stal bouwen vlak naast de kliniek zelf. Daar moeten de dieren nog rustiger kunnen herstellen na een behandeling of een operatie. Paarden zijn kuddedieren, ze worden kalm als ze elkaar zien. Op die manier gaan we hen nog beter kunnen helpen.”

Meer info: www.dapequinox.be

Tekst: Bert Huysmans
Foto’s: Astrid Steurs


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*