Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Caren Meynen kan geblinddoekt radio maken

MOL – Het zal maar in je bloed zitten. Een passie voor de radio – nog altijd het schoonste medium dat er bestaat – danspasjes maken op een podium en zingen met de juiste entourage. Een micro en een mengpaneel blijven Caren Meynen voor eeuwig en elfendertig dagen begeesteren. Bij Radio 2 heeft ze het momenteel erg naar haar zin. Als de wetgevers het toelaten wil ze hier, in een héél verre toekomst, haar pensioen halen. En dan komt ze, uiteraard als vrijwilliger, terug werken voor Radio Mol. Want daar begon het allemaal.

Een klaterende lach, spontaan en zonder de minste kapsones, het is Caren Meynen ten voeten uit. Met een stralende glimlach van oor tot oor duikelt ze de vernieuwde studio van Radio Mol binnen. De lokale radio waar haar nog immer voortdurende sprookje indertijd begon. En waar nestelt ze zich? In het stoeltje achter het mengpaneel. Het is op dat moment dan wel Siberisch berenkoud in de Kempen en net achter die stoel snort wel de verwarming in overdrive. Maar dat is niet het excuus. Achter die talloze knopjes en schuifjes, het is doodgewoon haar biotoop. Hier voelt ze zich het best van al thuis. Binnen een paar decennia vindt de luisteraar Caren Meynen terug op 105.2 en 107.6. Wij zullen dan waarschijnlijk de oorschelp niet meer naast de transistor te luisteren leggen, maar Caren zal er zijn. Met die vlotte babbel die tegelijk zo professioneel en toch zo oprecht is.

Caren, hoe ben jij indertijd bij Radio Mol terechtgekomen? Moet een puber niet dromen van dansen, huppelen en zingen op een podium?
Caren Meynen: “Weet je, ik studeerde in die tijd woordkunst en drama. Mijn grote droom was toen al om ooit voor de radio te werken. Dat was gewoon een meisjesdroom, iets dat me mateloos boeide. Toen ik veertien was, legde ik al eens een stemtest af voor de VRT. Ik luisterde ook veel naar Nederlandse radiozenders. Hoe ze daar programma’s aanpakten, dat boeide me echt. Voor mij had het iets magisch om voor de radio te werken en dat is een passie die nog altijd aanwezig is. Je hoorde een stem en je wist niet welk gezicht daar achter schuilde. Dat maakt het juist zo intrigerend. Dus – het zal in 1996 of 1997 geweest zijn – ging ik op zoek naar een vakantiejob. Ik klopte aan bij Radio Mol, waar ze toen nog uitzonden vanop de Keirlandse Zillen, vlakbij het station van Mol. Ik moest een stemtest afleggen, een fictief nieuwsbericht lezen met nogal wat instinkers. Ik werd als zeker bruikbaar gecatalogeerd en al rap mocht ik de Ultra Top 30 presenteren. En ik kreeg ook een ochtendprogramma dat Broodrooster heette. Frank Hus had indertijd iets opgevangen over een wedstrijd bij Radio Donna waar talent gezocht werd. Ik kreeg van hem het voorstel om toch maar eens deel te nemen en ik zat meteen in de selectie.”

Boenk, midden in de roos?
“Zo eenvoudig als je dat voorstelt was het nu ook weer niet. Er waren wel degelijk ruim duizend kandidaten die zich geroepen voelden. Na de nodige proeven bleven er daar nog 40 van over. Uiteindelijk mocht ik een uur radio maken. Maar het werd ook serieus natuurlijk. Werken voor Donna is wel meteen een job! De speeltijd was absoluut voorbij. Dan begin je te beseffen dat er een miljoen mensen naar jouw programma luisteren! Maar ook in die periode bleef ik zelf luisteren naar andere zenders. Hoe maken die hun programma? Wat zijn hun invalshoeken, hoe pakken zij het aan? Kijken wat andere mensen doen, welke uitzendingen ze maken, het houdt je fris. Vergelijk het met een goede bakker, die ook altijd zijn ogen open houdt om te zien wat de concurrentie in en op de toog legt.”

En het bleef niet bij Donna. De creatieve duizendpoot vond nog andere uitlaatkleppen?
“Ik ben ook bij muziekzender TMF actief geweest. En ik sprak al eens een reclamespot in of ik kondigde VT4-programma’s aan. Weet je dat ik ooit een gastrol heb mogen spelen in F.C. De Kampioenen? En na het opdoeken van Donna ben ik aan de slag geweest bij De Rode Loper. Voor Radio 2 Limburg ben ik nog actief geweest als presentatrice en meteen ook als reporter. Je had het over huppelen en zingen? Met onze band stonden we indertijd op Marktrock, Suikerrock, Parkpop en Pennenzakkenrock. Voor de India-actie van de VRT radiozenders mocht ik een nummer inzingen samen met Belle Pérez, Paul Michiels en Danny Wuyts. Jan Hautekiet en Walter Couvreur begeleidden ons op respectievelijk piano en bugel. En met DJ Wout en Regi mocht ik in de Lotto Arena het nummer ‘Larger than Life’ zingen.”

Je zit al even gebeiteld bij de nationale zender Radio 2. Een meevaller?
“Zeker weten! Ik werk nu zeven jaar voor Radio 2 en dat is superfijn. Eigenlijk klopt het doelpubliek met mijn eigen leeftijd en mijn eigen interesses. In het begin had ik wel een ‘ontluizingsperiode’ van doen, maar ik moest mezelf blijven. Het gaat er iets gemoedelijker aan toe, maar tegelijk zitten we met sommige programma’s wel pal bovenop de actualiteit. Ook qua muziekkeuze zit het voor mij snor, onze grootste groep luisteraars is zeer breed. Ze zijn opgegroeid met The Beatles, met Madonna, met Nirvana of The Spice Girls. Ons aanbod is dus heel divers met allemaal leuke muziek. Maar tegelijk wegen we via andere programma’s ook wel op de actualiteit.”

Ik hoor je net vertellen dat je tijdens je uitzendingen ook je eigen techniek doet. Hoe doet een mens zoiets? Op twee zaken concentreren, ik weet wel dat mannen niet kunnen multitasken…
“Ja, wij doen bij onze uitzendingen zelf onze techniek, ik heb dat altijd zo gedaan. Je moet dan gewoon dubbel geconcentreerd zijn. Maar dat maakt het zo boeiend. Plak nu allebei mijn ogen af en ik presenteer hier meteen een programma, ik kan blindelings het hele mengpaneel starten en bedienen. Dat is net zo plezant! En voor je het vraagt, er kan wel eens iets fout lopen, het omgekeerde zou al straf zijn. Maar als dat gebeurt, is het net de kunst om je elegant uit de slag te trekken. Dat is ook zo als je beroemde gasten in de studio krijgt voor een babbel. Vaak hoor je op voorhand dat sommigen onder hen nogal wat ‘complimenten’ kunnen verkopen. Zo had ik recent Mel C. (een bijzonder vinnige Spice Girl, nvdr.) op bezoek in de studio. Die heeft misschien een reputatie, maar we deden op voorhand een ‘klappeke’, zo onder vrouwen, je ‘masseert‘ die mensen wat en dat ging uiteindelijk allemaal bijzonder vlot, zonder enige dikdoenerij.”

Luister jij soms nog wel eens naar Radio Mol?
“Ja, als ik passeer, wil ik wel eens horen wat er op dat ogenblik gedraaid wordt. Hoe ze het doen. Maar dat heb ik overal, ik beluister heel veel zenders als ik even de tijd heb. Dat zal de leergierigheid in mij zijn zeker. Maar mag ik nu tussendoor zelf ook eens iets vragen?”

Niemand houdt je hier tegen!
“Wat is er eigenlijk aan de hand met al die grote fuiven waar de Kempen in mijn jonge jaren voor bekend stond? De Kempen was toen het absolute Mekka, het Walhalla van de fuifcultuur waar bij elke fuif duizenden jongeren naartoe kwamen. Dat zag je nergens anders. Dat is precies einde verhaal. Of toch alvast veel minder.”

Het woord is aan de kenners van de stiel!
Frank Hus en Jan Mermans: (al jaren gepokt en gemazeld bij Radio Mol en tijdens de rest van het interview op de achtergrond bescheiden in de weer met stofdoek en dweil) “Dat heeft alles met regel- en wetgevingen te maken. Vroeger stroopten de organisatoren gewoon de mouwen op en gingen aan de slag. Klinkt het niet, dan botst het, maar de formule sloeg wel aan. We hebben dat met onze eigen Stranddagen ook ondervonden. Op de diverse Molse stranden telkens goed voor duizenden bezoekers. Maar tegenwoordig krijgen organisatoren twee of drie ‘Gouden Gidsen’ voorgelegd met alle voorzieningen en regelgeving waaraan ze moeten voldoen. Veel onder hen haken dan af of schakelen veel lager wegens onhaalbaar en onbetaalbaar. Die fuiven dienden om kassa’s te spijzen, nu kan nog amper de bodem bedekt worden.”

Nu is het weer mijn vragenronde. Kom je ooit nog eens terug naar Radio Mol?
Caren: “Ja en ik meen dat! Als mijn werk bij VRT erop zit – maar ik wil er wel tot aan mijn pensioen aan de slag blijven – dan sta ik hier terug op de dorpel. Ik zal ondertussen mijn stiel wel kennen, ik doe dit zo graag en ik voel me hier nog altijd thuis.”

Tekst: Jef Aerts
Portretfoto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*