Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Inleefreis Israël-Palestina: altijd tussen ongeloof en verwondering

DESSEL/WESTELIJKE JORDAANOEVER - In het zomernummer van Onderox kon je lezen over Carolines belevenissen in Israël en Palestina. Ze was nog lang niet uitverteld. Haar verdere verslag vind je hier.

30 maart 2018, vrijdag vóór vertrek. Het Israëlische leger doodt 18 onbewapende Palestijnen aan het veiligheidshek in Gaza in wat een vreedzaam protest had moeten zijn in het kader van de ‘March of Freedom’ naar aanleiding van 70 jaar Nakba (‘catastrofe’ in het Arabisch, of de verdrijving van 750.000 Palestijnen uit hun dorpen in 1948). Ook de vijf vrijdagen erna zullen de inwoners van Gaza, met 2 miljoen zijn ze intussen, hun gevangenschap aanklagen en het recht op terugkeer opeisen. Er vallen vele tientallen doden en duizenden gewonden.

Jammer, maar begrijpelijk: ons programma wordt omgegooid. Gaza is een no-go tijdens onze reis. Maar ook op de Westoever is de spanning te snijden. We voelen het donderdagavond al, als we praten met het Palestijns gezin waar we te gast zijn voor het avondmaal. Niet alleen in Gaza wordt geprotesteerd, vertelt George, onze gastheer, ook aan verschillende checkpoints is het – al sinds Trump besliste zijn ambassade te verhuizen van Tel Aviv naar Jeruzalem – elke vrijdag onrustig. George doet niet mee aan de protesten, maar maakt er een sport van om te gaan kijken. “De kunst is om je op te stellen achter de journalisten,” zegt hij, “zodat je enkel het risico loopt een Palestijnse steen op het hoofd te krijgen, maar de Israëlische kogels je niet kunnen raken.” Vrijdag komt de dreiging voelbaar dichtbij als we te horen krijgen dat onze trip naar Ramallah wordt uitgesteld wegens te veel spanningen aan het checkpoint. Ook het geplande bezoek aan drie families in vluchtelingenkamp Aïda wordt geannuleerd. We trekken wél door de straten van het kamp… op een sneltempo en onder leiding van Salah, een dertiger die hier geboren is. Intussen schalt het vrijdaggebed uit de luidsprekers. We verstaan er geen woord van, maar dat het intens is, voelen we wel. Begeleidster Julie, die wat Arabisch begrijpt, is merkbaar gespannen en spoort ons aan vooral niet van de groep af te wijken. Ze haalt opgelucht adem als we het kamp weer buiten zijn.

Genieten, nu het nog kan
Een strandganger kan je mij allesbehalve noemen, maar in de Dode Zee drijven heb ik altijd al eens willen doen. Nooit geweten trouwens dat die aan Israël grensde (en ook aan Jordanië, nvdr.). Zo zijn er nog meer dingen die ik niet wist: dat de Dode Zee de laagste plaats ter wereld is bijvoorbeeld: meer dan 420 meter onder zeeniveau. En dat je je moet reppen als je er ook eens in wil drijven, want het waterpeil zakt wel 80 centimeter tot 1 meter per jaar. Hoe dat komt, ontdekken we onderweg, als we een tussenstop maken bij de Baptism Site, de plaats waar Johannes de Doper Jezus gedoopt zou hebben in de Jordaan. Een site die midden in de woestijn in militair oefengebied ligt, met prikkeldraad aan beide kanten van de weg: ‘Dangerous. Mines’. Naast groepjes diepgelovige Afrikanen, die drie keer kopje-onder gaan om zich zo – opnieuw – te laten dopen, zien we op een bordje tot waar het waterpeil van de Jordaan in 2013 nog reikte. We staan méters lager nu. Wat ooit een brede rivier was, is nu een smalle stroom. Hallucinant om te zien. Blijkt dat Israël al jarenlang water voor eigen gebruik uit de Jordaan pompt vóór die de vallei nadert. Slechts 14% wordt doorgelaten, wat de Dode Zee doet zakken aan een onheilspellend tempo.
Maar hé, we zijn hier nu, tijd om even alle zorgen te laten voor wat ze zijn en te genieten van deze zee, nu het nog kan. Er blijkt een techniek te zijn om op de juiste manier aan het drijven te gaan: stap rustig het water in tot je zo’n 40 centimeter diep bent, ga dan zitten, en zoek je evenwicht. ‘Geen water in de ogen en pas op voor putten’, roept een waarschuwingsbord me nog toe. Maar bij de tweede stap die ik zet sta ik tot aan mijn schouders in het water, mijn benen diep in de modder. Hilariteit alom. Tot daar de techniek. Die modder kunnen we smeren trouwens. Dicht bij het strand zit hij vol grote zoutkristallen, als een peeling, wat dieper smeert hij als een dikke crème. Het water zelf voelt vet en olieachtig aan. Erin drijven is een heerlijk gevoel. Even vergeten we alle heftigheid die we de afgelopen dagen hebben gezien, en genieten we van het moment. Tot ik, twee uur en twee douches later, zonder nadenken in mijn ogen wrijf. Mijn neus begint ogenblikkelijk te lopen en de rest van de avond prikken en tranen mijn ogen als gek. Een dag later is de eczeem die mijn handen al weken teisterde als bij wonder wel volledig weg.

Jeruzalem, thuis van drie religies
Voor Israël is Jeruzalem de eeuwige en ondeelbare hoofdstad. Alleen denkt de internationale gemeenschap, en de Palestijnen, daar anders over. Oost-Jeruzalem is van oorsprong Palestijns gebied en ook zij willen Jeruzalem als hun hoofdstad. Een kwestie die nog ingewikkelder werd sinds Trump besliste zijn ambassade te verhuizen van Tel Aviv naar hier, tegen de internationale consensus in. Er staat ook heel wat op het spel, want Jeruzalem is een heilige stad voor iedereen. Christenen hebben er de Heilige Grafkerk, waar Jezus zou gestorven en begraven zijn, de Joden hebben er de Klaagmuur en de Moslims hun Rotskoepel en Al Aqsamoskee. Allemaal op één berg. En dat voel je als je er rondloopt. Het oude Jeruzalem bruist. Maar niet zoals een doorsnee wereldstad dat doet. Het is een licht ontvlambaar bruisen, met checkpoints en militairen op scherp. Moslims zijn niet toegelaten aan de joodse kant, en Joden andersom alleen op bepaalde tijdstippen en onder strenge begeleiding, maar ze mogen er niet bidden. Hoe zenuwachtig de Israëli aan het checkpoint richting Tempelberg en Al Aksa kunnen worden, merken we aan den lijve als we in de smalle doorgang op agressieve wijze een halt toegeroepen worden door de gewapende escorte van een groepje ultraorthodoxe Joden. Pas als zij gepasseerd zijn, mogen wij verder. Bij het checkpoint zelf zien we een stapel achtergelaten schoenen. Omdat ze bang zijn op het ‘Heilige der Heiligen’ te stappen komen de meeste Joden niet op de Tempelberg. Zij die wel komen, doen hun schoenen uit.
Op weg naar de Klaagmuur zien we een jong koppel. Vrouw met baby in de kinderwagen. Haar man met peuter op de schouders en machinegeweer op de rug. Of hoe de waanzinnige dictatuur van veiligheid zijn weg vindt in alle lagen van de maatschappij. Even later plots commotie. Jongens en mannen zetten het op een lopen. Joelend en schreeuwend. Als we van de verbazing bekomen, zien we dat ze een grote witte jeep achtervolgen: een opperrabbijn die aankomt om te bidden aan de Muur.

De stuipen op het lijf
Het is woensdagavond 11 april. Morgen vertrekken we opnieuw huiswaarts. Tenminste, als de luchthaven niet gesloten wordt. Vandaag kondigde Trump namelijk aan Syrië te zullen bombarderen in vergelding van de gifgasaanvallen in Douma. Onze Palestijnse gidsen zijn geagiteerd en luchtvaartmaatschappijen worden gewaarschuwd voor raketaanvallen in het oosten van de Middellandse Zee. KLM en Air France leiden hun vluchten vanuit Tel Aviv om. Voorlopig vliegt SN Brussels nog normaal.
Donderdag 12 april. Vandaag wordt in heel Israël de Holocaust herdacht. Traditioneel een serene dag, waarop bars en restaurants sluiten, de radio enkel rustige muziek speelt en om 10 uur ’s ochtends als de sirenes loeien, het openbare leven, inclusief het verkeer, één minuut volledig stil ligt. Mensen stoppen met wat ze bezig zijn, chauffeurs staan naast hun auto’s in het midden van de autostrade, en ook wij staan stil. Een beklijvend moment.
Aan het ontbijt lezen we nog op Haaretz, ‘de Standaard’ van Israël, dat Poetin, na Trumps bedreiging gisteren, met Netanyahu heeft gebeld om hem aan te manen het Syrische conflict vooral niet te doen escaleren. Een uurtje later wandelen we nog even rond in het havenstadje Jaffa – bekend van de sinaasappels die wereldwijd worden geëxporteerd – als plots met een oorverdovend lawaai Israëlische gevechtsvliegtuigen boven onze hoofden richting Syrië scheren. We kijken elkaar en onze gids aan. Het geluid blijft aanhouden. Boven de Golanhoogte draaien de vliegtuigen plots om en blijven minutenlang cirkelen boven de Israëlisch-Syrische grens. Af en toe laten ze iets vallen… Het lijken vlammen. Dan keren ze even snel als ze gekomen zijn weer terug. Wat was dit? Machtsvertoon van het Israëlisch leger? Provocatie? “Ja,” zegt onze gids, “maar ook Netanyahu die aan zijn volk wil laten weten dat hij er staat.” Een uur later verschijnt op Haaretz het bericht dat Netanyahu heeft verklaard dat het ging om een ‘onaangekondigde oefening voor een parade van volgende week’. Dat op de herdenkingsdag van de Holocaust, de meest serene dag van het jaar? Yeah right.

Fight the uniform
Raakt het hier dan nooit opgelost? “Officieel moeten wij de tweestatenoplossing onderschrijven,” horen we bij de VN, “maar wie de kaarten en het terrein bekijkt, kan zijn eigen conclusies trekken.” Het klinkt weinig hoopvol. En toch. Toch geloof ik dat met politieke wil véél opgelost kan worden. Want het gaat om het regime, niet om de mensen. Het gaat niet om Israëli versus Palestijnen. De meeste Israëli die we spreken zeggen Palestijnse vrienden te hebben, en andersom. Zoals Salwa Tamimi zei: “we fight the uniform, not those who wear it.” Op één van onze avonden praten we ook met twee mensen van The Parents Circle: een Palestijnse vrouw en een Israëlische man. De eerste verloor haar man op een gruwelijke manier, de tweede zijn oudere broer. Ze getuigen zij aan zij. Met respect voor elkaars mening en verdriet. Zolang dit soort initiatieven bestaan, kan je niet anders dan hopen.

Meer info:
De blog die de deelnemers bijhielden tijdens hun reis samen met Broederlijk Delen vind je op www.broederlijkdelen.be/nl/reisverslag-israel-palestina.

Tekst en foto’s: Caroline Broeckx


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*