Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Sarah Baatout op onderzoek in Antarctica

GEEL/MOL – De Geelse Sarah Baatout (48), hoofd van de afdeling radiobiologie op het SCK (Studiecentrum voor Kernenergie) in Mol, heeft er een opvallende reis opzitten. Een maand lang leefde ze op de Zuidpoolbasis Prinses Elisabeth op Antarctica om onderzoek te doen naar het immuunsysteem van de mens. In extreme omstandigheden, ver weg van haar familie en vrienden. Het lijkt wel bijna een heldenepos. En op heel wat vlakken was het dat ook. “In Antarctica kan de temperatuur tot -80 graden Celsius zakken en de wind gaat er tot 240 kilometer per uur.”

Sarah, jullie onderzochten daar onder meer de omstandigheden voor een reis naar Mars. Waarom is Antarctica zo vergelijkbaar met de ruimte?
Sarah Baatout: “Omdat de mensen er ook geïsoleerd zitten, de eerste buren zijn zo’n 200 kilometer van het station. Omdat je ingesloten zit als het slecht weer is. Die stress heb je ook in de ruimte. Astronauten gaan ook niet naar buiten als het niet nodig is. En omdat je slaappatroon verstoord is. In het ISS komt de zon 16 keer per dag langs, op Antarctica ging in de periode dat ik er was de zon nooit onder, ook ‘s nachts niet.”

Lukte jou dat ginder dan, slapen?
“Ik heb wel een paar dagen moeten wennen ja. Maar er zijn mensen die zes weken nodig hebben om zich aan te passen. Dat was bij gelukkig niet het geval.”

Waar slaap je daar? Dat zijn geen luxueuze hotelkamers, neem ik aan?
“Nee, we sliepen in een container met vier bedden erin. Ik sliep dus samen met drie andere wetenschappers, allemaal uit verschillende landen.”

Ik hoor zelfs dat er mensen af en toe buiten slapen?
“Dat klopt ja. De mensen die er vaker komen en langere tijd daar zijn, slapen graag in een tentje buiten. Het zou niks voor mij zijn. Ik heb wel een nacht in een iglo geslapen, de nacht voor ik weer vertrok. Dat was een ervaring op zich. (lacht) Met twee thermische matrassen en een hele dikke slaapzak. Het is me uiteindelijk toch gelukt om wat te slapen. Maar het mocht wat mij betreft wel bij die ene nacht blijven.”

Hoe extreem zijn de omstandigheden daar?
“Het weer heeft een grote invloed. De temperaturen kunnen in Antarctica tot -80 graden Celsius zakken en de wind gaat er tot 240 kilometer per uur. De zon is ook altijd aanwezig en je verbrandt er enorm snel, op enkele minuten tijd. Je moest je altijd goed insmeren en zelfs speciale beschermende kledij dragen. Het weer is er extreem en kan ook heel snel veranderen. Je hebt daarom ook altijd een radio mee om hulp te kunnen vragen. Als je naar buiten wou, moest je altijd de toestemming hebben van het hoofd van het station, Alain Hubert. Maar af en toe konden we wel gewoon buiten hoor. Met vijf lagen kleding aan dan wel en nooit alleen. Ik heb zelfs een keer kunnen schaatsen! (Sarah is een grote schaatsfan, nvdr.) Al hebben we ook wel eens een paar dagen binnen moeten blijven. Als je buiten gaat, moet je altijd goed oppassen. Zo ben ik tijdens een wandeling eens met één been in een gletsjerspleet gevallen. Geen fijne ervaring.”

Hoe besteed je daar je vrije tijd?
“Je zit vaak samen met de anderen. We hadden een vrij grote living, je leest veel en leert vooral ook om samen te leven met mensen die je eigenlijk niet kent. Maar ik vond het een leuke groep. Het viel mij ook op dat er heel veel gelachen en gegrapt werd. Misschien is dat wel typisch aan het leven in zo’n extreme omstandigheden. Als uitlaatklep. En je hebt natuurlijk niet veel opties. Er is één computer met wifi voor 25 mensen. Dat moet je al eens wat socialer zijn. Zo leven zonder elektronica, eigenlijk vond ik dat wel leuk.”

Een frisse douche

Kan je daar voor de rest alles wat je hier kan?
“Niet echt nee. Je moet er heel bewust met energie omgaan. Het station draait op tweehonderd zonnepanelen en negen windmolens. Elke ochtend kregen we een energie-update. Dan wisten we wat we wel en niet mochten doen. Een paar dagen slecht weer en je hebt geen elektriciteit. Zo was wassen bijvoorbeeld niet altijd prioriteit ten opzichte van het wetenschappelijk werk dat er gebeur-de.”

Dat moet daar een frisse bedoeling geweest zijn…
“Tja, je hebt wel één groot voordeel, je ruikt daar eigenlijk niks. Misschien maar goed ook. (lacht) Ik weet ook niet hoe het komt, maar het zorgt er onder meer wel voor dat je eigenlijk geen smaak hebt van je eten. Zelfs de wijn die we soms hadden, smaakte helemaal niet. Al was die blijkbaar tot ie daar was gekomen ook een paar keer bevroren geweest en weer ontdooid. Dat zal de smaak wellicht ook geen goed gedaan hebben.”

Maar je kon er toch af en toe douchen?
“Dat wel, als er genoeg zon en niet te veel wind was. Maar ook dan was het niet simpel. Om energie te sparen mochten we eigenlijk maar twee keer duwen. Dat was dan in totaal drie liter water, wat niet veel is. Zeker als je weet dat het water in het begin altijd ijskoud was. De truc was om de meest linkse douche te nemen, daarbij was de leiding het kortst, en dan te douchen vlak na iemand anders. Dan was het water al warm.” (lacht)

Astronauten helpen

Welke onderzoeken voerde je zoal uit?
“Ik onderzocht er vooral het immuunsysteem, de invloed die stress heeft in zo’n extreme omstandigheden en de invloed van straling op de mens. De straling van de zon is er bijvoorbeeld veel heviger dan op andere plaatsen op aarde. En dan komt er bijvoorbeeld ook nog de kosmische straling bij. Elke dag startte ik met de verzameling van ochtendurine, speeksel, bloed en een hartmonitoring. Die analyseerden we dan en vergelijken we met resultaten van astronauten en wetenschap-pers die op andere basissen zitten en vaak nog langer van de buitenwereld zijn afgesloten.”

Wat hopen jullie te bereiken?
“We willen graag een medicijn ontwikkelen om het immuunsysteem te versterken. Dat kunnen we dan aan astronauten meegeven als ze op missie gaan. Maar er zijn ook heel wat andere toepassingen die we kunnen doen en ontdekken. We werken nu aan de resultaten, maar die zullen er wellicht pas tegen de zomer zijn omdat we bij bijvoorbeeld de bloedstalen zo’n 30.000 parameters testen. Dat lukt natuurlijk niet op een paar dagen.”

Training voor het thuisfront

Tevreden dat je nu terug bent?
“Toch wel ja. Ik was enorm blij om de gezichten van mijn man en mijn twee kinderen weer te zien en hen te zien lachen. Het was heel fijn om in Antarctica te verblijven, maar een maand was voor mij de juiste periode. Het hoefde niet langer te zijn.”

Heb je vaak contact kunnen hebben met je familie?
“Drie keer in totaal. Dat is niet veel, maar we waren erop voorbereid. Zo mochten zij tijdens die momenten niet te veel slecht nieuws melden aan mij omdat ik er van daaruit toch niks aan kon veranderen. Je doet dit niet alleen, je familie is ook betrokken. Zij moeten ermee kunnen leven dat de communicatie moeilijk is en dat we op sommige momenten geen contact kunnen hebben. Het is ook voor het thuisfront niet eenvoudig. Daar staan de meeste mensen niet bij stil. Zij worden ook voorbereid en getraind vooraf. Je kan het niet alleen. Je omgeving moet ook ‘ja’ zeggen.”

Wat doe je dan eerst als je terug bent?
“Slapen. (lacht) Ik was echt uitgeput. Het was ook heel intensief werk. En de zon heeft echt zijn invloed gehad. Ik heb de nacht wel gemist. Het was hoe dan ook terug wennen, en dan ben ik nog maar een maand weg geweest. De stilte bijvoorbeeld die je daar hebt… Je hoort alleen af en toe eens wat vogels. Toen we in Zuid-Afrika op het vliegveld kwamen, het lawaai was echt oorverdovend.”

Ga je nog terug?
“Graag! Maar we moeten eerst kijken of we terug budget vinden. Misschien is het dan ook wel eerst aan één van mijn collega’s om te gaan. Ook voor hen zou het natuurlijk een fantastische ervaring zijn. En ik heb aan mijn kinderen beloofd om de eerste twee à drie jaar niet meer terug te gaan. We zien wel.”

Tekst: Bert Huysmans
Foto’s: SCK Mol


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*