Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Officier bij de marine, geen alledaags beroep

OUD-TURNHOUT – Het gebeurt niet elke dag dat ik op bezoek ga bij een officier bij de marine. Maar qua timing kan het tellen. Eerder vandaag las ik dat het merendeel van de militairen het allemaal niet meer zo leuk vinden. En dat ze de jongeren allerminst aanraden om de stap naar het Belgisch leger te zetten. Maar Dries Biermans uit Oud-Turnhout geeft mij een hele andere boodschap: “Wij hebben jullie hard nodig. Zeker bij de marine.” Een niet-alledaags gesprek over een niet-alledaags beroep.

Dries geniet net van een vrije dag als ik hem in Oud-Turnhout opzoek. Geen uniform, geen protocol, maar als commandant van het patrouilleschip Pollux P902 uiteraard altijd beschikbaar en ten dienste van Defensie. “Afgelopen zomer hebben we met het team zeer veel overwerk geleverd en het was tijd om wat rust in te bouwen. Maar dus niet voor de commandant”, lacht Dries terwijl hij zijn laptop dichtklapt.

Ik hoorde op het nieuws dat de militairen niet zo tevreden zijn over hun statuut. Terecht?
Dries Biermans: “Persoonlijk deel ik die mening niet. Er is uiteraard altijd een reden tot klagen. Ik vind ook niet alles even leuk en er zijn inderdaad zaken die beter geregeld zouden kunnen worden. Maar dat wil nog niet zeggen dat een carrière bij het Belgische leger niet boeiend en uitdagend kan zijn. Het heeft ook vele voordelen en zeker nog mooie perspectieven. Ik zou dezelfde keuze opnieuw maken. Maar ik heb wel begrip voor de onzekerheid die momenteel heerst over de pensioenregeling. Dat zou dringend mogen opgelost worden. Maar over het algemeen ben ik erg tevreden over het parcours van onze huidige minister Vandeput. Een aangename man trouwens.”

Vertel eens, hoe ben je eigenlijk officier bij de Belgische marine geworden?
“Het begon uiteraard allemaal bij de Koninklijke Militaire School in Brussel. Wie een carrière bij Defensie ambieert, kan zich best inschrijven aan die instelling. Het is gelijkgesteld aan een universiteit maar de afstudeerrichting is uiteraard militair getint. Ook maak je al meteen de keuze voor de landmacht, de zeemacht of de luchtmacht. Al mag ik dat eigenlijk zo niet meer noemen. Je wordt onderricht in algemene vakken zoals psychologie en sociologie maar ook in astrologie en meteorologie. Verder kan je maar beter goed zijn in wiskunde. En een ingangsexamen is verplicht want de plaatsen zijn beperkt. Het is geen ‘walk in the park’ maar ik merk wel dat de algemene omstandigheden nu beter zijn dan twintig jaar geleden.”

Ik heb het beeld van een streng internaat. Mag ik het daarmee vergelijken?
“Vroeger alleszins wel. Tijdens het eerste jaar van onze opleiding aan de KMS in Brussel sliepen wij in die typische slaapzalen zonder veel comfort, met douches op de gang. Maar dat is gelukkig allemaal wel flink verbeterd. Zo mochten wij het eerste semester helemaal niet weg. Aanwezigheid tijdens de les was en is nog altijd verplicht. In juli werden we een ganse maand opgevorderd om mee op zee te gaan en in september startte het academiejaar terug. Als je dan nog herexamens had in augustus had je een zeer korte vakantie. Het voordeel was wel, niet onbelangrijk, dat de opleiding betaald wordt. Maar men verwacht wel wat in ruil.”

Was een job bij het leger altijd al een roeping?
“Eigenlijk wel. Ik heb altijd gedacht dat ik rijkswachter te paard zou worden. Al heeft de zee ook altijd een aantrekkingskracht gehad. Het is dus de Marinecomponent geworden. En dat voelde allemaal wel goed aan. Ik stond alleen nog niet stil bij de impact dat een dergelijke carrière heeft op je gezinsleven. Zo is destijds een relatie van drie jaar afgesprongen omdat ik heel vaak afwezig was. Dat was toen niet prettig maar het is helemaal goedgekomen. (lacht)”

Hoe ziet een gemiddelde dagtaak van een officier eruit?
“Dat kan van alles zijn. Het hangt er in eerste instantie van af waar je precies terechtkomt. Zo heeft de Marine drie onderdelen. Je hebt de escortecapaciteit met haar twee fregatten. Zij geven bijvoorbeeld bijstand in het bestrijden van piraterij. Daarnaast heb je de gekende mijnenjagers. Zij neutraliseren bommen en mijnen in risicovolle gebieden. Technologie speelt daar een belangrijke rol. En tot slot heb je de twee patrouilleschepen van ‘Coastal Security’. Zij staan enerzijds, zoals de naam het zegt, in voor de bewaking van de Belgische kust. Anderzijds hebben zij ook een militaire taak zoals trainingen faciliteren en niet-Navoschepen opvolgen. Eén van die twee schepen is de Pollux P902. Daar ben ik momenteel commandant. Maar in feite heb ik alle afdelingen bij de Marine al doorlopen.”

Het verbaast me dat onze Belgische wateren zo intensief bewaakt worden.
“Het bewaken kan allerhande vormen aannemen. Zo ondersteunen wij de scheepvaartpolitie, de douane, de dienst zeevisserij en andere partners. Maar dat kan ook het schaduwen zijn van koopvaardijschepen, controle van de visserij, grenscontrole, bijdragen aan controle op pollutie en lozingen in zee. Nog recent hebben we een verdacht voertuig ontdekt dat na onderzoek door de scheepvaartpolitie betrokken bleek te zijn bij mensenhandel. Maar evengoed ondersteunen wij Dovo bij het opruimen van bommen op zee. Klinkt misschien een beetje vreemd maar je staat er van versteld hoeveel mijnen en bommen er in de Noordzee gevonden worden. Dat is wekelijkse kost. En die kunnen nog altijd actief zijn. Maar het blijft fascinerend dat die dingen na 70 jaar nog altijd kunnen ontploffen. Er bestaan zelfs mijnen die gemaakt zijn van karton.”

Wablieft?
“Tijdens Wereldoorlog II hadden de Duitsers op een gegeven moment onvoldoende grondstoffen voor het metaal van de zeemijn. Dan zijn ze overgeschakeld op geperst karton. Een knap staaltje van de Duitsers, eerlijk gezegd. En ook die bommen zijn na al die jaren nog steeds intact.”

Hoe komt het dat er tijdens Wereldoorlog II zo veel bommen in de Noordzee zijn beland?
“Onze Noordzee ligt in het midden tussen Engeland en Duitsland. Bommenwerpers die om bepaalde redenen niet al hun bommen op hun doelwit hadden gedropt moesten deze absoluut lossen alvorens te landen. De beste keuze was dan om ze in zee te droppen. En daar liggen er dus nog veel van. Met alle gevolgen vandien voor de visserij bijvoorbeeld. Je kan al raden wat er gebeurt als je zo’n bom in je netten hebt hangen. Af en toe loopt het dan fout. Maar normaal wordt Dovo gecontacteerd en assisteren wij hen.”

Even terug naar jouw schip. Wat moet ik me daar bij voorstellen?
“Eerst en vooral, het is niet mijn schip hé. (lacht) Maar om je een idee te geven, het is 53,5 meter lang en biedt plaats aan dertig personen. De vaste bemanning bestaat normaal uit vijftien collega’s van de marine. Verder is er dus nog plaats voor vijftien opstappers, zoals bijvoorbeeld leerlingen, leden van Dovo of de douane. Er is altijd één schip van wacht. Vierentwintig uur per dag, zeven op zeven. Het andere schip wordt dan gebruikt om training te geven of oefeningen te doen. Of voor onderhoud.”

Ik neem aan dat jij ondertussen naast de Noordzee al de halve wereld hebt gezien?
“Ongeveer wel ja. Zowel tijdens je opleiding als daarna vaar je letterlijk de wereld rond. Op zich is dat wel fijn, al zal de armoede die je her en der ziet nooit wennen. Zo zag ik echt schrijnende zaken in Lima in Peru. Geen water en geen elektriciteit. Eigenlijk een hopeloze situatie. Zelf zit je dan in een beschermde buurt. Aan de andere kant, in Afrika bijvoorbeeld deelden we op een gegeven moment T-shirts uit. Het was prachtig om zien hoe blij en dankbaar de mensen waren.”

Om af te ronden, wat raad je de jongeren aan die twijfelen over een carrière bij Defensie?
“Zeker doen. We hebben jullie hard nodig. De volgende jaren gaan er veel mariniers met pensioen. Niet alleen bij de Marinecomponent trouwens maar bij het ganse leger. Vandaar dat Defensie massaal gaat aanwerven. We voelen wel dat er terug interesse is want in mijn afstudeerjaar waren we slechts met vier kandidaat-officier voor de marine. Dat moet zo wat het absolute dieptepunt zijn geweest.”

Meer info: www.facebook.com/pg/P902Pollux/posts/

Tekst: Peter Meulemans


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*