Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

“Ik ben altijd mezelf gebleven”

HERENTHOUT – Vijftien jaar na de hoogdagen van The Samantha Brothers is ex-frontman Wim Meulemans (51), alias William Reven, nog lang niet zanger af. “Onlangs werd me gevraagd om weer een album op te nemen”, verklapt de Herenthoutse singer-songwriter.

In Herenthout - zijn geboortedorp - staat de naam Meulemans al decennialang synoniem aan muziek. “In mijn kinderjaren zong mijn moeder dikwijls nummers van Barbra Streisand en Nat King Cole”, vertelt Wim. “En mijn vader was drummer bij een orkest. De appel viel uiteindelijk niet ver van de boom. Ik was acht jaar toen ik stiekem van een eigen zangcarrière begon te dromen. Het heeft uiteindelijk nog lang geduurd vooraleer ik de stap écht heb gezet.”

Michael Jackson had Frank Sinatra als inspiratiebron. Wie waren jouw stichtende voorbeelden?
“Billy Joel, Lou Reed en The Eagles. In mijn late tienerjaren werden dat Iron Maiden, Rainbow en Black Sabbath. Kortom, het ruigere werk.”

Weet je nog hoe en waar het voor jou echt is begonnen?
“De grote vuurdoop kwam onverwacht, tijdens het huwelijksfeest van mijn neef Benny. Hij had een orkest uitgenodigd, de sfeer zat er goed in en toen mijn familie vroeg om een nummer te zingen, heb ik mijn kans gegrepen met een hit van Billy Joel. Van het een kwam het ander en voor ik het goed en wel besefte stond ik op de affiche van een muziekbal in de Liefkenshoek, de wijk waarin ik woon. Dat was mijn eerste optreden voor een echt publiek, aan de zijde van toetsenist Pol Vermeulen dan nog. Hoe dat voelde? Geweldig.”

Je trad er niet aan als Wim Meulemans, maar als William Reven. Vanwaar die naam?
“Die heb ik te danken aan enkele vrienden en een flipperkast in Café Titanic, een lokale pub. Op dat ding stond Reven, in grote letters. Omdat ik verknocht was aan die kast, noemden mijn kameraden me al snel ‘De Reven’. Wim werd vervolgens William en de rest is geschiedenis.”

Zelfs als je er bescheiden naar kijkt, blijft de lijst van muzikanten waarmee je sinds jouw debuut hebt samengewerkt, ronduit impressionant.
“Dat klopt. In mijn eerste band, The Groove, speelde naast Stan Verfaille ook gitarist Steff Peire en dorpsgenoot Herman Cambré, momenteel drummer bij Clouseau. Dat waren niet de eersten de besten. Later veranderde onze naam in William Reven & Groove Garden, met onder meer muzikanten Bart Buls en Hans Francken.”

In het professionele parcours dat je hebt afgelegd was één passage minder vanzelfsprekend: jouw deelname aan De Gouden Zeemeermin, het tv-programma dat een Belgische kandidaat moest opleveren voor het Eurosongfestival.
“Ik heb met het liedje ‘Zo voel ik vandaag’ toen zelfs de finale gehaald, maar uiteindelijk werd het Lisa Del Bo die ons land mocht vertegenwoordigen met ‘Liefde is een kaartspel’. Of die wedstrijd een slimme zet was in die fase van mijn carrière, dat laat ik in het midden. Iedereen neemt wel eens een beslissing die hij of zij achteraf minder geslaagd vindt. Ik heb uit die periode één ding geleerd: dat ik liever optreed met een liveband dan mee te zingen met een tape, wat in die tijd nochtans heel normaal was. Het liefst van al liet en laat ik mij op de bühne omringen met muzikanten.”

Is het als beginnend artiest niet vooral dansen naar de pijpen van het management?
“Soms kon het inderdaad niet anders, maar de rock ’n roll zat te diep in mij om dat zomaar te laten gebeuren. Op een bepaald moment ben ik op mijn strepen gaan staan, en heb ik voluit gekozen voor optredens met een liveband. Ik ben daar nu nog altijd blij om.”

William Reven & Groove Garden transformeerde eind jaren negentig tot The Samantha Brothers, de eerste Vlaamse discogroep.
“Klopt. Later rezen de discobands als paddenstoelen uit de grond, maar wij waren min of meer de grondleggers. Het heeft ons geen windeieren gelegd: we hebben tweemaal zowel Marktrock als de Gentse Feesten mogen afsluiten.”

Er was in die periode ook op het kleine scherm geen ontkomen aan. Het leek al Reven wat de klok sloeg.
“Ons kent ons, je weet hoe dat gaat. Het succes van The Samantha Brothers heeft ervoor gezorgd dat ik plots werd gevraagd voor muziekprogramma’s als Het Swingpaleis, De Notenclub, Biebabeloela en een aantal tv-quizzen. Elke dag naar een of andere opname, ’s avonds repeteren en tijdens het weekend met de band de hort op gaan: het waren helse tijden, vooral omdat ik muziek maken in die periode nog combineerde met een job in de diamantsector. In 2000 heb ik beslist om fulltime voor een muziekcarrière te gaan.”

Hoe groot is de verleiding om bij zoveel succes te gaan zweven?
“Ik heb die verleiding nog aardig het hoofd kunnen bieden, denk ik. (lacht) Ik ben altijd mezelf gebleven.”

Voor elk euforisch moment is er minstens ook één baalmoment, durven artiesten wel eens te beweren. Is dat waarheid of onzin?
“Daar schuilt een beetje waarheid in. Uit de periode van Het Swingpaleis Live, waarmee we zeven keer het Sportpaleis hebben gevuld, herinner ik me vooral dat de verplichtingen na de shows niet altijd even makkelijk waren. Na afloop moesten we backstage nog wat handjes schudden, wat vooral fysiek zwaar begon te wegen. Uiteindelijk wil je als zanger ook de volgende dag weer fris op het podium verschijnen. Wat niet wegneemt dat ik altijd braaf heb gedaan wat van mij werd verwacht.”

Het Swingpaleis Live werd een echte hype. Was het dat ook voor jou?
“Ik heb er in ieder geval een paar onvergetelijke momenten aan overgehouden. Tijdens één van de shows schakelde Bart Peeters als presentator van de grote Kom op tegen Kanker-slotshow rechtstreeks over naar het Sportpaleis. Omdat Robert Mosuse pas was overleden, werd mij gevraagd She goes nana van The Radios te zingen. Dat was een aangrijpend moment. Zie mij hier nu staan? Dat zijn exact de woorden die tijdens het applaus na dat liedje door mijn hoofd gingen.”

Van een heel ander kaliber was Disney in Concert, ook in het Sportpaleis en geflankeerd door het orkest van niemand minder dan Robert Groslot.
“Mogen zingen met zo’n orkest, dat was een ongelooflijke ervaring. Op een bepaald moment vroeg de producer of ik zin had om mee op tournee te gaan naar onder meer het Midden-Oosten en Zuid-Afrika. Mijn eerste reactie? Hoe moet ik dat aan mijn vrouw uitleggen? Ik heb toen resoluut voor mijn gezin gekozen en heb daar achteraf nooit spijt van gehad. In de muziekbranche zijn scheidingen schering en inslag. Ik heb stand kunnen houden, zeg maar.”

Ik herinner me ook nog een foto van een jonge Reven aan de zijde van grootmeester Toots Thielemans. Was dat een spontane ontmoeting?
“Het was meer dan dat. Ik heb samen met hem een cover van The Beatles opgenomen. Toots was een charmante man, die me overstelpte met complimentjes. Hij nodigde me zelfs uit om naar New York te komen en een bezoek te brengen aan Billy Joel, die op wandelafstand van zijn appartement woonde. Het is er helaas nooit van gekomen.”

Na Het Swingpaleis en Biebabeloela kwamen programma’s als The Voice, en trad een nieuwe generatie artiesten aan. Hoe liep dat voor jou?
“Toen werd het plots een pak rustiger. Meedraaien in die nieuwe programma’s of er als deelnemer zelf mijn kans wagen, dat vond ik geen al te best idee. Ook wat eigen optredens betrof, schakelde ik toen voor het eerst weer een versnelling lager. Het project The Samantha Brothers was al twee jaar vroeger opgedoekt en Comme La Soul, de groep die nadien werd samengesteld, is helaas nooit een succes geworden. Daarom ben ik tien jaar geleden opnieuw aan de slag gegaan in de diamantindustrie.”

Waar staat William Reven vandaag dan nog voor?
“Vergis je niet: ik ben nog altijd actief, zij het via losse opdrachten. Ik ken intussen genoeg muzikanten om snel een gelegenheidsband te kunnen samenstellen. Meestal worden we gevraagd voor bedrijfsfeesten of verjaardagsfuiven. Met Coco Jr. (vroeger Kid Coco, nvdr.) organiseer ik momenteel dinerconcerten, wat neerkomt op een glaasje champagne, lekker eten en dansen. Tijdens die concerten kan ik mij ei nog kwijt. Nummers van Elvis Presley, Stevie Wonder en Oasis, gecombineerd met hedendaags werk van Ed Sheeran, daar zeg ik niet neen tegen.”

Mis je de roes van de hoogdagen toch niet een heel klein beetje?
“Hoegenaamd niet. Naarmate ik ouder word begin ik meer te genieten van een avondje thuis, onderuit in de zetel, en van de aanwezigheid van mijn dochter en mijn vrouw, die mij altijd gesteund hebben.”

Heb je ergens spijt van?
“Als ik al ergens spijt van heb, dan wel van het feit dat ik niet meer tijd met mijn vrouw en dochter heb kunnen doorbrengen. Gelukkig is dat goed gekomen en heb ik na de rush de familiedraad weer kunnen oppikken. Mijn dochter staat nu in het onderwijs en runt samen met haar vriend de foodtruck Tapasta. Het doet deugd te zien dat ze op haar eigen benen kan staan.”

Wat als er straks een producer komt aankloppen die met jou weer de studio wil induiken?
“Geloof het of niet, maar ze hebben me onlangs effectief gevraagd om een album op te nemen. Als het ooit zover komt, wil ik het meteen goed doen, en de vraag is of dat budgettair wel kan. Ik zou met een groot orkest en degelijke muzikanten willen werken. Op kleinere schaal hoeft het voor mij niet meer.”

Hoe groot is de kans dat we straks alsnog naar de platenboer moeten hollen?
“Het project is hangende, zeg maar. Over één, twee of vijf jaar, wie zal het zeggen? Alles is mogelijk.”

Tekst: Peter Briers
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*