Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

In de voetsporen van ’s werelds grootste countrysterren

VERENIGDE STATEN – Wyoming heeft zijn adembenemende prairies, Californië en Florida hun parelwitte stranden. Waarom nog wachten, vragen touroperators zich af. Wie lak heeft aan trendy bestemmingen en kiest voor het minder gehypte Texas of Tennessee, wacht een intrigerende, muzikale rollercoaster. Onderox trok kriskras door beide staten, op zoek naar sporen van iconische countryzangers.

Texas kreunt onder een loeihete 37° Celsius als de Boeing 777 van American Airlines uitbolt op de tarmac van DFW International Airport, tussen Dallas en Fort Worth. Muziekliefhebbers voor wie het countrygenre een tweede religie is geworden, worden in de aankomsthal al meteen op hun wenken bediend. Garth Brooks zingt ‘I’ll be the wind’. Die wind kan van pas komen, want jetlag of niet, na de laatste douanestop gaat het met een gehuurde wagen meteen richting Austin, zo’n 319 kilometer zuidwaarts. Eindbestemming: het jaarlijkse festival van countrylegende Willie Nelson. U weet wel: ‘To all the girls I’ve loved before’, lange paardenstaart, rode haarband. Die Willie.

Austin is de hoofdstad van Texas en de bakermat van Nelsons blijvende populariteit. De singer-songwriter belandde er eind de jaren zestig, na een desastreuze platendeal met RCA Records. Hoewel de jaarlijkse Picnic vier jaar lang heeft plaatsgevonden bij Billy Bob’s Texas in Fort Worth, de stad waar Nelson opgroeide, besloot de zanger in 2015 om terug te keren naar Austin, naar het 360Amphitheater, een onderdeel van het raceparcours Circuit of the Americas. Tijdens de Picnic deelt Nelson het podium met aanstormend talent, maar ook met Kris Kristofferson, de meest getalenteerde liedjesschrijver die Texas ooit heeft voortgebracht. Of die naam een belletje moet doen rinkelen? Absoluut. Kristofferson (80) schreef ‘Sunday mornin’ comin’ down’, dat door landgenoot Louis Neefs werd gecoverd als ‘Zondagmiddag Lilian’.

De in Brownsville geboren Texaan zingt niet echt meer, hij vertelt. Maar ‘the show goes on’. Kris is een legende, en dan geniet je in de States een status van onschendbaarheid tegen al wie ook maar overweegt om daarover te gaan morren. Willie Nelson - intussen 83 - laat als hoofdact pas laat op de avond van zich horen. Van sleet op zijn muzikale prestaties is nog altijd geen spoor. Als zijn vaste begeleidingsband slotnummer ‘On the road again’ nog wat langer laat uitdeinen, zit de superster alweer op zijn concertbus, de horizon tegemoet.

Elvis Presley
De ochtend na de passage van Nelson wacht ons een rit van welgeteld 1.003 kilometer. Via Louisiana en Arkansas bereiken we na tien uur rijden wat in de USA wordt beschouwd als gewijde grond voor wie zweert bij rock ’n roll en blues: Memphis, de grootste stad in de staat Tennessee en de vroegere thuishonk van Elvis ‘The King’ Presley. Op het programma: een bezoek aan zijn landgoed Graceland, op zoek naar de roots van BB King in Beale Street en foto’s nemen van het vroegere Lorraine Motel, waar nog een andere King - dominee Martin Luther - op 4 april 1968 werd neergeschoten toen hij zich op het balkon van zijn hotelkamer waagde. Wie zich tevreden stelt met een glimp van de woning waar Presley zijn avonden sleet, hoeft geen ticket te kopen. Het huis is zichtbaar vanop de stoep van de Elvis Presley Boulevard. Voor het geld hoef je het niet te laten: een ticket van 38,75 dollar (zo’n 35 euro) loodst je binnen het kwartier achter de schermen van Presley’s indrukwekkende optrekje, waar hits als ‘Treat me nice’ en ‘Are you lonesome tonight?’ geboren werden.

Een gratis shuttledienst voert de met een iPad en koptelefoon gewapende bezoeker tot aan de deur van Graceland. Eenmaal voorbij de arduinen drempel gaat het razendsnel: het salon waar Elvis zijn vrienden ontving, de eetkamer, de bar en de keuken. “Alles is onaangeroerd gebleven”, benadrukt de gids. De bovenverdieping - en dus ook de badkamer waar hij op 16 augustus 1977 dood werd aangetroffen - is verboden terrein. Op verzoek van de familie blijft dat deel hermetisch afgesloten. Hoe meer je als bezoeker doordringt in het stenen imperium, hoe anders je de wereldster leert kennen. De hits, het imago van rebel en de suggestieve heupbewegingen zijn nagenoeg bekend, maar wie tijdens de rondleiding verder kijkt dan zijn neus lang is, leert Presley ook kennen als een mecenas, een filantroop. Opvanghuizen, ontwenningsklinieken en daklozencentra kregen regelmatig vette cheques toegestopt. “Ik kan me geen dag herinneren dat papa geen geld weggaf”, biecht dochter Lisa Marie Presley op tijdens de audiotoer. Op het financiële toppunt van zijn carrière hield Presley halt aan de toegangspoort van zijn landgoed, waar een automobilist was gestrand na motorpech. Elvis overhandigde hem de sleutel van zijn Cadillac. “Hij is van jou”, zei Presley. Het voorval typeert hoe weinig ‘The King’ gehecht was aan rijkdom.

Anderhalf uur na de start van de rondleiding dropt de shuttlebus ons aan een nagebootste straat met giftshops. Zonnebrillen, T-shirts, biografieën, sleutelhangers of broeksriemen: je moet al vastberaden zijn om geen souvenir te kopen. Krenterige fans worden over de streep getrokken door een aanstekelijk deuntje op de achtergrond: Presley met het vaak herhaalde ‘Welcome to my world’, waardoor twijfelaars met de vinger op de knip toch weer gaan beseffen dat ze zonet getuige zijn geweest van een stukje geschiedenis. Dankbaarheid en verafgoding maken dat zelfs de grootste gierigaards geld gaan spenderen.

BB King
Van de Elvis Presley Boulevard gaat het richting Beale Street, het bijna 3 km lange kloppende hart van Memphis. Te vroeg, beseffen we bij aankomst, want de in 1841 aangelegde avenue toont pas na zonsondergang zijn ware aard. Eerst op zoek naar een motel dan maar. Dat is in de Verenigde Staten klein bier. Motel 6, Super 8 of Best Western: elke keten heeft op elk moment van de dag wel een bedje gespreid voor wie onvoorbereid en avontuurlijk door het land van Uncle Sam wil reizen. Met onze lidkaart van VAB Pechverhelping dwingen we overal de gunstige AAA-rating af, wat neerkomt op een tariefverlaging van 10 tot 15 dollar. Niet dat ze in de Verenigde Staten ooit al van VAB gehoord hebben, maar omdat we de lidkaart met zo’n vanzelfsprekendheid aanbieden, durft geen enkele baliemedewerker ons zonder een korting de laan uit te sturen. Amerika het land van de mogelijkheden? Hell yeah!

Eenmaal de avond in Memphis is gevallen, lijkt Beale Street de enige straat waar iets te beleven valt. In elke kroeg zingt een zanger zich de longen uit het lijf. Oordopjes zijn aanbevolen, want door geluidsnormen laten ze zich in dit zuidelijke deel van de States niet hinderen. Countryfans hebben hier weinig te zoeken, bluesfans zijn hier wél aan het juiste adres.

Lucille
Lang voor bluesgitarist BB King Beale Street van zijn sokken blies, was het - aan het eind van de 19de eeuw - de Young Men’s Brass Band die hier het mooie weer maakte. Het zou tot 1920 duren vooraleer het publiek aandacht ging schenken aan de virtuositeit van - pakweg - Louis Armstrong, Muddy Waters en BB King, de grondleggers van de Memphis Blues. Hun muzikale nalatenschap domineert anno 2017 nog altijd de omgeving van deze boulevard, al zijn de metershoge afbeeldingen van Armstrong en King vooral bedoeld om de commerciële carrousel draaiende te houden.

We eindigen de avond in een bruine kroeg aan de overkant van de BB King Company Store, aan de noordkant van Beale Street. Een lokale band speelt er de grootste hits van King, waaronder het onsterfelijke ‘The thrill is gone’. De in 2015 overleden gitarist schreef het nummer in 1970, tokkelend op zijn gitaar Lucille. Waarom BB King het in zijn hoofd haalde om zijn gitaar een naam te geven? “Dat idee is ontstaan in 1949”, legt de jonge leadzanger uit. King speelde een concert in Twist. “Tijdens mijn optreden begonnen twee mensen te vechten. De kemphanen stootten daarbij een vat brandende petroleum omver, wat leidde tot een hevige brand. Toen iedereen buiten was, realiseerde ik me dat hij zijn gitaar had achtergelaten.” De zanger riskeerde toen zijn leven om zijn gitaar te halen. Toen hij later vernam dat het gevecht over een vrouw ging die Lucille heette, besloot hij zijn gitaar zo te noemen.

Great balls of fire
Volgende halte: Sun Studio op Union Avenue, de in de jaren vijftig door Sam Phillips gerunde opnamestudio waarin Elvis Presley geschiedenis schreef met de opname van zijn eerste single ‘That’s all right’ en Johnny Cash aarzelend debuteerde met ‘Folsom prison blues’. De inkleding - met als neusje van de zalm de plafond- en muurbedekking die het gebouw geluidsdicht moesten maken - is nog altijd dezelfde, in tegenstelling tot de instrumenten die er nonchalant staan neergepoot. Sun Studio is vandaag de dag nog altijd een plaats waar muziek wordt gemaakt. Vaak zijn het onbekende muzikanten die hengelen naar een doorbraak, nu en dan ook gevestigde waarden die hopen de Sun-sound te kunnen evenaren, zoals U2 en Jerry Lee Lewis. Plots wordt er gedrumd. De gids heeft zijn toehoorders gewezen op het feit dat de microfoon die er staat wel degelijk de microfoon is die dienst deed tijdens de opnamen van maar liefst 34 opnamesessies van Elvis. Iedereen wil met het kleinood op de foto. Ik ook.

Doodgeschoten
Wie Memphis louter bezoekt omwille van de muziek, dreigt voorbij te gaan aan het lot van die andere King: Martin Luther Jr, de baptistendominee die zijn schouders zette onder de burgerrechtenbeweging. King overnachtte op 3 april 1968 in het Lorraine Motel. Toen hij zich de ochtend nadien op het balkon vertoonde, werd hij neergemaaid door misdadiger James Earl Ray.

Het beruchte balkon is nog altijd intact, en maakt sinds 1991 deel uit van het National Civil Rights Museum, een overzichtelijke opsomming van Luther’s stappen om de burgerrechtenbeweging meer geloofwaardigheid te geven. Er zit weinig blues, laat staan rock ’n roll, in de dramatische dood van Martin Luther King Jr, op dat ene nummer van Mahalia Jackson na, ‘I’ve been buked and I’ve been scorned’. Jackson zong het nummer op verzoek van Martin op 28 augustus 1963, de dag waarop de dominee een bevlogen toespraak hield in Washington voor 250.000 toeschouwers, en waarin hij de legendarische woorden ‘I have a dream’ voor het eerst uitsprak. ‘I’ve been buked and I’ve been scorned’ speelt in het museum een prominente rol. Het nummer is hoorbaar wanneer de bezoeker met zachte tred voorbij de hotelkamer schuifelt waarin King zijn laatste uren doorbracht.

Nashville
‘On the road again’. Met de bestsellerhit van Willie Nelson op de achtergrond zetten we koers naar Nashville, de hoofdstad van Tennessee en the place to be voor wie gek is op countrymuziek. Eerste stopplaats: de Musicians Hall of Fame and Museum. In tegenstelling tot de Country Music Hall of Fame and Museum - iets verderop in de stad - focust stichter en directeur Joe Chambers niet op de sterren zelf, maar op de muzikanten door wie de groten der aarde zich lieten omringen, zoals The Crickets en The Tennessee Two, respectievelijk de stuwende motoren achter Buddy Holly en Johnny Cash. “In dit museum focussen we op de entourage van onder meer Garth Brooks, Bob Dylan, Neil Young, Roy Orbison, Elvis Presley en Johnny Cash”, verklapt Chambers.

De gitaar van Charlie Daniels, het drumstel dat werd gebruikt voor de originele versie van Otis Reddings ‘Sittin’ on the dock of the bay’ en het opnametoestel dat gebruikt werd voor het inblikken van ‘My happiness’ van Presley: Chambers - zelf ook een begenadigd muzikant en tekstschrijver - wist ze op de kop te tikken en zet ze sindsdien te kijk in zijn adembenemende museumruimte.

De onbetwistbare pronkstukken staan centraal: de lievelingsgitaren van Jimi Hendrix en de vorig jaar overleden countrylegende Merle Haggard. Haggard speelde op het tentoongestelde instrument ‘Okie from Muskogee’, uitgebracht in de hete zomer van 1970. “Wil je ze even vasthouden?”, vraagt Chambers. We lachen onwennig bij de idee en staan op het punt om verder te lopen, maar de directeur dringt aan. “Als het kan, graag”, antwoorden we gespeeld nuchter. Twee minuten later sla ik mijn handen rond werelderfgoed. De camera flitst onophoudelijk. Ik knijp mezelf tweemaal in de arm, en uit stijgend ongeloof nog een derde keer. Ik ben wakker, dit gebeurt écht.

Back to Texas
We verlaten het Musicians Hall of Fame and Museum in Nashville en rijden via de bloedstollend mooie en 715 km lange Natchez Trace Parkway weer richting Fort Worth, Texas, de stad en staat waar onze trip begon. Op de achterbank ligt een fotoboek dat we halverwege onze excursie op de kop tikten en dat we nu al koesteren: ‘Texas’ door de ogen van Jack Knox. De meesterfotograaf richtte zijn lens op het veelzijdige karakter van de Lone Star State. Het resultaat: een stapel verbluffende foto’s waar je blijft naar staren. Dat Knox toegang kreeg tot sites die voor de gewone man volstrekt verboden terrein zijn, maakt van ‘Texas’ een adembenemend collector’s item.

Het is een zonde om Dallas te verlaten zonder een bezoek te brengen aan de grootste honky tonk - zeg maar: countrybar - in Texas. En dus eindigen we in de 12.000 vierkante meter grote muziekkroeg op wiens podium al schoon en bekend volk passeerde, strekking George Strait, Alan Jackson en Reba McEntire. Stuk voor stuk superrijk, razend populair en voor ons, gewone stervelingen, onbereikbaar. Wedden dat ik ooit met één van hun gitaren op de foto ga?

Tekst en foto’s: Peter Briers

Meer info voor rondleidingen in Nashville: www.bobbygreensgont.com.
Aanvullende info over Graceland, Sun Studio, het Musicians Hall of Fame and Museum en Jack Knox op www.graceland.com, www.sunstudio.com, www.musicianshalloffame.com en www.jackknox.com.


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*