Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Patrick Nevejan: "Zelfs in de winkel met mijn gedachten bij 't school"

GIERLE/TURNHOUT – Alle scholen maken zich terug op voor de start van het nieuwe jaar. Een drukke tijd is dat. Zeker voor de directies. Want de voorbereiding op een nieuw schooljaar komt er niet zonder slag of stoot. Maar na twee maanden vakantie mag het toch wel eens druk zijn. Niet? “Daar moet ik je toch even corrigeren”, vertelt Patrick Nevejan, directeur aan het Sint-Pietersinstituut in Zevendonk-Turnhout. “Zelf heb ik gewerkt tot 15 juli. En op 15 augustus ben ik opnieuw gestart. Daartussen probeer ik echt wel vakantie te nemen. Maar ook dat is relatief.”

De vakantie loopt op zijn einde en alle schoolplichtigen maken zich op voor een nieuwe start. Dat geldt ook voor het onderwijzend personeel en zeker ook voor de schooldirecties. Al zijn deze laatsten al wel even in de weer om het nieuwe schooljaar voor te bereiden. En dat is ook nodig want wijzigingen in leerplannen en lesroosters moeten feilloos ingepland geraken. Zijn alle lijsten finaal? Alle klassen in orde? Alles opnieuw onderhouden? Op dergelijke momenten is een schooldirecteur een echt manusje-van-alles. Het gebouw, het personeel, de financiën, de contacten met de ouders, de ICT,… Het belandt allemaal op hun bureau. En dan vergeten we zowaar dat zijn hoofdtaak van pedagogische aard is. We spreken af met Patrick Nevejan. Hij begint aan zijn derde jaar als schooldirecteur. En ja, dat was een grote stap.

Patrick, als je zoals jij al vijfentwintig jaar lesgegeven hebt aan de school waar je nu directeur bent, sta je dan nog voor verrassingen?
Patrick Nevejan: “Absoluut. De job van onderwijzer en directie kan je niet vergelijken. Eigenlijk is er geen vooropleiding tot schooldirecteur. Het is niet omdat je al vele jaren een geëngageerde onderwijzer bent dat je automatisch een goede directeur en manager bent. Het aantal beslissingen die je op een normale werkdag neemt, zijn nauwelijks te tellen. En zeer divers van aard. Vergeet niet dat een school zoals de onze veertig personeelsleden telt, waarvan dertig onderwijzend personeel. Die hebben allemaal hun eigen vragen, problemen, verzuchtingen. Ook de communicatie met bijna 350 leerlingen en hun ouders is belangrijk. Ik probeer daar steeds voldoende tijd voor vrij te maken. Daarnaast is er nog het hele financiële beleid van een school. Ook dat plaatje moet steeds kloppen. Je moet vaak zuinig zijn met het budget dat je krijgt en dat is echt niet zo eenvoudig. Gelukkig worden er momenteel vanuit het Ministerie van Onderwijs opleidingen aangeboden om jonge directies te helpen met hun taken.”

Wat moeten we ons daar precies bij voorstellen?
“Ongeveer wekelijks komen we met een groot aantal directies samen. Soms een halve dag, soms een hele dag. PROFS heet deze opleiding en ze duurt drie jaar. Dat is dus best intensief, maar ook echt wel nodig. Zo krijg je een introductie in de onderwijswetgeving. Daar ben je als onderwijzer zelf nauwelijks mee bezig. Je leert de verschillende verlofstelsels, maakt kennis met de vakbonden, wordt bijgeschoold in zorgbegeleiding, je leert echte managementtechnieken zoals efficiënt vergaderen, het brengen van slecht nieuws, hoe introduceer je nieuwe leerplannen,... Daarnaast is er uiteraard ook veel aandacht voor de pedagogische zaken. Bijvoorbeeld het kleuteronderwijs had voor mij toch nog heel wat geheimen. Dat is niet abnormaal, denk ik.”

En zo kan je van de andere directies nog heel wat opsteken, neem ik aan.
“Klopt helemaal. En dat is misschien nog het belangrijkste. Je staat er niet alleen voor. En je hoort dat andere scholen vaak met dezelfde problemen kampen. Je krijgt oplossingen aangeboden die andere scholen al geïntroduceerd hebben. Allemaal naast je persoonlijke begeleiding. Het is intensieve kost. Want het komt er gewoon bij naast al het werk en de bijhorende lectuur. Maar het is nuttig en nodig. Op die manier krijgen we de kans om over het muurtje bij andere scholen binnen te kijken. Ook voor de leerkrachten zou dat nog veel meer mogen gebeuren. Gewoon om van elkaar te leren, ideeën uit te wisselen, werk te verdelen en vooral de vele goede punten van je eigen school nog beter te ervaren.”

Hoe is jouw parcours van leerkracht tot directeur gelopen?
“Ik heb eigenlijk altijd in het zesde jaar in Zevendonk gestaan. Vijfentwintig jaar lang. Tijdens mijn allereerste jaar als onderwijzer stond ik in het Heilig Graf in Turnhout, waar ik ook afgestudeerd was. Maar toen kwam de mogelijkheid voor een voltijdse betrekking in het zesde leerjaar. En daar ben ik altijd gebleven. Tijdens dat parcours heb ik wel veel meer met vrouwen samengewerkt. Er zijn steeds minder mannen in het onderwijs. In mijn team zijn er nog vier, tegenover zesendertig vrouwen. Zo zou het wel eens fijn zijn om een mannelijke kleuterleider aan te nemen, maar die zijn heel zeldzaam.”

Kan je eens beschrijven hoe een standaard werkdag eruit ziet?
“Rond acht uur ben ik op school. En eerlijk gezegd, na een kwartier zit mijn agenda van die dag vol. Er komen dan meteen zoveel vragen op je af. Mijn deur staat ook altijd open. Dat is bewust. Voor het personeel ben ik op die manier altijd aanspreekbaar. Ook voor ouders uiteraard. Daarnaast is er nog de secretaresse die mee de agenda bepaalt. Na de grote drukte van ’s morgens zijn het dan veelal vergaderingen. Met het CLB, ondersteuners en het zorgteam, met ouders, met vertegenwoordigers, met de stad Turnhout, met collega-directeurs, met de inrichtende macht,… noem maar op. Echt rustige momenten zijn er niet. Want daarnaast heb je nog een heel aantal pedagogische taken zoals klasbezoeken, functioneringsgesprekken, zorgoverleg en gesprekken met kinderen. Om zes uur ’s avonds trek ik dan de deur meestal dicht. Na het avondeten beantwoord ik veelal alle mails en doe ik de praktische zaken zoals vergaderingen voorbereiden, nieuwsbrieven schrijven, dienstmededelingen,… Na twee jaar begint dat iets vlotter te gaan. Maar in het begin kost je dat toch veel tijd en energie.”

Rekening houdende met alle uren die je voor school bezig bent, ben je tevreden van je loon?
“Dat valt wel mee. Maar je kan toch best je uren niet tellen. Ik ben min of meer zestig uur per week actief voor school bezig. Ook op woensdagnamiddag, ook tijdens de vakanties. En dat is nodig. Dus voor het loon zou ik de stap van onderwijzer naar directeur niet zetten. De functie van directeur en eigenlijk geldt dat voor het ganse onderwijs is erg intensief. Je ontvangt veel impulsen, elke dag opnieuw. Een job in het onderwijs wordt door veel mensen onderschat. Of het daarmee een zwaar beroep is, dat laat ik in het midden. Dat is voor iedereen persoonlijk.”

Je zegt bewust ‘actief voor school bezig’. Bedoel je dan dat je daarnaast ook passief aan het werken bent?
“Oh ja, absoluut. En dat vindt de familie niet altijd even leuk. Misschien is de juiste balans vinden tussen werk en gezin nog wel de moeilijkste oefening. Ik heb een vrouw en drie kinderen en die verdienen uiteraard ook allemaal mijn aandacht. Maar ik geef toe dat het niet altijd gemakkelijk is. Gelukkig werkt mijn vrouw ook in het onderwijs en kent zij de sector. Zelfs in het weekend tijdens onze inkopen in het warenhuis ben ik ondertussen op zoek naar specifieke spulletjes voor school. Daarnaast zijn er ’s avonds en in het weekend heel wat extra vergaderingen met de ouderraad, de schoolraad, de parochieraad maar evengoed infoavonden, nascholingen of recepties. Erg is dat allemaal niet maar je bent wel weg van huis. Het maakt dat de hobby’s er wat over schieten. Ik begrijp dus dat steeds meer collega’s dit in een duobaan doen. Daar valt wel iets voor te zeggen.”

Tekst: Peter Meulemans
Foto’s: Peter Meulemans en SPT Zevendonk


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*