Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Alicja Gescinska: "Nog altijd worstel ik met de vraag waar ik thuishoor"

BEERSE/RIJKEVORSEL – ‘Al het waardevolle in het leven is even moeilijk als zeldzaam, dat wist Spinoza al.’ Het is maar één van de waardevolle zinnen in het nieuwe essay van filosofe Alicja Gescinska (37). Deze zomer verhuisde ze met haar man en drie zoontjes van Oost-Vlaanderen naar de Kempense rust in Beerse. “Onze tuin ligt in Rijkevorsel, de volgende straat is Vlimmeren”, zegt ze. De verhuisdozen zijn nog maar net uitgepakt maar voor Onderox maakte ze graag tijd om te praten over haar boek en de weg die ze al heeft afgelegd.

Voel je je al thuis op dit kruispunt van drie dorpen?
Alicja Gescinska: (twijfelt even) “Ik ben een migrante. In 1988, toen ik zeven jaar oud was, ben ik met mijn ouders van het toen nog communistische Polen naar België gekomen. Ze wilden naar ‘het Vrije Westen’ want daar zou het beter leven zijn. Ik herinner me nog goed het moment dat we uit de wijk in Warschau waar we woonden zijn weggereden. Ook de grensovergang tussen Oost- en West-Duitsland staan me nog scherp voor de geest. Na een lange tocht kwamen we in Brussel aan. Het was september en een hittegolf. Mijn ouders hadden een briefje in hun handen en vroegen aan een voorbijganger in het Frans de weg. De man bleek enkel Pools te spreken. Ik herinner me nog hoe opgelucht mijn ouders toen waren. Hij bracht ons naar het Klein Kasteeltje, waar we 3,5 maand hebben gewoond. De vrijheid waar mijn ouders in Polen over hoorden spreken, viel op dat moment dus wel tegen. Maar dat is geen antwoord op je vraag hé!”

Inderdaad, maar je ergens thuis voelen lijkt voor een migrante ook niet evident. Wie of wat heeft je identiteit bepaald?
“Je ergens thuis voelen en weten wie je bent, zijn twee verschillende zaken. Als kind kreeg ik dikwijls de vragen: ‘Hé, waar kom je vandaan?’,‘Waarom heb je zo’n vreemde naam?’ en ‘Wanneer ga je terug?’. Dat was zeker niet slecht bedoeld maar zo’n vragen hielden ook in dat ik hier eigenlijk niet hoorde. Ik moest mij voortdurend verantwoorden waarom ik in België was. Ik heb geen spontaniteit gekend met de vereenzelviging van de plek waar ik ben. Dat heeft zeker sporen nagelaten. Nog altijd worstel ik met de vraag waar ik thuishoor. Anderzijds, als ik voor mijn werk in Parijs of Amsterdam ben, kan ik onmiddellijk zeggen dat ik me daar goed voel. Ik vind het ook niet moeilijk om ergens aan te komen, van de ene taal naar de andere te switchen en nieuwe vrienden te maken. Ook hier in de Kempen waar ik op dit moment woon. Ik voel me dus wel thuis in deze wereld maar nooit thuis op één plek.”

Hoe kijk je tegen de migratiestroom aan die we vandaag kennen en waar Europa zo’n probleem mee heeft? Je bent zelf een migrante geweest.
“Ik ben geen migrante geweest, ik ben het nog altijd. Het is de definitie van ergens geboren te zijn en je leven verder te zetten op een andere plek. Maar vandaag is dat woord erg beladen geworden en denken we meteen aan ‘een probleemgeval’. Dat is een jammere evolutie. De plek en het tijdperk waarin we geboren worden, kiezen we niet zelf. Ik vind dat elke mens het recht heeft om zijn leven vorm en richting te geven. En als je wilt verhuizen, moet dat daar deel van kunnen uitmaken. Het zou toch verschrikkelijk zijn als ze morgen tegen jou zeggen: je moet in Vlaanderen blijven wonen, je hebt het recht niet om naar een ander land te gaan. Intrinsiek sta ik aan de kant van de mens die wil verhuizen. Voor onze persoonlijke ontwikkeling is dat een belangrijke vrijheid, dat de plaats waar je geboren bent je leven niet moet bepalen.”

Je schreef een boek over die vrijheid maar zou je niet stilaan een boek moeten schrijven over het heroveren van de vrijheid die – ook in het Westen – steeds meer onder druk staat?
“Vrijheid is nooit een constante, het speelt zich af binnen de grenzen en mogelijkheden die je hebt. De wereld verandert voortdurend, de context ook, dus ook je vrijheid. Je bewegingsvrijheid kan al veranderen als je simpel van de trap valt. Je zal snel merken dat je met krukken niet overal meer kan komen. Dat is ook onvrijheid. Maar we moeten goed nadenken over de vrijheid van anderen. Het is belangrijk dat je vrij bent samen met anderen, niet ten koste van anderen en dat je jezelf niet als maatstaf neemt. In een samenleving is nooit iedereen even vrij, zowel fysisch als psychisch of financieel.  Ik citeer hier graag de Noorse filosoof Christian Bay: A society is as free as his underdogs are.”

Je nieuwste essay gaat over muziek. Friedrich Nietzche schreef dat zonder muziek het leven een vergissing zou zijn. Heeft hij gelijk?
“Zeker. Waarom mensen muziek maken is een moeilijke vraag waarop niemand het volledige antwoord kent. Er zijn mensen die heel evolutionair denken en muziek maken is volgens hen nodig om te overleven. Anderen zeggen dat muziek een overbodig bijproduct is van onze evolutie. We doen het blijkbaar anders dan in het dierenrijk waar een vogel moet fluiten omdat hij zo gebekt is en om in het paarseizoen een vrouwtje te vinden. Wij, mensen, kunnen een keuze maken hoe we ons uitdrukken. Toch blijken velen niet zonder muziek te kunnen leven. Het is een metafysische behoefte, om ons uit te drukken of te creëren. Muziek kan ook een redding zijn op het moment dat je het niet meer kan verwoorden. Klanken kunnen iets vertellen, je troost brengen en je tot de kern brengen van je mens-zijn. Zonder muziek zou het leven inderdaad een vergissing zijn en zouden we dierlijker worden.”

In je essay citeer je Vladimir Jankélévitch: muziek ontwapent de harten, op voorwaarde dat je een hart hebt. Kan muziek van ons betere mensen maken?
“Jankélévitch is een belangrijke filosoof geweest in mijn denken. Hij verwoordde een prachtige verwevenheid tussen muziek en moraal. Hij zei ook: ‘je bent een goed mens als je het goede doet en dat altijd opnieuw doet.’ Muziek doet iets gelijkaardigs, het bestaat niet als het niet gemaakt, gespeeld of gezongen wordt. Het is altijd een daad. Maar het moet ook in je zitten. Vorige week kreeg ik nog de vraag of het zou helpen als je Donald Trump de muziek van Bach of Schubert laat horen. Maar zo werkt het niet. Van muziek houden is geen garantie dat je een goed mens bent of wordt. Maar het is wel een mogelijkheid. Vandaar de ondertitel van mijn boek: een oefening in menselijkheid.”

Kan muziek zich wel staande houden in onze moderne beeldcultuur?
“Muziek ondersteunt vaak de beeldcultuur. Kijk maar naar de film. Veel beelden zouden niet zo sterk binnenkomen mochten ze niet begeleid zijn door muziek. Een spannende scène, de schoonheid van een landschap… Waarom worden er anders in Hollywood topmuzikanten aangetrokken om bij een film de muziek te schrijven? Maar laat dit niet een pleidooi zijn dat het auditieve belangrijker is dan het beeld. Ik zou ook niet tussen mijn oren en ogen willen kiezen. Wat er wel is: wij hebben het afgeleerd om onze oren op de juiste manier te gebruiken. Velen kunnen niet meer luisteren als er geen beeld bij is, terwijl de klank voor zichzelf spreekt.”

Maar je schuwt de stilte niet. In de Canvas-reeks Wanderlust ontmoette je wereldwijd mensen die op één of andere manier het verschil maken. Herhaaldelijk liet je daar de stilte spreken.
“Wanderlust was fantastisch om te doen. Ik ben door zoveel mensen toen geraakt, door hun oprechtheid, hun humor of hun manier van leven. De gesprekken gingen steeds op conditie van wie ik interviewde. Als zij graag praatten, dan deden we dat. Wilden ze stilte, respecteerden we dat ook. Misschien is daar wel de behoefte ontstaan om het boek over muziek te schrijven. Omdat ik de stilte zo liefheb.”

Je interviewde ook de Poolse regisseur Krysztof Zanussi. Waarover ging het gesprek toen de camera stopte met draaien?
“Heel bijzondere man is dat. Na de opnames schakelden we vrijwel onmiddellijk over naar het Pools. Hij was heel nieuwsgierig naar wie ik ben en wat ik doe. We hebben nog altijd contact en sturen elkaar handgeschreven brieven. Hij heeft net een nieuwe film uit die gaat over het kwaad in de mens. Heel filosofisch. En net zoals voor mij, is Karol Wojtyla (paus Johannes Paulus II, nvdr.) heel belangrijk geweest voor hem.”

Had de wereld wel een correct beeld van hem?
“In 2012 heb ik een proefschrift gemaakt over het denken van o.a. Karl Wojtyla. Hij is inderdaad de geschiedenis ingegaan als een oerconservatieve, stokoude, zieke en incompetente man. En dat is verschrikkelijk want hij was superintelligent en heel begaan met de mensheid. Was hij vijf jaar eerder gestorven, zou de herinnering aan hem heel anders zijn geweest.”

Klopt het dat hij mee aan de basis lag bij de val van het communisme en de Muur in 1989?
“Zeker. Er zijn maar een handvol mensen geweest die daarin een cruciale rol hebben gespeeld. Hij was er één van, naast Michail Gorbatsjov, Margaret Thatcher en Ronald Reagan. Door zijn positie als paus had hij toegang tot belangrijke politici en spilfiguren in de wereldproblemen. Op een subtiele manier kon hij die ontvangen in het Vaticaan en ermee spreken. Trouwens, toen hij in Polen nog priester en later kardinaal was, streed hij ook al tegen het communisme dat de kerk probeerde te verdrijven. Bij zijn aanstelling als paus kregen de Polen het gevoel dat ze méér waren dan een schakel in het communistische systeem. Ze hadden opnieuw hun geloof en de hoop dat het anders kan. En mensen die hoop hebben, zijn onstopbaar. Veel belangrijker dan alle gesprekken achter de schermen, heeft de paus in de harten van de Polen het licht laten schijnen.”

Je hebt tijdens je studies Moraalwetenschappen en Wijsbegeerte de grote filosofen bestudeerd. Met wie zou je eens graag in gesprek gaan, mocht het nog kunnen?
“Er zijn er velen maar vandaag kies ik voor Isaiah Berlin. Hij was een verdediger van de negatieve vrijheid waarin grenzen, bepalingen en restricties afwezig zijn. Hoe minder wetten, hoe vrijer de mens is. Ik denk eerder na over positieve vrijheid: het is niet enkel mogen maar ook kunnen. Maar volgens Berlin is het niet kunnen kopen van een brood een kwestie van geld en niet van onvrijheid. Ik denk dat we alleen daarover al een pittige discussie zouden hebben.”

Meer info: het essay ‘Thuis in Muziek’ is uitgegeven bij de Bezige Bij. Gebonden: 18,99 euro, e-book: 12,99 euro. Alicja geeft op 2 november een lezing op de boekenbeurs, om 13 uur, en signeert daarna aan de stand van Standaard Uitgeverij.

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*