Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Dalilla Hermans, gewoon een griet van de Kempen

TURNHOUT/BERCHEM – Een deelname aan de Slimste Mens Ter Wereld, meer had Dalilla Hermans (32) niet nodig om de meest gegoogelde BV van 2017 te worden. Maar dat heeft haar nauwelijks veranderd. De idealen zijn nog steeds dezelfde. Al helpt een beetje bekendheid wel om haar boodschap over diversiteit en racisme over te brengen. En dat is anno 2018 nog steeds nodig.

Voor het MOOOV Filmfestival 2018 is Dalilla nogmaals in Turnhout. Ook al heeft ze hier tijdens haar tienerjaren gewoond, toch komt ze er niet meer zo vaak. Samen met haar man Willem en hun drie kinderen wonen ze al enkele jaren in Berchem. Maar het filmfestival is een goede reden om nog eens even rond te kijken in de stad waar ze opgroeide en naar school ging. Tussen alle drukte door spreken we af op een Turnhouts terras. Maar de regendruppels jagen ons al snel naar binnen. Daar maken we kennis met de vele kanten van Dalilla. Bekende Vlaming, echtgenote, mama van drie kinderen, presentatrice, opiniemaker, activiste en uiteraard schrijfster.

Het filmfestival MOOOV brengt je voor de gelegenheid nog eens tien dagen naar Turnhout. Wat wordt er precies verwacht van jou?
Dalilla Hermans: “MOOOV is een internationaal filmfestival in UGC dat naast Turnhout ook in verschillende andere gemeenten plaatsvindt. Het is een vervolg op Open Doek en nog vroeger was dit Focus Op Het Zuiden. Het festival brengt als het ware de wereld naar Vlaanderen want we nodigen regisseurs en hoofdrolspelers uit. We doen vraaggesprekken, debatten en panelgesprekken. Samen met Annick Ruyts, bekend van ‘Grenzeloze liefde’ en ‘We are from Belgium’, en vele vrijwilligers. Echt heel leuk om te doen. Ik heb het vorig jaar een eerste keer gedaan en heb me toen echt geamuseerd. We hebben meteen beslist om dit jaar opnieuw de handen in elkaar te slaan. Ik deed vroeger vakantiewerk in Utopolis. Dus ik kom altijd graag terug naar hier.”

Heb je fijne ervaringen aan je kinder- en tienertijd in Weelde en Turnhout?
“Er zijn zeker veel leuke momenten geweest. Ook minder leuke omdat ik toch al op jonge leeftijd ben geconfronteerd met racisme. Dat draag je voor altijd mee. Maar het was zeker niet allemaal kommer en kwel. Bij de KSA in Weelde heb ik echt een fantastische tijd gehad. Ik denk daar nog met veel plezier aan terug. Ook aan het Heilig Graf trouwens. Ik ging daar graag naar school en heb nog altijd contact met leraren en studiegenoten. Ik was echt een zondagskind. Mijn ouders zijn toen ik een jaar of vijftien was van Weelde naar Turnhout verhuisd en wonen nu in een appartement. Meestal komen zij dus naar Berchem. Wat gezien onze drie kinderen ook het handigste is.” (lacht)

Eigenlijk heb je alles wat je nu meemaakt te danken aan een open brief die je in 2014 schreef in DeWereldMorgen. Had je verwacht dat er zo’n respons zou komen?
“Absoluut niet. Ik heb die brief vooral voor mezelf geschreven. Het was even genoeg. Het moest van mijn lever. En dat luchtte op. Die brief heeft dan twee maanden op mijn computer gestaan zonder dat ik er iets mee gedaan heb. Tot mijn man op een gegeven moment zei dat ik mijn frustraties maar eens moest neerschrijven. Ik zei dat ik dat al gedaan had. ‘In dat geval moet je er ook iets mee doen’, antwoordde hij. Ik heb de brief naar enkele krantenredacties gestuurd maar kreeg weinig respons. Tot DeWereldMorgen het oppikte, een nieuwswebsite met een vrij eigenzinnige visie. En meteen kreeg mijn verhaal een heel eigen leven op sociale media. Een paar dagen later stond ik in alle kranten. Blijkbaar konden veel mensen zich vinden in mijn aanklacht. Ik kreeg respons van heel Vlaanderen. Het was helemaal niet zo dat ik op voorhand echt met racisme en ongelijkheid bezig was. Maar na die brief wist ik wel dat er nog veel werk aan de winkel was. De strijd was begonnen.”

En plotseling word je overal gevraagd om je mening te geven?
“Klopt. En dat was niet altijd gemakkelijk. Zoals gezegd ging die brief over mezelf, hoe ik persoonlijk racisme ervaarde. En dan moest ik in kranten en tv-programma’s opdraven als de stem van iedereen die zich gediscrimineerd voelde. Er werden me vaak woorden in de mond gelegd. Bijvoorbeeld dat ik zou vinden dat ‘de Vlaming’ racistisch is. Dat zou ik natuurlijk nooit zeggen. Mijn ouders zijn Vlamingen, mijn man ook. En ikzelf uiteraard ook. Mensen kregen dan ook het idee dat ik altijd slechtgezind was. Boos op iedereen. Dat was zeker niet niet zo. Na De Slimste Mens is dat toch wel veranderd. Daar leerden de mensen een andere Dalilla kennen. Dat was leuk. En dat maakte het ook enigszins eenvoudiger om mijn boodschap te brengen.”

Hoe zijn de mensen van De Slimste Mens eigenlijk bij jou terecht gekomen?
“Geheel toevallig. Ik werk mee aan een zaalvoetbalmatch die jaarlijks door vrienden van me georganiseerd wordt voor het goede doel. Erik Van Looy was één van de spelers en ook mijn man speelde mee. Willem liet aan Erik weten dat ik een geschikte kandidate was voor zijn quiz. Maar Erik kende me niet en heeft wat opzoekingswerk gedaan. Toevallig stond ik die week net met een interview in Knack. En dus werd ik uitgenodigd voor de zogenaamde cafétesten. Waar ik het trouwens helemaal niet goed had gedaan. Toch kreeg ik een tijdje later telefoon om mee te doen. Toen ging het gelukkig wel goed. Zoals zoveel dingen in mijn leven is me dit gewoon overkomen.” (lacht)

En van de ene dag op de ander ben je de meest gegoogelde persoon in Vlaanderen. Ook dat was even schrikken?
“Heel grappig. Ik dacht dat ze me flink in het ootje aan het nemen waren. Ik kreeg, echt waar, telefoon van Google dat ik de meest gegoogelde persoon was. Ik dacht dat onze vrienden met mijn voeten aan het spelen waren. Maar ik heb het allemaal wel als positief ervaren. Sindsdien heb ik veel meer opdrachten. Ik geef bijvoorbeeld vaak lezingen en vormingen, op scholen, in culturele centra en bedrijven. Ik modereer ook panels of ben zelf panellid. Ik probeer steeds vanuit mijn eigen verhaal, aan de hand van ‘Brief aan Cooper en de wereld’ een bredere maatschappelijke dialoog te starten.”

Al blijft het naar mijn gevoel een moeilijke en energievretende strijd om te voeren. Voel je toch dat je impact hebt?
“Het is inderdaad niet zo dat je op drie dagen een mentaliteitswijziging teweeg brengt. Maar ik vind wel dat ik goed geplaatst ben om de boodschap te brengen. Ik ben opgegroeid in Vlaanderen, gewoon een griet van de Kempen. Mensen beseffen: als zij het zegt, zal het wel waar zijn. En dat is voor velen toch best confronterend. Ik hou ze een pijnlijke spiegel voor. En uiteraard is het overgrote deel van de Vlamingen absoluut niet racistisch, ik laat ze er wel over nadenken. Ik probeer in conversatie te gaan met hen. Dat botst soms op weerstand maar het geeft toch een prettig gevoel als je merkt dat ze erover nadenken. Dus het vreet energie, ja, maar ik krijg er ook veel energie van terug. De positieve feedback van de mensen doet wonderen.”

Je bent ook een actieve schrijfster bij Studio Charlie. Vertel daar eens iets meer over.
“Charlie is een online magazine dat echte verhalen over échte mensen wil brengen. Na mijn open brief ben ik met hen in contact gekomen. Ik schrijf blogs en opinies over alles wat me bezighoudt. Zo hebben we in 2016 de reeks ‘The Race Files’ gemaakt. Hier interviewde ik elke maand iemand met een verschillende achtergrond om over diversiteit te babbelen. Dat was een zeer boeiende reeks, vond ik zelf. Zo heb ik zeer goeie herinneringen aan het gesprek met Lies Lefever. Ik ben blij dat ik haar heb leren kennen. Haar overlijden was een shock.”

Toen had je de smaak van het schrijven helemaal te pakken. In mei 2017 volgde je eerste boek ‘Een brief aan Cooper en de wereld’. Een autobiografisch verhaal, gericht aan je zoontje. Een verhaal dat je absoluut wou schrijven?
“Helemaal. En het is er ook uitgekomen zoals het in mijn hoofd zat. Voor mij was het belangrijk om hem te informeren dat zijn levenspad, door zijn kleurtje, af en toe toch een beetje anders zal zijn. Hij is nog maar vijf maar ik schreef het verhaal als een brief naar hem als hij een jaar of vijftien zal zijn. Ik wil hem op deze manier beter voorbereiden op zijn leven in onze maatschappij. Als mama is dit mijn taak. Maar naast de kritiek en de waarschuwingen is er zeker ook plaats voor humor.”

Cooper is vijf. Je twee dochters, Malone en Noëlle, zijn respectievelijk drie jaar en negen maanden. Ga je voor hen ook nog een boek schrijven?
“Dat is klaar. Al is het een heel ander boek geworden. Een kinderboek. Het gaat over twee bruine meisjes en ik heb getracht zo goed mogelijk te verwoorden wat in hun hoofdjes omgaat. Een echt feelgood-boek voor sterke bruine meisjes. Naar mijn gevoel was er dat in Vlaanderen nog niet. Toen ik in New York was, vond ik best wat kinderboeken met gekleurde kinderen waar ook over hun gevoelens werd gesproken. Gevoelens die ze hadden omwille van hun kleurtje. In Vlaanderen vond ik wel boeken waar een bruin meisje meespeelde maar dan was het gewoon een kinderverhaal. Die leegte moest ik toch even opvullen. (lacht) Als alles goed loopt zou het boek binnen enkele maanden in de winkel moeten liggen. En daarna is het tijd voor een fictieboek. Dat wordt de volgende uitdaging. Misschien wel de grootste.”

Heeft deze mama nog wel tijd voor haar drie kinderen?
“Zeker en vast. Bij momenten is het druk maar eigenlijk heb ik nu meer vrije tijd dan toen ik een normale fulltime job had. Dit voelt meestal niet aan als werken maar eerder als een passie. En schrijven kan je eender wanneer doen. Toch plezant als je je dagen kan vullen met die dingen die je echt graag doet.” (lacht)

Meer info: www.charliemag.be

Tekst: Peter Meulemans
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*