Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

UCI-commissaris Philippe Mariën

HERENTALS/MOL – Philippe Mariën is de beminnelijkheid zelve. Welbespraakt, immer vriendelijk, fijnproever, levensgenieter,… plak er zelf nog een koppel bijvoeglijke naamwoorden bij. Maar als hij zijn job als UCI-commissaris in het wielrennen uitoefent is er eventjes geen ruimte om buiten de lijntjes te kleuren. Wereldtopper of niet, bij je oren onverbiddelijk in de hoek als je in de fout gaat. Maar zonder enige wrok of haat, taak gedaan, spons over alles, op naar een nieuwe, leuke werkdag.

Het koerswereldje gaf en geeft Philippe Mariën gul een paternoster aan mogelijkheden en dompelt hem onder in ervaringen en sensaties die een doorsnee burger niet op zijn teljoor krijgt. Toch staat voortdurend bijscholen steevast bovenaan de orde van de werkdag. Want in het wielerwereldje beweegt tegenwoordig meer dan een stout-met-bruine-suiker-en-een-eierdooier in het bidonneke. Een UCI-commissaris dient daar boven te staan. Hij zorgt voor structuur tijdens zowel heroïsche wielerveldslagen, tijdens adembenemende pistewedstrijden en als er door omgeploegde akkers moet geploegd worden. Streng en rechtlijnig, dat wel, maar altijd vol respect en begrip voor de andere partij. Want Philippe is een gevoelsmens. Eentje die geregeld anderhalf uurtje wandelt om dan te mijmeren bij het graf van zijn veel te vroeg overleden levensgezel Sam.

Jij woont wel al een hele tijd in Herentals, maar van oorsprong ben jij een Mollenaar?
Philippe Mariën: “Ik ben geboren en getogen in Wezel. Je hebt twee Wezels, ik ben geboren in Balen-Wezel, in het ziekenhuis dat er indertijd nog opgericht was door de Vieille Montagne (nu Nyrstar, nvdr.). Maar ik ben opgegroeid in Mol-Wezel, dat ligt daar allemaal vlak bij elkaar.”

Kom jij uit een klassiek wielernest met koersende vaders, grootvaders, broers, zussen en eventueel moeders?
“Totaal niet! In ’79 ben ik in de grote vakantie naar de Tour beginnen kijken op tv. En al snel was ik knipsels aan het catalogeren, hield ik alle uitslagen bij. En zoals dat gaat, speelden we elke rit na met jongens uit de buurt. Zij waren de renners, ik reed zelf ook mee met de fiets, ik had mezelf van in het begin de rol van koersdirecteur opgelegd. Toen had ik al een A4-tje aan de fiets hangen met de handgeschreven tekst ‘Directeur de la course. Een keer heb ik mijn ouders gevraagd of ik mocht gaan koersen. Het antwoord klonk uiterst kordaat ‘neen’. Gelukkig maar.”

Maar dan toch in het wielerwereldje gerold?
“Met nog altijd heel veel dank aan wijlen Louis Pelckmans, de dragende kracht achter de toenmalige Zuidkempense Pijl. Een groot wielerkenner en een schitterende mens. Hij trok aan mijn mouw om seingever te zijn, wat ik een jaar gedaan heb. Meteen daarop volgde de vraag om mee in het bestuur te komen en voor ik het zelf goed wist, was ik koersdirecteur. Op die manier kwam ik in contact met mensen van de wielerbond. Lokaal legendarische grootheden zoals ze die niet meer maken. Ik moest en zou délégué worden! Mijn start was als stagiair en de eerste vraag die me gesteld werd, was: ‘Hoeveel pinten kunt gij pakken?’ Zo ging dat indertijd, die mannen waren de hele dag naar de koers, kwamen geregeld net iets boven hun theewater thuis en vrouwlief had geduldig naast de stoof gewacht en reageerde zonder morren. Het zou nu niet meer waar zijn.”

En stilaan stroomde je door in de hiërarchie?
“In ’91 leerde ik mijn vriend Sam kennen. Voor de liefde verhuisde ik naar Herentals. Ik startte ook voor een examen als UCI-commissaris. Daarvoor moest ik tien dagen naar Bordeaux. Dat hield in dat je vooral de reglementering moest leren. Iets wat in die tijd nog niet zo vanzelfsprekend was als nu. Tegenwoordig vind je alles digitaal terug. In die tijd moest elke brief manueel getikt worden, in een omslag gestopt, voorzien van de nodige postzegels en in de brievenbus gepropt. Ik slaagde wel en ik werd commissaris B, met kans op promotie. Al doende werd ik wel een polyglot. In ’98 bij het wereldkampioenschap in Valkenburg mocht ik in Maastricht een mondeling examen afleggen en werd ik een A-commissaris. Je moest toen wel blijk geven dat je je weetje wist op vlak van wegwielrennen, het pistegebeuren en het veldrijden. Ik kan nog wel even aan de slag, maar de maximale leeftijd is nu vastgesteld op 70. In Frankrijk en Italië is dat niet het geval. Maar ik denk dat ik dit nog lang graag blijf doen.”

Zit er eigenlijk opvolging aan te komen voor als jullie er dan toch ooit het bijltje bij neerleggen?
“Ik denk dat het zoals overal is in onze huidige maatschappij. Het is verdomd moeilijk om nog vrijwilligers te vinden, jongeren staan daarvoor niet meer in de startblokken, ze hebben zoveel mogelijkheden, zoveel uitdagingen.”

Met al die disciplines is het wel hossen van hier naar ginder. Je hebt vast een stuk van de wereld gezien, maar heb je ook tijd om daar van te genieten?
“We zien uiteraard veel van de wereld. Dankzij de koers krijg ik dergelijke kansen. Ik noem mezelf geregeld you lucky bastard. Ik heb heel Europa gezien, veel van Amerika, Australië, Maleisië,… Twee keer actief zijn in de Tour, een WK, de Olympische Spelen, dat is echt indrukwekkend. Maar neen, het is zeker geen doorlopende vakantie, er kan eens een snipperdagje af, maar het is toch voortdurend werken. Voor mezelf zou ik eens graag een maand Amerika meepikken, dat is daar toch heel anders dan het beeld dat wij er soms van hebben. Australië spreekt me ook erg aan.”

Favoriet land?
“Eigenlijk ben ik zot van Italië! Ik heb via avondonderwijs zeven jaar lang Italiaans gevolgd. Dat was een cultuurbad dat veel verder ging dan louter de taal. We kregen er les van Pinuccia Canceliere, wat die ons geleerd heeft! Ook over zeden en gewoontes en over de sublieme keuken. Ze is zelf een verhaal apart. Zij is in de jaren ’60 haar lief Paul vanuit Rome naar Retie gevolgd. Ondertussen is ze, net als Sam, aan de gevolgen van kanker overleden. Maar de Italiaanse keuken, jongen, ik ken, bij wijze van spreken, in de hele wereld goeie Italiaanse restaurants.”

Goed, we zijn zodadelijk weg! Ben je ondertussen ook op het Herentalse thuisfront nog actief?
“Ik ben betrokken bij de organisatie van het na-Tourcriterium Herentals Fietst/Feest. En recent heeft onze korpschef, Luc Smeyers, me aangeboden om te helpen bij het op poten zetten van het EK wielrennen voor politieagenten. Hij zit aan de top op vlak van sportorganisaties op Europees niveau. Dus dat zal ik wel doen zeker, die zullen zich wel weten te gedragen.”

Je stond in de vorige Tour wel in spotlights door Sagan naar huis te sturen.
“Ik heb daar in eer en geweten gehandeld en beslist. Gelukkig volg ik geen sociale media want daar zal ook wel bagger verschenen zijn. Maar of dat nu Sagan is of Jef Aerts, dat maakt me op dat ogenblik niets uit, ik probeer eerlijk te oordelen. En daarna gaat er voor mij de spons over.”

Tekst: Jef Aerts


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*