Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Elien Hooyberghs: kampioene in de zevenkamp, wereldberoemd in de klas

ARENDONK – 100 meter horden, hoogspringen, kogelstoten, 200 meter spurt, verspringen, speerwerpen en 800 meter lopen. Wie bedenkt het om hier één Olympische discipline van te maken? En vooral, wie voelt zich aangetrokken om hier dag in dag uit keihard voor te trainen? Ik ga er alleszins vriendelijk voor passen. Maar niet zo voor Elien Hooyberghs uit Arendonk. Deze 22-jarige onderwijzeres doet de zevenkamp met veel enthousiasme. En zo werd ik door haar ook ontvangen.

Als je als toeschouwer naar een atletiekwedstrijd kijkt, vraag je je soms af wat deze atleten bezielt om net deze discipline te willen beoefenen. Alsof speerwerpen of een spurtnummer op zich al niet genoeg voorbereiding en opoffering vraagt. Het is zelfs nodig om een meerkampwedstrijd te spreiden over twee dagen. Zo intensief is het. En dan komt uiteraard het mentale aspect ook om het hoekje kijken. Toch hebben we de absolute wereldkampioen in ons Belgenlandje wonen, Nafi Thiam. Maar ook in Arendonk woont een topvedette in wording bij de meerkamp, Elien Hooyberghs. Zij werd eind augustus in Deinze voor de derde keer op rij Belgisch kampioen meerkamp.

Elien, eerst en vooral een hele dikke proficiat met je derde titel op rij. Maar kan je me toch eerst eens uitleggen waarom je juist deze loodzware discipline gekozen hebt?
“Bedankt! Tja, hoe word je meerkamper? Ik heb altijd atletiek gedaan, van kindsbeen af, ik vond de verschillende disciplines wel leuk. Er zat er geen bij waar ik echt in uitblonk maar er waren ook geen negatieve uitschieters. Dus ja, dan blijf je ze maar allemaal doen. En dat blijkt dan nog goed te lukken ook.”

‘Nog goed te lukken’ vind ik nogal zacht uitgedrukt. Je bent voor de derde keer op rij Belgisch kampioen. In het land van wereldkampioen Nafi Thiam. Dus je hebt haar geklopt in deze wedstrijd?
“Ja en nee. (lacht) Eigenlijk niet want ze heeft niet deelgenomen. Ze is nog aan het bekomen van haar wereldtitel die ze recentelijk behaalde in London. Dus ze heeft dit BK laten passeren. Voor haar valt dit nogal ongelukkig zo kort na het WK. En als je niet deelneemt, kan je ook niet winnen hé. Al vind ik het natuurlijk wel plezant om kampioen te zijn van een land waar ook de wereldkampioen woont.”

Hoe goed ken je haar?
“Vrij goed. We hebben ongeveer dezelfde leeftijd en komen elkaar al sinds de jeugd tegen. We hebben heel vaak samen op het podium gestaan. Al stond ik meestal wel een trapje lager dan Nafi. Zij is echt wel fenomenaal goed. Een absoluut toptalent op die jonge leeftijd. En natuurlijk fantastische propaganda voor de Belgische atletiek, net zoals Tia Hellebaut enkele jaren geleden. Ook een ex-meerkampster.”

Je zegt dat Nafi Thiam absolute wereldtop is. Jij bent absolute Belgische top. Hoe groot is het verschil nog tussen jullie?
“Nog vrij groot hoor. Om een idee te geven, ik ben Belgisch kampioen geworden met 5.165 punten. Nafi Thiam werd wereldkampioen met 6.784 punten. Dat is nog een wereld van verschil. Ze heeft trouwens eerder dit jaar de kaap van de 7.000 punten overschreden. Dat hebben nog maar een handvol atletes haar ooit voorgedaan. Zelf zie ik mij nog wel evolueren naar 5.250 en stiekem droom ik misschien ooit van 5.500 punten maar dan nog zit ik een heel eind van de wereldtop. En van 5.250 naar 5.500 lijkt voor de buitenstaander niet zo veel maar dat is een gigantische sprong. Daar zitten vele uren training tussen hoor (lacht). In België heb je eigenlijk drie atletes die tot de wereldtop behoren. Dat zijn, naast Nafi, nog Hanne Maudens en Noor Vidts. Ik denk dat ik het plaatsje daar net onder mag opeisen.”

Hoe ziet een gemiddeld trainingsschema van een kampioene eruit?
“Normaal gezien train ik vijf maal in de week een tweetal uur. En dat is gezien de discipline natuurlijk erg gevarieerd. Het is niet zo dat ik elke dag een bepaald onderdeel train of zo. Je bent ook afhankelijk van het weer. In de winter train ik vooral op kracht en uithouding. Je bent dan ook vaak indoor, dus het is dan geen goed idee om bijvoorbeeld te trainen op speerwerpen. (lacht) Maar in de zomer is het profiteren van het goede weer. Dan kunnen we ook echt trainen op techniek. Ja, het lijkt misschien vele uren training en dat is het ook. Maar het is erg gevarieerd en voorlopig heb ik geen problemen om me op te laden om te trainen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je lichaam niet tegenpruttelt. Bij de meerkamp kan je één of andere blessure niet onder tafel vegen. Dus het is vaak het lichaam dat bepaalt hoe lang je deze sport kan uitoefenen. Blessurevrij blijven is de absolute boodschap. Momenteel lukt dat vrij goed. Maar we hebben bij de mannelijke meerkampers al gezien dat dit niet altijd evident is.”

Je trainer is je vader Herman Hooyberghs. Hoe belangrijk is hij voor jou?
“Heel erg belangrijk. Mijn vader gaat al heel lang mee in de atletiekwereld. Hij kent de knepen van het vak als geen ander. Op 18-jarige leeftijd was hij al atletiekcoach. Hij heeft me dan ook van kindsbeen af mee begeleid. Samen met mijn broer Jens die ook altijd meerkamper is geweest. Maar voor hem was de combinatie met het werk niet langer mogelijk en hij heeft de competitiesport noodgedwongen moeten stopzetten. Bovendien is mijn vader niet alleen belangrijk op het trainingsveld maar ook thuis. Zoals elke Belg eet en snoep ik graag. Maar elke extra kilo moet je mee over die lat zeulen. En dan is het goed dat je pa over je schouders meekijkt. Goed voor het karakter. Al ben ik niet heel fanatiek met eten bezig. Het moet ook nog een beetje plezant blijven.”

Zeven disciplines op twee dagen is een loodzware wedstrijd. Niet iets waar je je elke week voor kan opladen, neem ik aan. Hoeveel wedstrijden doe je zo?
“Een zevenkamp is inderdaad een wedstrijd die ik maar een drietal keer per jaar doe. In de winter zijn er indoor nog wel een paar afgeslankte versies. Maar daarnaast neem ik ook wel deel aan individuele wedstrijden zoals het hoogspringen.

Waar je dan tussendoor ook nog eens gauw Belgisch kampioen wordt.
“Klopt, weliswaar indoor bij de Beloften. Maar die wedstrijden geven me de kans om te focussen op één enkele discipline. Want eerlijk is eerlijk, een meerkamp is niet alleen fysiek een beproeving maar ook mentaal. Vooral omdat het twee dagen duurt. Dan heb je ook veel tijd om te piekeren, je zorgen te maken, te rekenen, vanalles in je kopje te steken wat niet nodig is. Ook de andere atletes zorgen er dan wel eens ongewild voor dat je begint te stressen. Even afzonderen is dan de boodschap.”

Altijd alleen trainen met je vader, bijna zeven dagen op zeven, telkens tot het uiterste gaan, op je gewicht letten, niet betaald worden voor je hobby,… Nooit jaloers op de voetballers die slechts twee keer trainen, in ploegverband spelen en na de match rustig een frietje gaan eten en een pintje gaan drinken?
“Tja, zo werkt het nu eenmaal. Voetbal is een populaire sport. Maar het is goed dat dames zoals Nafi nu en Tia vroeger meehelpen om atletiek binnen België meer populair te maken. En als ik daar ook een klein steentje aan toe kan bijdragen, ben ik al erg tevreden. Maar ik geef toe, als je in de maandagkrant de uitslagen van de nationale atletiek moet gaan zoeken na het provinciale voetbal, dat prikt wel een beetje.”

En ondertussen ben je toch maar mooi wereldberoemd bij de kinderen van Basisschool De Voorheide in Arendonk.
“Het is inderdaad heel erg leuk als ze zo meeleven. Toen ik vorig schooljaar Belgisch kampioen hoogspringen werd, was iedereen binnen de school gemobiliseerd om in de nationale driekleur te komen. Iedereen was op de hoogte, behalve ik. Dat was een zeer leuk moment. De Voorheide is de school waar ik vroeger zelf de lagere school heb doorlopen en ik ben heel blij dat ik daar nu les kan geven. En als je dan na een mooie prestatie zo in de bloemetjes wordt gezet, dan word ik daar extra gelukkig van. En gemotiveerd. Dus ik hoop dat ze me daar nog vaak mogen vieren. (lacht)”

Ik hoop het ook en dan komen we zeker nog eens terug. Succes!

Tekst: Peter Meulemans
Portretfoto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*