Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Liesbet Slegers viert de 20ste verjaardag van Karel

HERENTALS — Schrijfster en illustratrice Liesbet Slegers (44) heeft een feestjaar voor de boeg. Karel, het hoofdpersonage in heel wat van haar kinderboeken, wordt 20 jaar. Hij zorgde ervoor dat zij fulltime boeken kon gaan maken. En het moet gezegd, na 20 jaar ziet hij er nog verrassend jong uit.

De Herentalse Liesbet Slegers ging na haar middelbare studies Vertaler-Tolk studeren. Dat was tenminste de bedoeling. Maar bij de opendeur in haar nieuwe school was er weinig sprake van aantrekkingskracht. Uiteindelijk zorgde kunstschool Sint-Lucas in Antwerpen voor de reddingsboei. Daar richtte ze zich op grafische vormgeving. Het was haar eindwerk dat haar verdere toekomst zou bepalen: een affiche met simpele tekeningen, waaronder één jongetje. Die later tot leven zou komen als Karel.

Hoe ging dat net?
Liesbet Slegers: “Mijn leerkrachten hadden mij aangemoedigd om iets te doen met die tekeningen. Ik had van de school een lijst gekregen met uitgeverijen waar ze kinderboeken maakten. Clavis stond daarop bovenaan. Ik nam contact op en ze waren meteen enthousiast.”

Hoe kwam je eerste boek er dan?
“‘Maak maar eens vier boekjes’, zeiden ze bij de uitgeverij. Dat heb ik dan gedaan, telkens met Karel in de hoofdrol. De thema’s waren toen: naar school, in het vliegtuig, in het ziekenhuis, en Karel gaat logeren.”

Liep dat vlot?
“De eerste boekjes, dat was echt zwoegen en zweten. Daar was ik dan vaak tot drie uur ’s nachts aan bezig. Nu heb ik daar iets meer ervaring in.” (glimlacht)

Je hebt een vast stramien geïntroduceerd…
“Ik probeer dat wel te doen ja. Ik sta op met de rest van mijn gezin. Vroeger begon ik eraan als ik de kinderen naar school had gebracht, nu rijden ze zelf naar school dus kan ik sneller starten. Als je thuis werkt, moet je zo’n stramien hebben. Anders is het te verleidelijk om bijvoorbeeld te zeggen: ik ga eerst nog even langs de winkel. Kinderboeken maken is niet opgaan in een romantische wolk. Veel mensen denken dat wel. Het is hard werken, net zoals bij een andere job. Ik doe ook bijna alles zelf. De teksten, de tekeningen… Zelfs als ik speciale materialen nodig heb voor een tekening ga ik zelf op zoek. Ik scan jeansbroeken in, wc-papier,… Alles wat ik nodig heb. Dan sta ik foto’s te nemen van het voetpad of van de stenen hier aan huis. Voor het boek over ‘De kaasmaker’ heb ik de binnenkant van mijn wasmachine gebruikt en daar een kleurtje over gezet. (lacht) Het is ook een beetje uw plan trekken. Je kan ook stockfoto’s aankopen natuurlijk, maar ik vind het goed bij mijn werk passen om originele foto’s te maken.”

Foto’s van dino’s

Hoeveel boeken heb je intussen al uitgebracht?
(Lacht) “Al heel wat. Het exacte aantal weet ik niet, maar het moeten er al zeker 150 zijn.”

Blijf je dan wel inspiratie vinden voor nieuwe verhalen?
“Eigenlijk lukt dat vlot ja. Ik heb daar geen moeite mee. Vanuit de uitgeverij komen er soms ook voorstellen of mensen vertellen mij dat ze graag eens een boekje over een bepaald onderwerp hadden. En ik krijg vaak ook spontaan ideeën als ik in kleuterklassen en bibliotheken ga voorlezen. Of soms behandel je eenzelfde onderwerp eens op een totaal andere manier. Ik heb nog wel wat zaken op mijn lijstje staan. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit een boek gemaakt over ‘naar zee gaan’.”

Zit je altijd en overal nieuwe verhalen te verzinnen?
“Niet altijd nee, er kunnen natuurlijk altijd spontaan ideeën opkomen. Op vakantie in Parijs bijvoorbeeld zag ik de grote geraamtes van dinosaurussen in het natuurhistorisch museum. Daar heb ik dan toch foto’s zitten nemen om later een verhaal over dino’s te kunnen maken. Mijn gezin is dat al gewend hoor.” (lacht)

Vind je elke thema even interessant?
“Ik heb alleszins nog nooit een boekje met tegenzin gemaakt. Ik moet er mij mee kunnen amuseren, het mag geen opdracht worden. Anders gaat het ook nooit een tof boek worden. Wat ik wel doe, is mee evolueren. Je mag nooit blijven stilstaan. En soms moet je wel. Een telefoon kan je onmogelijk nog met een draad eraan tekenen. Dat is nu een gsm, ook al is die minder mooi om te tekenen. Thema’s als het milieu komen meer aan bod. Je tekent een regenton voor de plantjes, kippen die het groenafval opeten, sla in de moestuin, een blotevoetenpad,…”

Ga je thema’s uit de weg?
“Nee. Zolang het binnen de leefwereld van een peuter of kleuter past, kan het. Ik probeer wel om niet te stereotiep te zijn. Karel speelt bijvoorbeeld al eens met een pop of Kaatje met een auto. En mijn verhalen zijn altijd al multicultureel geweest, van bij het begin was Ali de beste vriend van Karel. Ook als ik over beroepen schrijf, is dat belangrijk. De vrachtwagenchauffeur is bijvoorbeeld een man, maar er zijn wel collega’s van hem in het boek die vrouwen zijn. De archeoloog, de dokter, de tandarts en de imker, dat zijn dan wel weer allemaal vrouwen. De verpleegster is wel een blond meisje, dat is dan wel weer vrij stereotiep. Ze heeft dan wel een Afrikaanse man als collega. Ik let daar altijd wel op.”

Schrijvers van boeken voor volwassenen doen vaak veel research voor ze beginnen schrijven. Hoe zit dat bij kinderboeken?
“Ik doe dat ook wel. Voor die beroepenreeks plan ik vooraf altijd een uitgebreid interview met iemand die die job uitoefent. Het moet juist zijn. Als ik een vrachtwagenchauffeur bij zijn vrachtwagen zet, dan moet ik weten hoeveel leidingen ik moet tekenen naar zijn truck. Ik leer er dus zelf ook van bij.”

De wereld rond

In welke talen zijn je boeken zoal verschenen?
“Al in behoorlijk wat. In het Pools, Arabisch, Spaans, Engels, Chinees,… Mijn boekjes liggen zelfs in landen als Azerbeidzjan. Onvoorstelbaar, toch? We doen dat niet allemaal zelf hoor, we hebben telkens contact met plaatselijke uitgeverijen die het werk op zich nemen.”

Werken je verhalen overal even goed?
“Op sommige plaatsen beter dan op andere natuurlijk. In Duitsland lukt het bijvoorbeeld niet. Ik werk veel met kleuren en blijkbaar slaat dat daar veel minder aan. Terwijl ze in Spanje net dol zijn op dat kleurrijke.”

Moeten er dan inhoudelijk zaken veranderd worden, als ze in het buitenland uitgebracht worden?
“Dat gebeurt soms, maar niet al te vaak. Ik had bijvoorbeeld bij een bepaald verhaal een gewone paddenstoel getekend. De rode met witte stippen zoals wij die allemaal kennen. In China bestaat dat blijkbaar niet. Daar hebben ze er dan een shiitake van gemaakt.”

Wordt dat allemaal aan jou voorgelegd?
“Meestal wel, dan krijg ik een pdf binnen. Je moet natuurlijk wel waken over de kwaliteit en over het feit dat alles binnen je verhalen en binnen de leefwereld van een peuter blijft passen. Maar ik moei me niet te veel. Als er zaken zijn die in andere culturen anders zijn, dan weten zij ter plaatse veel beter hoe ze dat moet brengen. Soms moet je de controle wat los durven laten.”

Veel schrijvers spreken over het magische moment waarop ze hun boek voor de eerste keer vasthouden. Is dat voor jou nog altijd zo? Na al die exemplaren?
“Ik vind het nog altijd behoorlijk spannend ja. Dat komt ook omdat het soms lang duurt voor ik ‘m in handen heb. Sommige exemplaren drukken we in België, dan valt dat mee, maar andere moeten uit China komen, dan duurt het soms vier à vijf maanden. Ondertussen ben je dan al met een heel deel nieuwe boekjes bezig geweest. Ik krijg de eerste exemplaren altijd aan met de post. Het blijft hoe dan ook een fijn moment. Ook als je ‘m ergens in de winkel ziet liggen. Of in het buitenland.”

Ga je tijdens vakanties dan nieuwsgierig van boekenwinkel naar boekenwinkel?
“Nee, zeker niet. Als ik toevallig een boekenwinkel passeer, zal ik wel eens binnenstappen, maar ik zoek het zeker niet op.”

Verhaaltjes voorlezen

Geef je de microbe zelf aan je kinderen door?
“Ze zijn wel heel creatief en gaan naar de tekenschool. Dat is natuurlijk niet abnormaal, ze hebben mij hier altijd bezig gezien en zijn ertussen geboren. Het ligt hier altijd vol met tekeningen en verf.”

Leest een kinderboekenschrijfster zelf extra veel voor?
“Misschien niet extra veel, maar wel elke avond een verhaaltje. Dat heb ik altijd zo gedaan. Net zoals veel andere mensen. Ik ben daar gelukkig niet uniek in. De leescultuur is de laatste jaren enorm verbeterd. Mensen hechten er echt belang aan. Er is wel een iPad, maar ze blijven wel voorlezen. Er zijn ook enorm veel voordelen: taalontwikkeling, je wordt er rustig van, ze leren kijken en aanwijzen, hun fantasie wordt aangesproken… Kinderen horen je ook praten, dat is goed voor de ontwikkeling, ook al kunnen ze het zelf soms nog niet zeggen. En het is echt een innig moment, een mooie afsluiter van de dag. De telefoonboek mag dan wel verdwenen zijn, het kinderboek gelukkig niet.”

Tekst: Bert Huysmans
Foto’s: Astrid Steurs

Herentals viert mee: Nog tot en met zondag 28 april loopt er in Kasteel Le Paige in Herentals een belevingsexpo rond ’20 jaar Karel’. Die is gratis te bezoeken op vrijdag, zaterdag en zondag van 14 tot 17 uur. Vanaf 4 mei tot eind september zal je in Herentals ook een stadswandeling kunnen maken: een zoektocht waarbij de kindjes de ‘spulletjes van Karel’ zoeken, dat zijn stickers op de etalages van winkels. Met hun ingevuld formulier (verkrijgbaar in de bibliotheek) kunnen ze dan een cadeautje afhalen in de bib. Meer info: www.liesbetslegers.be.

 


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*