Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Het peperkoeken hart van Nele Goossens

ZOERSEL – Een peperkoeken hart, maar dat hart ligt ook op de tong. Over enkele maanden toert de cabaretière uit Zoersel opnieuw door Vlaanderen met haar one woman show ‘Dag Janine & dag José’, waarin ze met het publiek op hilarische wijze de baksteenperikelen deelt die ze zelf aan den lijve ondervindt bij het verbouwen van haar woning in Zoersel.

Onderox sprak met Nele Goossens (40) in het Grand Café van De Singel in Antwerpen, het conservatorium waar ze tot voor enkele jaren nog studenten in de acteeropleiding begeleidde bij hun solovoorstelling. “Altijd graag gedaan en ze hebben me opnieuw gevraagd. Maar eerst wil ik even rust”, begint Nele. “Er zijn momenteel geen voorstellingen en ik grijp die adempauze met twee handen om mama te zijn (Nele heeft een dochtertje van tien), om eens zelf in mijn kookpotjes te roeren en te genieten van mijn gerenoveerde woning én de tuin. Want die heb ik de jaren dat ik in de stad woonde, erg gemist. Jazeker, ik deed zoals alle studenten die van de Antwerpse Studio Herman Teirlinck komen: blijven plakken. Tot ik vier jaar geleden mijn leven omgooide en terug het landelijke Zoersel opzocht.”

Zoersel, daar sloeg je als jong meisje toch al hartstochtelijk op de drums bij Harmonie Eendracht maakt macht?
“Oei, staat dat allemaal op het internet? Zeker, op de academie van Zandhoven volgde ik acht jaar slagwerk. Weet je, ik was fan van Madonna en die had saxofoon en drums gespeeld. Ik moest en zou één van die twee instrumenten leren. Het is dus slagwerk geworden en ik ben nog altijd heel blij met die keuze. Het is ritmisch en er zit zoveel variatie in. Je begint met een plankje waarover een rubberen band is getrokken waar je een vol jaar op moet trommelen en het eindigt met marimba, xylofoon, pauken,…”

Legde je daar de kiem voor je artistieke opleiding?
“Ik wist al van kindsbeen af dat ik toneel wilde spelen en vooral dat het iets met humor moest zijn. Ik deed mee aan playbackshows en imiteerde André Van Duin en Tineke Schouten. Op mijn  veertiende wilde ik naar de kunsthumaniora in Antwerpen maar daar was thuis geen sprake van. ‘Veel te gevaarlijk, met de bus en zo elke dag naar ’t stad en daar dan al die verlokkingen’, zeiden mijn ouders. Ik volgde dan de sportrichting in Mariagaarde in Westmalle en kreeg in een dansvoorstelling meteen de hoofdrol. Op school stimuleerden ze me wel om een artistieke richting in te slaan.  En ik schreef me in voor ‘Up With People’ (kunstenorganisatie die jongeren van over de hele wereld samenbrengt, nvdr.).”

De wereld rondtrekken, was dat een grote droom?
“Dat dacht ik, ja. Ik was geselecteerd en ben als een bezetene geld beginnen inzamelen want meegaan met ‘Up With People’ moest je deels zelf financieren. Ik heb weekendjobs gedaan, fuiven gegeven en in heel Zoersel van deur tot deur peperkoeken harten verkocht. Tot de maand dat ik zou vertrekken aanbrak en toen begon ik te twijfelen. Mijn vader nam me apart en zei: ‘Ge durft niet hé meiske’. Ik moest tot mijn ontzetting toegeven dat hij gelijk had. En daarna vroeg hij wat ik dan wél wilde doen. ‘Studio Herman Teirlinck’ bracht ik met veel moeite uit. ‘Wel, dan ga je dat doen’, was zijn antwoord. Ik ben er hem nog altijd dankbaar voor dat hij me op dat moment mijn echte droom liet volgen.”

En die peperkoeken harten dan?
“Dat was een probleem, ik had zoveel geld ingezameld voor een project en plots ging dat niet door. Ik heb toen het bedrag geschonken aan Handicar, een vereniging die in  Zoersel aangepast vervoer aanbiedt voor rolstoelgebruikers. Mijn oom en tante hebben dat nog mee opgericht.”

Hoe waren je eerste jaren als cabaretière en actrice? Heb je moeten knokken voor je plekje?
“Ik heb de ongelooflijke chance gehad dat ik tijdens de opleiding Kleinkunst stage heb mogen doen bij Luc Perceval van het Toneelhuis. Daar leer je veel mensen kennen. Zo had een toeschouwer mij in de voorstelling een liedje horen zingen en dat doorgegeven aan het kindertheater ‘Froe Froe’. En nu speel ik daar nog. Wat er zo fijn is om voor kinderen te spelen? Het is elke dag anders en je moet heel alert zijn. Kinderen zijn ook veel eerlijker. Gelukkig heb ik nog geen hooligans in de zaal gehad. Jawel toch, één keer tijdens een voorstelling in Utrecht. Die gasten braken het kot af maar dan word ik net heel sterk en denk op z’n Zoersels ‘gellie nie!’ Door je tempo te versnellen of net stiller te gaan spreken, probeer je de teugels weer vast te krijgen en die gasten te pakken. Maar dat moet je ook doen als je voor volwassenen speelt. Zeker in soloproducties waar je alleen op het podium staat en je niemand anders hebt dan je publiek. Als je daarvoor openstaat en voelt wat het nodig heeft, zit je binnen het half uur samen op een grote golf. En dat is in mijn vak het schoonste wat er is: samen die reis maken.”

Maakte je ook zo’n reis toen je de Vaginamonologen speelde, in een regie van An Nelissen?
“Ik heb ‘de Vaginamonologen’ zo’n vijftig keer gespeeld, samen met Sandrine Van Handenhoven en Slongs dievanongs. Geen voor de hand liggende combinatie maar het was geweldig om te doen. Sandrine is trouwens heel grappig, wat weinig mensen weten. Natuurlijk, de Vaginamonologen gaat over maatschappelijke thema’s. Wat An Nelissen daar destijds mee deed, is baanbrekend geweest. Door haar aanpak zijn veel vrouwen over hun problemen beginnen praten en is er ook veel onrecht naar boven gekomen. Ik schrok er telkens van hoe weinig mensen weten hoe bv. een besnijdenis precies in zijn werk gaat. Dat Sandrine als kleurlinge dat verhaal kon brengen, gaf een nog beter beeld van de schrijnende toestanden die nog altijd bestaan. Toch konden we in de voorstelling ook humor stoppen. Hilarische teksten afgewisseld met sérieux, liedjes ertussen,… Het waren telkens korte sprintjes.”

Op televisie zagen we je als Kelly, het lief van Snelle Eddy in ‘Allemaal Chris’. Een toffe ervaring?
“Inderdaad en het is alweer voorbij. Ik zou op televisie graag meer doen maar tot nu toe lag mijn focus vooral in het theater en cabaret. Ik speelde wel enkele gastrollen in Witse, Flikken en Oekanda. In Grappa was ik het roze clowntje bij Dobus. Van Chris Van den Durpel heb ik enorm veel geleerd. Buiten de camera spraken we niet zoveel met elkaar maar eens we onze pruiken ophadden, gingen we helemaal open. Dat was een belangrijke les: dat ik dicht bij mezelf moest blijven en pas in mijn personage kruipen als het moment van spelen aanbrak. Ik ben er veel rustiger door geworden en kan nu beter omgaan met mijn energie.”

Voel je die energie ook in de zomer, als je in Blankenberge in ’t Wit Paard in de Revues staat?
“Maar dat is gewoon zààààlig om te doen. Echt waar. Veel mensen hebben een fout idee van revue. Ze denken dat het iets is voor gepensioneerden die de hele zomer aan de kust verblijven maar dat is echt niet zo. Er komen ook veel jonge mensen kijken in het kader van een bedrijfsactiviteit. Ze worden met bussen aangevoerd. En het jaar daarop komen ze zelf terug. Ik doe de Revue nu al tien jaar en het heeft me nog geen seconde verveeld. Het is ook elke keer weer iets anders.  Danseressen, pluimen, sketches, muziek,… Alleen ’t Wit Paard blijft hetzelfde. Daar hebben de allergrootsten opgetreden hé, Gaston & Leo, Luc Caals, Yvonneke Verbeeck, toen ze al stokoud was. Die zaal hangt vol met geschiedenis.  Ik ben de gastvrouw van de avond met Peter Thyssen naast mij als gastheer. We doen de show vijf keer per week, twee maanden lang. Eens het allemaal rolt en bolt is het ontzettend plezant.”

Het is een gevulde carrière en dat op je veertigste. Valt het met je one woman shows nu allemaal samen?
“Dag Jeanine en Dag José is mijn derde solovoorstelling, na ‘Nele Goossens Solo’ in 2011 en ‘ ’t Zal wel zijn’ in 2014. Het boeiendste is dat ik helemaal zelf kan beslissen waarover het gaat. Ik heb ook het gevoel dat ik nu oud genoeg ben om zo’n cabaretvoorstelling te spelen. Er is meer métier, meer levenswijsheid ook. Het publiek hééft ook iets aan wat ik op het podium vertel. De scènes zijn trouwens allemaal uit mijn eigen leven. Zoals nu met die verbouwingen van mijn huis in Zoersel en de nieuwe buren. Het is ook een weg naar iets nieuws en mijn leven terug op de rails zetten na een moeilijke tijd.”

Ben je dan niet bang om moederziel alleen op een podium te staan? Of dat het publiek je niet lust?
“Oh neen! Hout vasthouden... Ik heb twintig try-outs gespeeld, ik weet intussen wat wel en niet werkt. En er is veel interactie met het publiek. Bovendien, zolang er in mijn loge een kaarsje brandt, voel ik me veilig. Dat is mijn ritueel om zelfzeker aan de avond te beginnen. Alhoewel, de laatste tien minuten is het elke keer complete chaos, die ik zelf creëer.”

Hoe doe je dat: chaos creëren?
“Dat kan bijvoorbeeld zijn dat ik de laatste minuut nog naar het toilet moet, met mijn theaterkostuum al aan en dat je weet dat zoiets eigenlijk niet kan. Maar ik heb het echt nodig om helemaal scherp te staan. Ik kan niet spelen vanuit een lage energie, de adrenaline moet al door mijn lijf gieren. Maar het mag niet langer dan tien minuten duren. Ik ben nogal gestructureerd. Zoals ik de vijftig minuten voor een optreden absolute rust wil, met dat brandend kaarsje. Ik kijk ernaar uit om in het najaar terug op de planken te staan.”

Heb je nog nieuwe plannen?
“Daar ga ik een klassiek antwoord op geven: ja, maar ik mag er nog niks over zeggen! Maar humor zal er zeker wel weer bij zijn. En bevrijding, dat is ook wel een constante in mijn werk. Ik wens iedereen toe dat ze als ze in een situatie vast zitten en dat niet meer willen, ze eruit kunnen stappen. Als ik mensen met mijn voorstellingen daartoe in beweging kan brengen, dan voel ik mij geslaagd in mijn job én in mijn leven.”

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Bart Van der Moeren

Meer info: www.nelegoossens.be


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*