Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

De passies van Karel Deruwe

ZOERSEL – Er kon geen betere setting zijn voor een interview met Karel Deruwe. Het Boshuisje in Zoersel, waar Hendrik Conscience inspiratie opdeed voor ‘De Loteling’ en midden in de bossen. Met een frisse Kriek-Lambiek in de hand – het is bloedheet vandaag – wandelen we met Karel (62) door zowel zijn rijk gevulde acteurscarrière als de moeilijke tijden waarin de artistieke wereld is verzeild geraakt. Tegelijk ontdekken we zijn passie voor de natuur en welke grootse plannen hij nog heeft voor de Zoerselse bossen.

Neen, de rol van Jan Braems in de verfilming van De Loteling was niet voor Karel. Die eer kwam Jan Decleir toe. Aan zijn allereerste optreden heeft de West-Vlaamse acteur slechts een vage herinnering. Hij zou als kleuter hebben meegelopen in de Heilige Bloedprocessie in Brugge. “Wellicht in zo’n historisch pakje maar veel verder gaat die herinnering niet”, zegt Karel. “Ik voel me veel meer iemand van deze streek. Mijn ouders zijn uit Brugge verhuisd toen ik twee jaar was. Ik heb school gelopen in Essen en nadien een toneelopleiding gevolgd bij wijlen Dora van der Groen aan het Antwerpse Conservatorium. Zoersel kwam in het jaar van de eeuwwisseling op mijn pad, toen ik een nieuwe woning zocht en hier toevallig voorbijkwam.” Intussen is Karel docent aan het conservatorium in Brussel waar hij les geeft in spelinitiatie, monoloog- en auditietraining. Vorig seizoen zagen we hem nog op de planken in een aantal monologen en het toneelstuk ‘De Tante van Charlie’, samen met Jan Van Dyke. “Een vriend van het eerste uur”, lacht Karel. “Van die generatie ben ik, al heb ik een heel ander pad afgelegd.”

Zat acteren altijd al in de genen?
Karel Deruwe: “Zeker, al van in de kleuterklas. Het eerste toneelstukje waar ik in meespeelde was in de Steinerschool. Ik moest de duivel spelen en heel boos worden. Het was een stukje op rijm, maar ik weet niet meer hoe het heette. Later kwam het voordragen, grote teksten debiteren,… Tot ik op mijn negentiende mijn eerste betaalde rol had in de musical Oliver Twist.”

Dan sta je nu 43 jaar op de planken. Is er nog toekomst voor een acteur van 62?
“Natuurlijk! In oktober komt in het Fakkeltheater de komedie ‘Wie wordt de man van Wendy’ en ik bereid voor de kerstperiode de ‘Eerste Parabel van Kindeke Jezus’ voor van Dario Fo, omdat het een superverhaal is. Ook een project rond Georges Bataille staat in de steigers. Om maar te zeggen van waar tot waar het kan gaan. In Turnhout ga ik opnieuw ‘De Echo van de maan’ spelen. Een verhaal rond ritueel slachten. Dat gaat door in ‘Headroom’, een theaterruimte in een oude betonfabriek waar Alain Van Zeveren artiesten aantrekt die iets willen uitproberen. Het verhaal zal in een nieuw kleedje zitten, met hopelijk muziek van Alain Van Zeveren zelf, een geweldige componist. Dat gaat fantastisch worden. Er staat dus heel wat op het programma en je kan het maar beter allemaal doen want het zijn harde tijden voor mensen uit ons vak.”

Hoezo?
“We moeten almaar harder werken voor hetzelfde geld. Er worden producties gemaakt die zo low budget zijn dat de kwaliteit niet meer kan gegarandeerd worden. Beleidsmatig zou er ook veel inhoudelijker moeten gekeken worden. Culturele centra die ons moeten boeken worden gesubsidieerd op basis van quota. Hoe onzinnig is dat? Het betekent de dood van het repertoire. Waar zie je ze nog: Shakespeare en Molière? Je moet al naar de uitzonderingen gaan, zoals Lisaboa Houbrechts die binnenkort Hamlet gaat spelen. Ik kijk daar reikhalzend naar uit.”

Heeft de jeugd nog een boodschap aan die grote klassiekers?
“Je kan die vraag ook stellen over Latijn studeren. Waarom zouden we dat doen, terwijl als je die taal wat beheerst, je andere inzichten krijgt in bv. literatuur en geschiedenis. Als we de levenshouding en de omgangscultuur die deze kennis teweegbrengt laten teloorgaan, dan denk ik dat we moeilijke tijden tegemoet gaan en dat ook hier het Trump-denken ingang zal vinden. Ik vind dat beangstigend en als acteur kan ik dan één ding doen: er niet over zeuren maar het zelf aanpakken. Wat heb ik daarvoor nodig? Een plaats om te spelen en publiek. In de theaterwereld kristalliseren er her en der al kleine circuits buiten de culturele centra die met hun quota altijd op veilig spelen.”

Op welke producties kijk je zelf met veel plezier terug?
“Ongetwijfeld de musical Chicago omdat we de eersten waren die het op het Europese vasteland brachten. We speelden toen in theater Arena en zijn nadien door Nederland getrokken. Een gigantisch avontuur want het stalen decor was veel te zwaar om elke keer weer op te bouwen en af te breken. Ik heb de pioniersjaren van de musical echt meegemaakt, samen met o.a. Daan Van den Durpel, Linda Lepomme, Marijn Devalck,… Om Katrien Devos en Lucas Van den Eynde niet te vergeten die er later zijn bijgekomen.”

Toch besliste je om in 1991 in de eerste Vlaamse soap mee te spelen. Of je het nu wil of niet, voor veel mensen zal je eeuwig Guido Van den Bossche blijven.
“Ik heb daar geen probleem mee hoor. Familie is een deel van mijn leven, zoals ook het Schipperke aan Nand Buyl plakte. In de jaren negentig was het bon ton om op dat genre neer te kijken. Als je daar een rol in aannam, werd je voor andere producties uitgesloten. Ik hoop dat ik met mijn carrière heb kunnen aantonen dat dat niet zo is. Omdat ik altijd respect heb gehad voor het vak zelf. En wie het niet kan appreciëren, moet maar de andere richting uitkijken.”

Was dat ook de reden voor je comeback in januari van dit jaar?
“De scenaristen hebben me opgebeld. Ze hadden nood aan een goede cliffhanger voor het midden van het seizoen. Het zou toch geweldig zijn als Guido in een droom zou terugkomen. Ik heb toen gevraagd of ze één goede reden konden geven waarom ik dat zou doen. ‘Je moet het doen voor Familie’, was het antwoord. Ik heb lang getwijfeld maar uiteindelijk ingezien dat je ook eens iets moet kunnen doen zonder voorwaarden te stellen. Het is, zoals afgesproken, bij één aflevering gebleven en die heeft gepiekt naar 1,3 miljoen kijkers. Daar ben ik zelf heel blij mee. Omdat je op zo’n moment de stemmingmakerij over een bepaald genre kan overstijgen. Mijn deelname was maar op één ding gebaseerd: passie voor het vak.”

Is dat de rode draad in je acteercarrière? Passie?
“Inderdaad. Echte passie, het graag doen. Honger hebben om dit of dat nog te willen doen. Dromen ook, zoals ik nog dolgraag Don Quijote wil spelen. Die zoektocht en de gedrevenheid naar dat ideaalbeeld. Het betekent op zich al zoveel.”

Zoals je vanaf 12 oktober ook weer in ‘Wie wordt de man van Wendy’ gaat spelen. Kan je er al wat meer over vertellen?
“Het is een totaal nieuw verhaal en realistisch wat het tijdsbestek betreft. Er wordt naar Wendy gekeken zoveel jaar later. Ze heeft contact met een jonge gast maar haar manager zegt dat zoiets niet geloofwaardig is voor het publiek. Het gaat dus over geleefd worden en hoe een manager al dan niet over je kan beslissen. Ik kijk ernaar uit om samen te spelen met Andy Peelman. Als je ziet hoe die jongen zijn weg maakt in de theaterwereld, dat interesseert me.”

Heb je bepaalde rituelen voor je op het podium stapt?
“Ik wil minstens een uur op voorhand ter plaatse zijn en ik kom altijd binnen langs de zaal. Ik wil de scène zien en de sfeer in de ruimte voelen. Dan maak ik mijn zaakjes in orde, zorg dat alle attributen die ik nodig heb op zijn plaats liggen. Dat heb ik geleerd van Jan Van Dyke, die was daar maniakaal in. ‘Als ge aaw veurberaiding nie doe! Ge moet zelf controleren, da ge het juste pakt. Moet ge iets drinken op scène, hedde het gepruefd?’ En na de voorstelling ga ik direct naar huis. Omdat er niets zo belangrijk is dan de rust die je jezelf moet gunnen. Je kan de voorstelling dan ook beter overlopen: wat werkte niet goed, waar moet ik morgen op letten, moet ik iets zeggen tegen een collega… Ik ben maar een slap afgietsel van wat Jan Van Dyke daarin doet. Hoe dikwijls heb ik niet gezegd: ‘Jan, nu is het toch genoeg.’ En dan kreeg je als antwoord: ‘Neje, ’t is nie genoeg!’. Schoon hé, om te onthouden trouwens: ’t is nie genoeg!”

Julien Schoenaerts zei ooit in een gesprek met Anna Luyten: in alles wat je doet moet je je idealen niet te hoog of te perfect stellen. Een mens moet zichzelf eerder corrigeren, elke dag een beetje beter doen dan de vorige. Klopt dat ook voor jou?
“Ho ho, Julien Schoenaerts, absoluut klopt dat. Ik heb eindeloos respect voor wat Julien heeft gepresteerd, net als voor zijn zoon Mathias trouwens. Weet je, er komt nu plots een jeugdherinnering boven. Als jobstudent werkte ik in een bloemenzaak in de Groendalstraat in Antwerpen. Daar kwam Julien madeliefjes kopen. ‘Ze moeten als een taartje in mijn hand passen’, zei hij elke keer. En dan moesten wij die steeltjes onder de bloemknopjes wegknippen en de bloemen voorzichtig op natte watten leggen met een zilverpapiertje eronder zodat hij het als een bloemstuk op de tafel kon zetten. Met welke zorg hij die madeliefjes kwam kopen en uitlegde waarvoor het moest dienen, dat ben ik nooit vergeten.”

Passie dus, maar als je van je hobby je beroep hebt gemaakt, dan heb je geen hobby meer. Wat kan je wegbrengen uit het denken?
“De natuur. Een moestuin, bloemen, een landschap scheppen. Een zaadje in de grond stoppen en weken later op die plek een plantje zien groeien. Hou ouder ik word, hoe meer het een dagelijkse bezigheid is. Ik ben me de laatste jaren ook gaan interesseren voor de natuur in Zoersel. De bossen hier zijn gewoonweg prachtig. Hier vlakbij het Boshuisje zijn de Kretse Beemden. Daar is een enorme waterplas waar alle soorten vogels komen drinken. Maar niemand kent het want je mag er niet in. Natuurpunt heeft er poorten gezet maar nooit uitgelegd waarom mensen er niet mogen komen. Dat is iets wat ik voor Zoersel nog wil doen. Een documentaire maken over de bossen waarin we de ontstaansgeschiedenis belichten en het belang van het beschermen van de natuur. Ik hoop Dieter Coppens te kunnen strikken om aan dat project mee te werken. We zullen dan waarschijnlijk botsen op de natuurliefhebbers die zeggen: laat het maar zo, met rust. Terwijl ik denk dat we duiding moeten geven waarom we niet in dat bos moeten gaan wandelen. Dan weet iedereen ook waarom er poorten staan. En een beeld zegt veel meer dan duizend woorden, niet?”

Kunst, kan dat de slijpsteen voor je geest zijn?
“Amai, dat is schoon gezegd. Absoluut, je moet je altijd weer openstellen voor kunst. Via Alain Van Zeveren en zijn Headroom kom ik straks weer in contact met de wereld van Bataille. Die heeft het over Eros en Thanatos en dat brengt me zo weer bij de klassiekers, de Leitmotiven en met heel veel waarop kunst is gebaseerd. Liefde en de dood. Ga het maar na. In elke kunstvorm komt dat terug.”

Schoon gezegd!

Meer info: data en tickets ‘Wie wordt de man van Wendy?’: www.fakkeltheater.be

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Astrid Steurs


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*