Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Matthias Lens: "blij dat ik dit allemaal kan en mag doen"

ARENDONK/ARDOOIE – Wie aan Matthias Lens denkt, denkt meteen aan schlagermuziek met een accordeon. Nochtans had het helemaal anders kunnen uitdraaien indien hij in het rijke assortiment van zijn grootvader een ander instrument had uitgekozen. Maar gelukkig werd het dus die accordeon. En zo legde de kleine Matthias, toen nog maar vijf jaar, de basis van een mooie carrière als accordeonist en zanger. En te weten dat hij nog altijd maar 32 jaar is.

Afspreken met Matthias doen we in een Arendonks café. Want ook al woont hij met zijn vrouw en dochter in het verre Ardooie, hij voelt zich nog steeds op en top Arendonkenaar. Tijdens de vele kilometers die hij aflegt tussen de kust en Limburg houdt hij nog regelmatig halt in het dorp waar hij getogen is. Maar de volgende dagen even niet. Want er staan een paar dagen Tenerife op het programma. Niet om te werken, maar om te rusten. Om dan een uiterst drukke zomer tegemoet te gaan. Want de schlagermuziek leeft nog in Vlaanderen. Zoveel is duidelijk.

Een uiterst drukke zomer, dan overdrijf ik niet. Toch?
Matthias Lens: “De agenda zit de volgende weken inderdaad goed vol. Het is nog altijd plezant om vast te stellen dat schlager nog steeds erg populair is in Vlaanderen. Al merken we wel dat de grote topproducties wat minder zijn. Maar in ruil komen er zeer veel kleinere festivals bij waar schlager wordt geprogrammeerd. En zo is het destijds ook begonnen. Dat gaat steeds in golven. Maar je zal ons absoluut niet horen klagen. Dit is wat we graag doen en waar we goed in zijn.”

Jij lijkt mij het type dat op zijn vijf jaar al met een speelgoedaccordeon door de woonkamer dartelde. Zie ik dat goed?
“Bijna. Het was effectief al een echte accordeon. Mijn grootvader Leo Stoop en mijn oom Patrick Stoop speelden in die periode in van die typische balorkesten. En de repetitieruimte was bij mijn grootvader thuis, in een kamer die helemaal was betegeld met eierkartons voor het geluid. Het stond daar vol met muziekinstrumenten, micro’s, platenspelers en van die dingen. Voor mij één grote speeltuin. Maar telkens werd mijn aandacht getrokken door een kleine accordeon. Een fantastisch ding. En het heeft me niet meer losgelaten. Ik vraag me regelmatig af wat er zou gebeurd zijn als ik toen bijvoorbeeld een gitaar had gekozen. Zou ik daar dan ook mijn beroep van hebben kunnen maken? Of zou ik nu een metser zijn geweest?” (lacht)

En je grootvader zag meteen dat je een groot talent was?
“Mijn grootvader vond het alleszins fantastisch dat ik interesse had voor muziek. Hij had zelfs een leraar voor me gevonden. Die zag dat natuurlijk niet zitten. Wat wil je? Ik was vijf jaar en ik kon nog niet lezen of schrijven. Maar er was geen houden aan. Ik moest en zou les volgen. Na een paar lessen had mijn leraar, Jos Eyckens was zijn naam, wel gezien dat ik het graag deed en dat ik ook wel aanleg had. Helaas is hij een paar jaar later erg ziek geworden maar hij heeft me echt zo lang mogelijk les gegeven. Daarna kwam ik bij Ludo Mariën terecht. Eerst in Turnhout, daarna in Mol en vanaf mijn vijftiende ongeveer aan de Kunsthumaniora in Antwerpen, om dan te eindigen aan het Conservatorium. Ludo is in die tijd altijd mijn mentor geweest.”

Wat vonden je ouders van je muzikale interesse? Hadden ze niet liever dat je eerst ‘een vak’ ging leren?
“Dat was gemengd. Ik denk dat elke ouder overtuigd is dat muziek vaak maar een bevlieging is. Of gewoon een hobby. Maar geen echt beroep. Dat was bij ons niet anders. Al hadden ze natuurlijk snel begrepen dat gewone studies niets voor mij waren. Ik had nauwelijks interesse in de algemene vakken. Na drie jaar in het humaniora raadde mijn klastitularis me zelfs aan om naar de kunsthumaniora te gaan. Ik had in de klas altijd alles gezien, behalve wat er op bord stond. (lacht) Bovendien, als je als vijftienjarige alleen naar Antwerpen trekt voor een droom die je hebt, dan moet je wel gemotiveerd zijn. Het eerste jaar kwam ik elke dag nog naar huis maar dat was niet houdbaar. Op vrijdag was ik ‘perte totale’. Op mijn zestiende ben ik dan op kot gegaan. Helemaal alleen. Want al mijn vrienden zaten hier in de buurt op school. Dat moeten zowat de meest eenzame momenten uit mijn leven zijn geweest. Er was toen nog geen internet en 4G zoals nu. Maar op het vlak van accordeon waren het topjaren. Ik repeteerde immens veel. Al was het maar uit pure verveling. Later werd ik door mijn leraar af en toe gevraagd om mee op te treden. Geen schlagers in die tijd maar allemaal klassieke accordeonmuziek. Aan die periode heb ik veel te danken.”

Wanneer heb je dan de omslag gemaakt naar de meer toegankelijke muziek?
“Op mijn 23ste speelde ik in het ‘Guido’s Orchestra’ in Nederland. Dat was een groot symfonisch orkest waar ik één van de vele muzikanten was. We speelden voor toppers zoals Marco Borsato, Petula Clark, Helmut Lotti, Dana Winner en vele anderen. Het was wel symfonisch maar toch ook behoorlijk pop. Een prachtige leerschool. We speelden bijvoorbeeld drie keer op een weekend in de Jaarbeurshal in Utrecht. Toen wist ik al wel dat dit mijn toekomst was. En als een groot toeval kwam toen de vraag voor ‘The Sunsets’. We hadden geen idee wat dat ging worden. Maar het was een ongelooflijk schot in de roos. Twee jonge mensen die op een populaire manier accordeonmuziek brengen. Dat was nieuw. In eerste instantie was het de bedoeling om het enkel op cd uit te brengen. Maar na een gastoptreden op het Schlagerfestival in Hasselt zag iedereen het potentieel van deze formule. We verkochten 90.000 exemplaren van onze cd.”

En plotseling kende iedereen Matthias Lens, het wonderkind van de accordeon.
“We stonden daar helemaal niet bij stil. Het ging razendsnel toen. We speelden dat eerste jaar 120 optredens. Waanzinnig. Later hoorde ik zeggen dat we Natalia van de troon hadden gestoten in de Ultratop voor albums. Wekenlang stonden wij nummer één. Een meisje en een jongen met een accordeon. Wie had dat gedacht? En de volgende cd was nog meer van dat. We haalden met The Sunsets twee keer goud en één keer platina. Daar plegen ze nu een moord voor.” (lacht)

En voor je het goed en wel weet, behoor je dus tot de Vlaamse schlagertop. Ondertussen al ruim tien jaar. Hoe kijk je terug op die periode?
“Het is schitterend. Echt een droom. Van je hobby je beroep maken is uiteraard altijd fantastisch. Dat zal iedereen beamen. Maar je mag natuurlijk niet vergeten dat daar vele jaren bloed, zweet en tranen aan vooraf zijn gegaan. Dat heeft niemand gezien en dat hoeft ook niet. Maar er zijn avonden dat ik tot 500 kilometer met de wagen rij voor twee optredens. En ik heb ook wel eens een mindere dag. Toch heb ik nog nooit een optreden afgezegd. Ook niet als ik eigenlijk veel te ziek ben. Spuit halen bij de dokter en vooruit. The show must go on. Ook bij het Schlagerfestival bijvoorbeeld. Dat is uiteraard een schitterend evenement maar door de stress, de focus en de concentratie ben je daarna helemaal leeg. Dan is het toch werken hoor. Vorig jaar hebben we onze ‘Goes Classic-cd’ uitgebracht. Daar gaat een jaar intensieve voorbereiding aan vooraf. Met een heel team van mensen. Dan is het eigenlijk echt een onderneming die wil blijven innoveren en daar keihard voor werkt.”

Ondertussen heb je in de schlagerwereld ook je vrouw Laura Lynn leren kennen. Hoe is het met haar? En met de kleine Eliana?
“Prima. Top. Laura treedt ook nog zeer veel op. Binnenkort komt haar nieuw album uit. Tijdens de weekends is het uiteraard altijd erg druk ten huize Lens-Lynn. We treden ook wel samen op maar het gebeurt evenzeer dat we beiden op het zelfde festival geafficheerd staan maar dat ik alweer vertrokken ben voor zij arriveert. En met Eliana gaat alles goed. In september wordt ze zes en dus gaat ze naar het eerste leerjaar. Dat wordt weer een hele nieuwe stap. Lezen, schrijven, huiswerk maken. Ik kijk er wel naar uit.”

Enkele weken geleden maakte je nog deel uit van de Arendonk Zingt en Swingt-band. Kijk je daar elk jaar nog naar uit?
“Enorm. Je mag gerust weten, Arendonk Zingt van 2019 staat al geblokkeerd in mijn agenda. Ik vind dat fantastisch. Zalig om te doen. Ik steek best wat tijd in die partituren en de voorbereiding in het algemeen maar voorlopig kunnen ze bij AZS nog altijd op mij rekenen. Volgend jaar voor de vijftiende keer trouwens. Misschien moeten we eens iets speciaals doen.” (lacht)

Tot slot. Ik weet dat je ook van voetbal houdt. Wat verwacht je van de Rode Duivels op dit WK?
“Dat is een moeilijke vraag natuurlijk. De verwachtingen zijn uiteraard hoog gespannen. En terecht. Maar het zal niet makkelijk zijn om wereldkampioen te worden. Een halve finale zou toch ook al prachtig zijn, niet? In België spreken ze nu van een gouden generatie maar volgens mij heeft bijvoorbeeld Duitsland altijd zo’n gouden generatie. Dus daar moet je toch weer rekening mee houden. Maar we gaan uiteraard stevig supporteren. Trouwens. Heb je het WK-lied van Tom Waes al gehoord? De Russische versie van ‘Dos Cervezas’? Je moet eens goed naar de accordeon luisteren op dat nummer. Enig idee wie dat ingespeeld heeft?” (lacht)

Neen. Echt geen flauw idee. Bedankt Matthias en nog een prettige vakantie.

Meer info: www.matthiaslens.be

Tekst: Peter Meulemans
Foto’s: Astrid Steurs


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*