Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Het parallelle leven van Inge Paulussen

HERENTALS/ANTWERPEN – Op het kleine scherm is ze vandaag te zien in ‘Loslopend Wild & Gevogelte’ op één. In het theater trok ze vorig jaar door het land met ‘Nerveuze Vrouwen’, een productie van Te Gek!? om psychoseziektes bespreekbaar te maken. Binnenkort volgen de gevangenisserie ‘Gent West’ en ‘Niet Schieten’, de film van Stijn Coninx over de Bende Van Nijvel. Maar als Inge Paulussen in haar kinderjaren bij haar grootouders in Herentals logeerde, was een uitstapje naar het Grotteke al ver genoeg.

We spreken af in Café d’Exter in Antwerpen, niet ver van waar Inge vandaag met haar man en twee kinderen woont. Als ze binnenkomt, kijkt ze wat verlegen rond. Aan een tafeltje wordt er gefluisterd: “Is dat niet die Sam van Witse?” Want zo heeft televisiekijkend Vlaanderen haar leren kennen. Inge lacht vriendelijk terug. “Ik vind het niet meer lastig als mensen mij herkennen”, begint ze als we ons hebben geïnstalleerd met een kop koffie. “Vroeger kreeg ik de kriebels als iemand mij een BV noemde. Ik wilde dat helemaal niet zijn. Nu heb ik het leren appreciëren als mensen naar me toe komen en een complimentje geven over mijn acteerwerk. Want ik besef dat niet iedereen dat geluk heeft. Een loodgieter bijvoorbeeld die een prachtige badkamer heeft geïnstalleerd, krijgt dat maar van één iemand te horen. Terwijl hij evengoed zijn best heeft gedaan.”

Hoe komt iemand die zo verlegen was dan op het idee om theater te gaan studeren?
Inge Paulussen: “Mmm, als kind stond ik toch al graag op het podium hoor. Ik ben opgegroeid in Vilvoorde en ik herinner me nog dat we in het vijfde leerjaar een toneelstukje moesten spelen over dikke madammen die samen op dieet gingen. Ik kreeg toen al de reactie van ‘oh, maar jij doet dat goed’. Later ben ik dictie en voordracht gaan volgen en voelde ik echt dat acteren iets voor mij was. Een opleiding toneel aan Herman Teirlinck was dan het logische gevolg. Ik kwam er verschillende studenten uit de Kempen tegen. Ben Segers en Tiny Bertels onder andere. In 1998 ben ik afgestudeerd. Nog tijdens de opleiding had ik al een gastrolletje in de Kotmadam waar ik de dubbelrol van een tweeling kreeg. Gelukkig maar, want een plan B was er niet.”

Stille Waters, Flikken, Spoed… de televisierollen volgden elkaar snel op. Toch werd je pas echt bekend toen je als Sam Deconinck naast inspecteur Witse op het scherm kwam. Enig idee hoe dat komt?
“Dat is normaal want ik heb in Witse in vijftig afleveringen gespeeld. Dat blijft dan toch beter hangen. Voordien deed ik veel theater bij Het Paleis, Toneelhuis en kindervoorstellingen bij Theater Froufrou. Ik moet zeggen dat ik er nu veel deugd van heb gehad om met ‘Nerveuze Vrouwen’ nog eens op een podium te staan. Het was geen geschreven stuk met een duidelijk begin en einde maar een collage van teksten, muziek en dialogen. Ik heb me daar echt in kunnen uitleven. Of ik iets geleerd heb over psychoses? We hebben met de cast op de Universiteit Antwerpen in een simulator een psychose ondergaan. Natuurlijk is dat niet hetzelfde als wat patiënten in de realiteit meemaken maar we kregen toch een beeld van wat er zich in hun hoofd afspeelt. Ook de gesprekken met patiënten vond ik heel boeiend. Vaak zijn ze heel creatief of krijgen ze net door hun ziekte creatieve momenten. We bestempelen hen veel te vlug als ‘die zijn gek’, omdat we nog te weinig weten over onze hersenen en wat daar allemaal kan misgaan. Initiatieven als Te Gek!? maken zo’n thema bespreekbaar.”

Heb je een bepaald ritueel voordat je op een podium stapt?
“Goh neen, ik ben niet zo bijgelovig in die dingen. Ik betrap me er wel op dat met het ouder worden ik zenuwachtiger ben voor een première. Dan denk ik: allée, ik speel al zo lang! Maar eens op de scène is dat over. Gelukkig maar want als je je laat meeslepen en de onzekerheid de overhand neemt, dan kom je gewoon niet op. Als acteur ben je sowieso al kwetsbaar. Je moet voldoende vertrouwen in jezelf hebben en weten dat als je bijvoorbeeld je tekst kwijt bent, dat die als je rustig blijft na enkele seconden wel terugkomt.”

Aan welke televisierol heb je goede herinneringen?
“De rol van Goedele, één van de vijf zussen Goethals in ‘Clan’ (2012)  was denk ik de boeiendste. De reeks is ook met verschillende prijzen bekroond. Er zat veel humor in, zonder dat je dat op een humoristische manier kunt spelen, wat niet zo eenvoudig is. Aan ‘Beau Séjour’ heb ik ook goede herinneringen, hoewel mijn personage daar (Inge speelde de rol van Kristel, de moeder van de vermoorde Kato, nvdr.) maar één kleur had, namelijk een moeder die haar kind verliest. Toch is het einde van zo’n opnamereeks altijd emotioneel. Je hebt lange tijd intens met een team samengewerkt en na de laatste scène is het echt gedaan. Het is telkens afscheid nemen van je parallelle leven.”

Wat vond je echt moeilijk om te spelen?
“In ‘Vermist’ (2015-16) was ik een politiecommissaris. Dan is het heel duidelijk wat je moet zijn maar ook niet meer dan iemand die zijn job doet. Er waren in het scenario voor het personage geen verwijzingen naar familie of relaties. Om van zo iemand een mens van vlees en bloed te maken, moet je er veel van jezelf insteken zodat het herkenbaar wordt.”

Zat er ook veel van jezelf in Cordon (2014, 2016), waar je ook een moederrol vertolkte? Denise leek wel uit de Kempen te komen.
“Ah ja, ik wilde er met dat Kempense accent een ferme madam van maken. Een directe en af en toe cassante vrouw die voor haar eigen zaakjes kiest en niet per se goed wil doen voor andere mensen. Al kon ik mezelf niet met haar associëren want ik ben helemaal niet zo. Maar in het verhaal van Cordon paste het. Toch, kempenaars hebben ook die directheid vind ik. Er nie flaauww over doen… Ik herken het als ik bij mijn grootmoeder in Herentals kom.”

Je kent het Kempens accent nog! Welk beeld komt er in je op als je aan Herentals denkt?
“Ik heb daar een heel warm gevoel bij. Bij mijn grootmoeder is het altijd supergezellig. Als kind ging ik vaak bij mijn grootouders logeren. Dan leefde ik mee op hun ritme, dronk botermelk en at koffiekoeken met amandelspijs. We gingen naar de markt en daarna naar het Grotteke in het Begijnhof. Of met de fiets langs de Nete tot aan de Zimmertoren in Lier. Enkele jaren geleden zijn mijn ouders van Vilvoorde terug naar de Kempen verhuisd. Mijn moeder speelt trouwens bij het amateurtoneel van Grobbendonk. Zelf zou ik er niet kunnen wonen maar ik kom er heel graag terug.”

‘Loslopend wild & gevogelte’ is aan zijn vierde seizoen begonnen op één. Tiny Bertels liet vorig jaar in Onderox optekenen dat ze het jammer vond dat de reeks niet meer uitsluitend over vrouwen ging. Deel je haar mening?
“Zeker, we vonden het allemaal spijtig dat er na twee seizoenen plots meer mannen moesten meespelen. Maar dat was een beslissing van de VRT om een breder publiek aan te spreken. Wij vonden het net tof dat het alleen over vrouwen ging en over de problemen waar zij mee worstelen, van tiener tot grootmoeder. Dat maakte de reeks zo populair omdat iedereen zich wel in één of andere sketch kon herkennen. Ik heb al enkele afleveringen van de vierde reeks gezien en moet bekennen dat er nu wel een mooi evenwicht is gekomen tussen de mannelijke en vrouwelijke personages.”

Bepaalt het soms je keuze in het wel of niet aannemen van een rol? Welke facetten zijn voor jou belangrijk?
“In de eerste plaats kijk ik naar de medespelers, of ik van hen weet dat ze voor dezelfde kwaliteit willen gaan. En het verhaal en welke rol ik daarin krijg is natuurlijk ook belangrijk. Ik merk wel met ouder worden (Inge werd op 1 januari 42 jaar, nvdr.), dat ik op een andere manier wordt gecast. Vaak is het de ‘moeder van’ of ‘de vrouw van’. Interessante rollen voor vrouwen zijn niet dik gezaaid.”

Hoe komt dat denk je?
“Dat begint al bij het scenario, dat wordt meestal door mannen geschreven. Je merkt het echt dat als een scenario door een vrouw geschreven is, de vrouwenrollen net dat tikkeltje meer hebben. Maar zowel hier als in het buitenland zie ik een positieve evolutie. Denk maar aan Malin-Sarah Gozin, de scenariste van Clan en Tabula Rasa. Of Kaat Beels, Nathalie Bastijns en Lenny van Wesemael die allemaal goed bezig zijn. En recent was er nog de prachtige buitenlandse reeks ‘Li’l Bit’s midlife’.”

Gaat ‘Gent West’ waarmee je binnenkort op VIER te zien bent al de goede richting uit?
“Zeker! Er zitten veel fijne vrouwenrollen in die reeks. En ik heb met veel bewondering gekeken naar de decors. In een hangar in Gent hebben ze perfect een gevangenisomgeving nagebootst. Heel afgeleefd en donker. De reeks is gebaseerd op het Australische ‘Wentworth’. Om ons voor te bereiden hebben we de gevangenis van Oudenaarde mogen bezoeken. Dat vind ik net zo tof aan dit beroep, dat je door verschillende rollen te spelen ook in heel diverse milieus terechtkomt. We mochten niet met gedetineerden praten maar we hebben toch geleerd dat mensen die een straf van vele jaren moeten uitzitten, echt een leven opbouwen binnen de gevangenismuren. Het is een maatschappij binnen de maatschappij. Ze hebben ook geen andere keuze want een groot stuk of hun hele verdere leven zal zich hier afspelen.”

En dan komt op het einde van 2018 nog de film van Stijn Coninx over de Bende Van Nijvel. Werk genoeg dus?
“Mmm, het is niet zo dat je als artiest voortdurend aan de slag bent. Het is nu eenmaal eigen aan deze sector dat je geen garantie op werk hebt. Soms is het echt afwachten, zoals nu. Je moet daar mee leren omgaan want na elke opdracht sta je opnieuw nergens. In mijn acteerwerk moet ik niet telkens opnieuw beginnen want je neemt je ervaring mee. Ik ben nu als actrice in vast dienstverband, wat goed is, maar dat wel betekent dat als ik uit dienst ga, ik mijn artiestenstatuut kwijt ben. Dan zou ik opnieuw moeten bewijzen dat ik actrice ben om het terug te krijgen. Er zit nog veel onlogica in ons beroep. Ik moet bekennen dat ik wel wat zenuwachtig word, nu er niet dadelijk een nieuwe rol in het vooruitzicht is. Het is mijn voornemen voor 2018 om mensen te laten weten dat ik vrij ben. Een hele drempel hoor want zoiets gaat over jezelf. Ik voel me nu een beetje als loslopend wild.”

Bij deze heb je aan de Kempen laten weten dat wie een sterk scenario voor sterke vrouwen heeft, je mag bellen.

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*