Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Met veel plezier op de planken Connie Neefs

GIERLE –Mocht de Kempense zanger Louis Neefs op Kerstdag 1980 samen met zijn echtgenote Liliane niet om het leven zijn gekomen bij een auto-ongeluk in Lier, dan zou hij dit jaar zijn 80ste verjaardag vieren. Voor Gierle is dit zowel een moment van herinnering als van stil geluk, omdat de getalenteerde zanger in hun dorp is opgegroeid. Zus Connie Neefs (65) blikt graag terug op haar jeugdjaren in Gierle en hoe vandaag muziek nog steeds haar passie is. In elk woord, in elke noot neuriet haar broer met zijn warme stem stilletjes mee.

Geen betere plek om Connie Neefs te ontmoeten dan ‘In Den Eik’, het dorpscafé onder de kerktoren van Gierle, waarover Louis zong in ‘Mijn dorp in de Kempen’. “En waar ik samen met mijn broer veel uren heb versleten”, lacht ze. “Hij schreef de tekst voor dat liedje in Spanje, op een eenzame avond in een hotelkamer.” Julie, de bak trappist, de harmonie onder leiding van vader Neefs… ze zijn er niet meer. Louis leeft verder in de vele foto’s aan de muur. Zelfs op papier bepaalt hij nog de sfeer van het café. Net als haar broer, verhuisde Connie naar Mechelen. Maar ze is Gierle niet vergeten, zoals Gierle ook haar niet vergeet.

Hoe denk je terug aan die jaren in Gierle?
“Oh, ik voel me nog altijd iemand van hier en denk met veel liefde terug aan mijn kinderjaren. Ik ben opgegroeid in een warm nest, met mijn moeder als beste vriendin. Juffrouw Verlinden van de lagere school, de zusters Ursulinen, de gemoedelijkheid bij de buren… We kwamen veel bij de families Wijnants en Proost. Maria Willems en Marijke van de Post waren hartsvriendinnen, nog altijd. Marijke’s moeder was de postdame in de Vennenstraat, vandaar dat we haar zo noemden. Maar ik herinner me vooral de parochiezaal. Vader was onderwijzer en dirigent van de harmonie. Zelf stond ik er voor het eerst op het podium toen ik zes was. Als ballerina want dat was mijn eerste droom. Ik had van mijn schoonzus Liliane een zwempakje gekregen met een lichtblauw gefronst rokje. Pastoor Van Tichelen koos de muziek. ‘Die Moldau’ van Smetana, mooi maar veel te zwaar voor ballet. Toen mijn broer me had zien dansen, vroeg hij: ‘Conneke – zo noemde hij mij altijd – zou je dat later graag doen? En ik die dacht dat ik al een ster wàs. ‘Wel, dan moet je het leren’, zei hij. Later bracht hij me in contact met de Antwerpse choreografe Jeanne Brabants.”

Waarom ben je dan niet verder gegaan in ballet?
“Ik was toen al te oud voor ballet en nogal robuust van postuur. Niet ideaal om daar een geweldige danseres van te maken. Maar ik heb wel veel van Jeanne, Annie en Jos Brabants geleerd. Net zoals mijn broer trouwens die van hen les kreeg in het aannemen van houdingen en hoe je van een showtrap moest komen.”

Het werd dus muziek, waarvoor je naar Studio Herman Teirlinck trok?
“Inderdaad, we waren de eerste lichting in de kleinkunstafdeling. Luc Appermont was de allereerste die zich had ingeschreven. Ik herinner me nog dat hij moest zingen maar dat echt niet kon. Hij wilde immers presentator worden. Jan Theys is toen als docent speciaal voor Luc aangetrokken. Zelf heb ik enorm veel geleerd van o.a. Jef Burm. Ook later is hij belangrijk geweest voor mijn carrière. Mijn broer gaf aan de Studio les in repertoirestudie, samen met Will Ferdy en Jo Leemans. Hij ging terug naar de tijd van Armand Preud’homme en Emiel Hullebroeck. Niet alle studenten waren daar even blij mee maar hij bleef bij zijn standpunt want hij vond dat deze mensen de bouwstenen hadden gelegd voor de Vlaamse muziek. Die liefde voor traditie heb ik van hem meegekregen.”

Zitten die tradities nog in andere podiumactiviteiten dan in je liedjes?
“Ik heb veel presentatiewerk gedaan, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Vooral de concerten van Jeugd & Muziek in Antwerpen vond ik fantastisch. Jongeren tot dertig jaar mochten er aan deelnemen. Ik herinner me nog de dirigent uit Bulgarije die in enkele maanden tijd Nederlands had geleerd. Dat vond ik heel straf. Voor de Nederlandse KRO heb ik meegewerkt aan de kinderserie ‘De Poppenkraam.’ Wat mijn muziekcarrière betreft: echt veel solo-cd’s zijn er niet gekomen. Ik geloof een viertal. Ik werkte wel veel samen met harmonies of fanfares. En de familie Neefs heeft ooit een LP uitgebracht maar die is nooit op cd geraakt.”

Maar je zing toch nog? Dat hoorden we eerder in Onderox van Micha Marah?
“Natuurlijk, met Micha heb ik het themaprogramma ‘Lang zullen we leven’. Binnenkort geven we die voorstelling trouwens in Lille en Westerlo. Het klikt goed tussen ons en de show is aanbevelingswaardig omdat hij zo vrolijk is. Iedereen kan er zich in herkennen. Ik kan me wel vinden in die themashows. De afwisseling tussen muziek, tekst en beeld is heel verfrissend. Mijn eerste themashow ging over mijn broer, samen met Hugo Symons. En ik deed ook al een show met muziek en mode waarin een danscompagnie meespeelde. Momenteel sta ik op de planken met twee programma’s: ‘Zet de Radio wat luider’ en ‘65 jaar televisie’. En ik werk mee aan een klassiek concert ‘Robert Stolz Promenade’, met het orkest van André Walschaerts en gasten uit Wenen en Vlaanderen.”

Komt er nog een nieuwe themashow met liedjes van Louis Neefs? Zijn 80ste verjaardag zou een mooie gelegenheid zijn.
“Die verjaardag kan ik inderdaad niet zomaar laten voorbijgaan. We werken volop aan een nieuwe show. Maar het gaat over veel meer dan het repertoire van mijn broer. We brengen de bijzondere ontmoetingen die hij gedurende zijn carrière heeft gehad in herinnering en zingen ook liedjes van zijn collega’s. Uit binnen- en buitenland want door zijn deelname aan het Songfestival heeft hij ook veel buitenlandse artiesten leren kennen. De favorieten uit zijn platenkast komen eveneens aan bod en dan denk ik aan Nat King Cole. Wist je trouwens dat Louis zijn stem geleend heeft aan de Aristokatten? Hij was de eerste Vlaming die in een Walt Disney productie heeft meegedaan. Voordien was dat een privilege voor de Nederlanders. Daar vertellen we ook iets over. Ik sta op het podium met Hans Peter Janssens, een musicalacteur die bij ons nog veel te weinig gekend is. Hij heeft zes jaar in Londen in Les Misérables gespeeld, dat is niet niks. En ook mijn dochter Hannelore doet mee. Ze ambieert nog geen zangcarrière maar ze heeft een mooie stem. En uiteraard zingen we de evergreens van Louis.”

Hoe komt het toch dat we vandaag nog altijd ‘Laat ons een bloem’, ‘Liliane’ en ‘Ach, Margrietje’ horen?
“Het geheim zit ‘m denk ik in de kwaliteit van die liedjes. Mijn broer was ook een grote persoonlijkheid en hij had het geluk dat zijn carrière begonnen is in de pionierstijd van de Vlaamse muziek. Die kreeg toen alle aandacht. Maar dat is intussen wel veranderd. Vooral de jaren zeventig, toen de Engelstalige liedjes populair waren, zijn moordend geweest. Mijn broer heeft daarover sterke stellingen ingenomen en is tot het uiterste gegaan om meer Vlaamse muziek op de radio te krijgen. Dat heeft hem wel wat vijanden opgeleverd. Zelfs zoveel jaren na zijn overlijden, krijg ik dat nog altijd te horen.”

Dat je zo’n broer had, heeft toch ook in je voordeel gespeeld?
“Natuurlijk, ik was vijftien jaar jonger en zijn kleine zusje. Hij nam me overal mee en stelde me voor aan mensen die me konden helpen met mijn eigen zangcarrière. Zelf heeft hij zich daar niet al te veel mee bemoeid. Hij zei wel eens dat ik op televisie te onzeker overkwam en teveel track had. En hij vond dat ik te weinig ballades zong. Hij spaarde zijn kritiek zeker niet. Of ik ook goede raad kreeg? Doe wel en zie niet om. Een heel wijze raad is dat.”


Net als Micha, ben jij ook bestuurslid van VLAPO (Vlaamse Podium Artiesten). Deel je haar mening dat de Vlaamse artiesten vandaag veel te weinig aandacht krijgen?
“Jo Declerq, Johan Verstrepen, Micha Marah, Margriet Hermans, Koen Crucke en ikzelf trachten met Vlapo jonge mensen met ambitie om Nederlands te zingen, een grotere etalage te geven. Er bestaan quota’s maar die worden bij de nationale zenders ‘s nachts gehaald, als iedereen voor de televisie zit. VLAPO werkt nauw samen met Ment TV, waar vaak nieuwe artiesten gelanceerd worden. Op oudejaarsavond delen we weer de ‘Loftrompetten’ uit aan nieuw talent. Niels Destadsbader kreeg er vorig jaar eentje. Dat was de nagel op de kop!”

Hoe denk jij over de jonge artiesten die vandaag de liedjes van Louis Neefs coveren?
“Uiteraard ben ik blij dat mooiste liedjes van mijn broer op die manier blijven verder leven, o.a. Yevgueni zong ‘Laat ons een bloem’ in het VRT-programma ‘Zo is er maar één’ en wonnen de wedstrijd. Ze hebben nu een bloeiende carrière. Televisie en radio zijn onmisbaar in dat proces. Velen, zelfs gerenommeerde collega’s vertalen een grote hit uit het buitenland, omdat ze ervan uitgaan dat ze op de radio maar een tiental keer zullen worden gedraaid en een plaat maken is duur. We geven echter wel werk aan musici, studio’s, perserijen, drukkers, Sabam,... Ik kijk er ook altijd van op hoeveel talent er opduikt in een programma als ‘The Voice’. Toch halen op lange termijn daarvan maar weinig artiesten het podium.”

Nog even naar Gierle. Als het zou kunnen, wat zou je nog aan je broer willen vragen?
“Ik denk niet dat ik nog een vraag voor hem zou hebben. Maar ik zou nog wel eens graag met hem spreken. Over hoe zijn kinderen Ludwig en Gunther zijn opgegroeid en het nu allebei fantastisch doen. Er is veel verdriet geweest na de dood van mijn broer en mijn schoonzus. Mijn ouders zijn het nooit te boven gekomen maar ze hebben zich met veel liefde ontfermd over de jongens die verweesd achterbleven. En we zouden natuurlijk spreken over de kleinkinderen, die hij niet heeft mogen kennen. Zelf heb ik nadat ik mijn broer verloren had, brieven naar hem geschreven. Dat was mijn manier om met het gemis om te gaan. Mijn vader heeft die allemaal bewaard maar ze zijn nooit gepubliceerd. Enkele staan in het boek ‘Er zal altijd een zon zijn’ dat ik samen met auteur Louis Van Gestel in 2005 heb uitgegeven. Je leert daar ook een andere Louis Neefs kennen, die veel verder ging dan de Vlaamse podia. In de show ‘Louis Neefs, wat een leven’ zal je daar zeker een stukje van terugzien.”

Meer info: www.neefs.com
Eerstvolgende shows in de Kempen: 10 oktober en 9 november 2017: ‘Lang zullen we leven’, samen met Micha Marah in de parochiezaal van Lille en in Westerlo, telkens om 14 uur. 21 en 22 december 2017: ‘Louis Neefs, wat een leven’ in de parochiekerk van Gierle, met dochter Hannelore en Witse-acteur Hubert Damen. Tickets verkrijgbaar vanaf eind september.

Tekst: Suzanne Antonis
Portretfoto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*