Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Spiegels van een verdwenen tijd

TURNHOUT – Dit jaar bestaat het oude kerkhof van Turnhout precies tweehonderd jaar. Om deze dodenakker een gepast eerbetoon te brengen, organiseert de stadsgidsenwerking op 6 november er een themawandeling. Samen met stadsgidsen Gib Van der Celen en Luc Deckx, dwaalde Onderox al eens langs de honderden stenen van herinnering.

Nergens staan we dichter bij de grens van ons bestaan als op een kerkhof. In de novembermaand verdwijnt dat onontkoombare onder een zee van chrysanten, om hen die deze grens al overstaken te herinneren. Maar we zouden ook eens bij de oudere grafmonumenten moeten stilstaan, waar niemand nog bloemen legt. Want vaak vertellen die stenen een boeiend verhaal. Dat moeten zeker niet altijd beroemdheden zijn, al kan de gewone sterveling vaak nooit dichter komen dan aan zijn graf. ‘Dag mensen, dat ’t wel ga…’ schreef Gerald Walschap nog, met de pen des doods.

Niet elke begraafplaats is een kerkhof
Tot het einde van de 18de eeuw begroeven we onze doden in gewijde grond rondom de kerk. Met de wet van de Oostenrijkse Keizer Jozef II kwam daar in 1784 een einde aan. Om hygiënische redenen moesten de graven voortaan buiten de stadsmuren liggen. Meteen kwam ook de naam ‘kerkhof’ onder druk. De begraafplaats werd een aangelegenheid van de overheid die geen onderscheid maakte in religie of overtuiging. “In Turnhout is er zo’n spraakmakende begraving geweest”, begint Gib. “Een vrijzinnige was er begraven in een apart perceel dat niet gewijd was. ‘De geuzenhoek’, werd die plek toen genoemd. Maar de familie eiste dat hij gewoon in de rij kwam liggen. De katholieke Turnhoutenaren protesteerden maar de familie kreeg gelijk. Op een gemeentelijke begraafplaats zegt de wet immers dat overledenen in volgorde van hun sterfdatum te ruste worden gelegd.” Na enkele uitbreidingen is de begraafplaats momenteel 2,5 ha groot. “In zijn tweehonderdjarig bestaan vonden ongeveer 30.000 zielen hier een laatste rustplaats”, gaat Gib verder. “Veel monumentale grafstenen zijn gelukkig bewaard gebleven. Want wie zich bij leven belangrijk waande, wilde dat ook in de dood nog zijn. Wat niet wil zeggen dat elke beroemdheid zichzelf van een praalgraf voorzag. Zij die écht het verschil maakten, liggen vaak onder de eenvoudigste steen.”

Notabele families
De ene dode is de andere niet. Gib: “Voor een eeuwigdurende concessie moest je rond 1890 aan de stad gemiddeld 150 oude Belgische Franken per vierkante meter betalen, plus een gift aan het armenbestuur en de godshuizen. Als je weet dat het graf van bv. de notarisfamilie Dierckx 25 m² is en een gemiddeld maandloon van een ambtenaar toen 210 BF bedroeg, dan kwam je al snel uit op een jaarloon. De familie Loyens pakte het anders aan. Het echtpaar had vier ongetrouwde kinderen en de laatste overlevende gaf in 1898 bij testament de opdracht om aan het Godshuis 3500 BF. te schenken. In ruil daarvoor moest het familiegraf eeuwig ten dage door de stad onderhouden worden. Wat dus nog altijd gebeurt.” De familie Hendrickx die in hun perk een plekje reserveerde voor hun dienstmeid, arts en schrijver Renier Snieders voor wie de stad als enige de concessie betaalde uit dankbaarheid voor zijn heimatliteratuur, een sarcofaag voor de ongehuwde dochter van de buskruitmaker,… onder elke steen ligt een boeiende geschiedenis. “Of een ramp”, zegt Gib en houdt halt bij de eenvoudige grafzerk voor de twee brandweermannen die op de Jacobsmarkt van een ladder ter pletter vielen en samen werden begraven.”

Wat oorlog achterliet
Uiteraard is ook op deze begraafplaats een herinneringsmonument voor oud-strijders en oorlogsslachtoffers. Hier is gids Luc de specialist: “Van de vuurkruisers die in de eerste wereldoorlog in de frontlinie vochten,  zijn de namen gegraveerd in symbolische vaderlanderzakjes.” Verderop vinden we een ommuurd perkje met eenvoudige witte stenen, keurig op een rij. Gemillimeterd gras en hier en daar een plastic poppy. Luc: “Dat zijn Engelse soldaten die in de tweede wereldoorlog in onze omgeving sneuvelden. Regelmatig komt iemand in opdracht van de Commonwealth War Graves Commission dit perk onderhouden.” Twee gelijkaardige grafstenen vinden we in het perk ernaast, van wereldoorlog I. Luc: “Hier rusten twee soldaten van de Royal Naval Division die uit een Duitse krijgsgevangenis waren ontsnapt en via het neutrale Nederland terug naar huis wilden keren. Hun vlucht eindigde aan de dodendraad niet ver van Turnhout.” Eveneens in dit perk rust een burgerslachtoffer. “Een passeur”, legt Luc uit. “die overlopers en vluchtelingen over de dodendraad hielp. De mythe gaat dat de Duitsers hem hebben neergeschoten aan Weelde-Statie en zijn lichaam dan bij de draad hebben neergelegd zodat het op een ongeval leek.”

Symbolen en merkwaardige datums
Een kerkhof kan je op twee manieren bekijken. Enerzijds zijn er de boeiende verhalen van belangrijke families met de soms eigenaardige wensen voor hun hiernamaals. Anderzijds zijn veel graven getooid met mooie symbolen. Gib: “Een afgebroken zuil staat symbool voor een onverwachts of jong beëindigd leven. We hebben zo’n mooi voorbeeld van een jonge vrouw die in 1920 is verdronken. Bij het graf van de architectenfamilie Schellekens zijn het anker van de hoop, een kruis voor het geloof en het vuur van de liefde verenigd in een kunstwerk. En uiteraard krijgen de Turnhoutse drukkersfamilies hun drukkersgerief mee. Maar Luc en Gib willen ook enkele datums laten zien. Luc: “In de buurt van het Calvariekruis is een grafsteen met een sterfdatum van 22 juni 1816. Alleen, op dat moment reikte het kerkhof nog niet zover. Is de dode herbegraven? We zijn nog steeds op zoek naar een verklaring.” Ook bij de grafsteen van Philippus Brepols, die in 1800 de eerste fabriek in gekleurd papier stichtte, houdt Gib halt. “Tot voor enkele maanden waren de inscripties bijna onleesbaar geworden. Bij de restauratie beging men een fout door in de sterfdatum een foutief cijfer te zetten. Kan je je inbeelden hoe een meester-drukker bij zo’n zetfout zich omdraait in zijn graf? Gelukkig kon de vergissing nadien worden rechtgezet en zijn we blij dat dit stukje erfgoed mooi is hersteld.” Ook op het kerkhofkruis rust een mysterie. Gib: “Jarenlang is aangenomen dat het kruis, gemaakt door Herentalsenaar August Van Aerschot werd geplaatst in 1888 maar nergens vonden we een datum waarop het officieel door een priester is gewijd. In het katholieke Turnhout van toen acht ik dat onmogelijk. Toen ik het kruis eens wat grondiger bekeek, zag ik niet 1888 maar 1868 staan. In de stadsarchieven hebben we voor de kruiswijding nooit tot die datum gezocht. Ik hoop nu dat ik alsnog nieuwe informatie kan vinden.”

Van dodenakker tot ontmoetingsplaats
Die grafkunst en de wedijver in het hiernamaals verdween grotendeels toen in 1971 de eeuwigdurende grondafstand vervangen werd door een concessie van vijftig jaar. In plaats van sprekende monumenten kiezen we nu grafstenen waarvan soms alleen de tekst nog verschilt. Met de opkomst van de crematie en het columbarium verdwijnt de overledene nog dieper in de anonimiteit. Stilaan komt daar wel verandering in. Volgens het Vlaamse decreet van 2004 moeten gemeenten zich inspannen om van de begraafplaats een ontmoetingsplek te maken. Waar er ruimte is voor bezinning over wat voorbij is en wat voor jezelf nog moet komen.

Tekst en foto’s: Suzanne Antonis


Info: Kerkhofwandeling in Turnhout
De begeleide themawandeling ‘200 jaar kerkhof Kwakkelstraat’ vindt plaats op zondag 6 november 2016 van 14 uur tot 16 uur. Deelnameprijs: 2 euro per persoon. Afspraak aan de ingang van het kerkhof, Kwakkelstraat 129. Info bij de Turnhoutse Stadsgidsen, tel. 014 44 33 55.


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*