Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Het Pajottenland is op-en-top platteland

GOOIK – “Onvoorstelbaar. Zo dicht bij Brussel en zo landelijk.” De Pajottenlanders krijgen het vaak te horen van mensen die de streek bezoeken. Hier geen drukke snelwegen of zware industrie, maar een golvend landschap met vruchtbare akkers en vliegende bacteriën die de lambiek spontaan doen gisten. Niet voor niets stond hier de wieg van het Brabants trekpaard en componeerde Urbanus er zijn ‘bakske vol met stro’. Zou hij er een draailier of snarentrom voor hebben gebruikt?

Geen betere plaats als introductie tot deze streek dan het Museum van het Belgisch Trekpaard in Vollezele, ooit het bruisende centrum van de handel in dit beroemde paardenras. En daarvoor lag ene Brillant aan de basis, een prachtige hengst waarmee zijn baasje Remi Vanderschueren in 1878 naar een grote internationale wedstrijd in Parijs trok en er de kampioenstitel behaalde. “De jaren nadien veroverde Brillant nog meer titels waardoor het paard wereldberoemd werd”, vertelt Fernand Lumen, één van de gidsen in het museum dat is ondergebracht in het vroegere gemeentehuis. Boeren uit de streek kwamen hun merries laten dekken en zo ontstond een bloeiende handel. “Einde 19de eeuw waren hier drie grote hengstenhouderijen”, gaat de gids verder, “en dagelijks stonden er zo’n 150 paarden te koop. Dat lokte een publiek van internationale kopers die werden ontvangen met rijkelijke diners en champagne. Niet voor niets zijn die hengstenhouders niet ouder dan in de vijftig geworden, wellicht het gevolg van hun Bourgondische leven.”

De trekpaarden werden in die tijd ingezet om boten te trekken op de Dender, spoorwegen aan te leggen, in steenkoolmijnen om wagons te trekken en bij het leger om kanonnen te verslepen, voor de bouw van fabrieken en om schepen te lossen in de haven. De handel floreerde tot aan WOI, toen veel paarden werden aangeslagen door de Duitsers. Na de oorlog hernam die zich tot de mechanisatie het werk van de paarden overnam. De roemruchte geschiedenis herleeft in het museum aan de hand van oude voorwerpen, grote foto’s, infopanelen en korte filmpjes die je op een touchscreen zelf kunt starten. Ga zeker de trap op om op de eerste verdieping de kleurrijke halsters te bekijken die de dieren omkregen bij feestelijke gebeurtenissen. Het museum is elke zondag te bezoeken van 13.30 tot 17 uur. Vanaf 10 personen kan je op andere dagen een rondleiding met gids boeken. Voor de deur kreeg Brillant een standbeeld in koper.
www.museumvanhetbelgischtrekpaard.be

Woodstock van Vlaanderen
Sinds dit jaar kan je met de Pajottenland Pas elke derde zondag van de maand drie musea met een gids bezoeken. Het trekpaardenmuseum is er daar één van, het Volksinstrumentenmuseum in Gooik een ander. Liefst vijfhonderd instrumenten worden er tentoongesteld en dan steekt nog een groot deel op zolder: ratels, rommelpotten, bellenriemen, hommels, draailieren, blokviolen en alle mogelijke accordeons en doedelzakken. De verzameling is bijeen gebracht door Herman Dewit van ’t Kliekske, die in Gooik is komen wonen en het dorp mee heeft uitgebouwd tot een internationaal centrum van de volksmuziek. “Elke laatste week van augustus komen hier honderden jongeren uit heel Europa naartoe om stages te volgen”, vertelt Walter Evenepoel, die door het leven gaat als ‘het vleesgeworden Pajottenland’. “’s Avonds zijn er dan concerten. Die dagen hebben de magie van Woodstock. Folk spreekt duidelijk weer jonge mensen aan.” Zelf kan hij ook een eind overweg met de getoonde instrumenten, zo blijkt wanneer hij een accordeon om de schouders trekt en ter wille van een fotoshoot een deuntje speelt.

Je kan het museum gratis bezoeken tijdens de openingsuren van het volkscafé beneden. Maar beter nog is een gids te reserveren. Dan krijg je verhalen bij al die instrumenten en wordt er ook op gespeeld, waarna je zelf ook eens mag proberen. En wie weet wordt op die manier een nieuwe Kadril of Laïs geboren. “Die groepen vonden hier hun oorsprong”, zegt Walter trots.
www.muziekmozaiek.be

Kleinste geuzestekerij
Mijn gids heeft nog een verrassing in petto want op dezelfde site zit ook een geuzestekerij verscholen. De kleinste van het land nog wel. Op initiatief van Karel Goddeau staan hier tientallen houten vaten gevuld met lambiek. “Zoals in alle dorpen in de streek werd ook hier lambiek gebrouwen”, vertelt Walter Evenepoel. “Het Pajottenland is één van de rijkste landbouwstreken van Europa met altijd een overschot aan tarwe. Die overschotten werden verwerkt door het brouwen van lambiek, waarin 1/3de tarwe zit. Door die tarwe en door de specifieke bacteriën in de lucht kan het bier spontaan gisten. Eerst moet het daarvoor hebben gevroren. Na het brouwen wordt de wort in open gistkuipen geheveld waar de bacteriën in kunnen duiken. Na een nacht gaat de vloeistof op vat en kan de spontane gisting beginnen. Twee jaar duurt het vooraleer alle suikers zijn vergist en je een echte, goeie, rijpe lambiek hebt. Voor het maken van geuze worden jonge en oude lambiek gemengd en volgt er nog eens een hergisting op de fles. Om een goeie geuze te maken duurt het minstens drie jaar.”

Lambiek en geuze zijn in volle opmars, weet Walter. De producenten heten Boon, 3Fonteinen, Girardin, Cantillon, enz. “De belangstelling voor hun producten is internationaal. Wist je trouwens dat de grootste stock van geuze zich in Stockholm bevindt?”

Alsof het afgesproken was, wandelen drie Italianen de binnenkoer op. Nicolo, Andrea en Rubens zijn jonge twintigers uit Rome en gek op Belgische bieren. “Vooral de zure bieren”, voegt Andrea er meteen aan toe. “Eerst waren we in Nederland om brouwerijen en bars te bezoeken en gisteren dronken we geuze en lambiek bij 3Fonteinen. In een café in Brussel bestelden we een fles Rodenbach Alexander 1998. België heeft zonder twijfel de beste zure bieren. In Italië ontstaan de jongste jaren heel wat microbrouwerijen, maar we blijven toch vooral een wijnland. Onze droom? Zelf een brouwerij beginnen.”

Kaas op de boerderij
Van bier naar kaas is maar een kleine stap. Zeker als een van de specialiteiten van de kaasmaker het rijpen van kaas in bier is. We gaan op bezoek bij de Beverse Hoevekaas, waar we vader Willy De Ville tegen het lijf lopen. “Je komt uit de Kempen? Ik ben ooit vaak in de melkerijen van Retie en Gierle geweest. Als er problemen waren, moest ik er naartoe.” Willy werkte als zuivelspecialist veertig jaar op het Ministerie van Landbouw. Zijn zoon startte in 1995 met het verwerken van de melk van de eigen boerderij tot halfharde kazen en sindsdien steekt Willy een handje toe. Hij neemt me mee naar een venster waar je kan zien hoe de koeien automatisch worden gemolken, zonder tussenkomst van de boer. Achter een ander raam zie je vrouwen in witte schorten in de weer met kaasvormen en grote roerstokken. Vervolgens gaan de kleine kazen drie en de grote zes weken in de rijpingskamer, waar ze op een temperatuur van 14 graden worden bewaard. Het resultaat wordt verkocht in het boerderijwinkeltje, maar onder meer ook aan supermarktketen Colruyt.

“We verwerken 80 ton kaas per jaar”, vertelt Willy. “Onze specialiteit zijn kruidenkazen zoals brandnetel, provençaalse kruiden, zongedroogde tomaten en kazen gerijpt in bier. Deze is bijvoorbeeld gewassen in kriek”, toont hij, vandaar de donderrode schil. De Rochefort-kaas komt hier tot leven en in een hoek staat een bak met kazen in Zeunt-bier, bestemd voor Geel dus. Jaarlijks komen hier zo’n tweehonderd groepen op bezoek voor een begeleide rondleiding. 
www.beversekaas.be

De bekenste inwoner
We zouden op onze tocht door het Pajottenland nog zijn bekendste inwoner vergeten. Daarvoor moeten we naar Tollembeek. Op de markt botsen we op een standbeeld van ‘De Lustige Balspelers’ als een ode aan de in deze regio populaire kaatssport. De hoek om komen we bij het standbeeld van Urbanus. Hij wordt afgebeeld zoals in zijn strips en is vergezeld van de bromvlieg Amedee en de hond Nabucco Donsor. Trek je achteraan aan de kaatshandschoen, dan komt nog een haan tevoorschijn. Altijd voor een geintje te vinden, die Urbanus. Die vrijdagochtend is het markt en parkeerde een koopman in lingerie en nachtkleding zijn wagen pal achter het standbeeld zodat fotografen de komiek en een spannende herenslip in één beeld kunnen vangen.

Basiliek uit en in de steigers
Buiten het kasteel van Gaasbeek en de molen van Kapitein Zeppos telt het Pajottenland geen noemenswaardige monumenten. Daarvoor moeten we naar Halle, meer bepaald naar de Sint-Martinusbasiliek. Na een jarenlange restauratie ziet de buitengevel er schitterend uit. Intussen is de binnenrestauratie begonnen en kan je enkel door een klein venster zien hoe monumentaal de kerk wel is. Wie om welke reden dan ook een kaarsje wil branden, kan dat in een kapelletje vooraan. Een werfbord laat weten dat de restauratiewerken tot april 2015 zullen duren.

In werkelijkheid gaat het er in Halle een stuk vrediger aan toe dan superflik Witse wil doen geloven. De terrasjes met zicht op de basiliek nodigen uit voor verpozing en alle bekende ketens tekenen present in de omliggende winkelstraten. Aan de stadsrand vloeit het water vredig door het kanaal Brussel-Charleroi. ‘Geopend in september 1932 en aangelegd om de mijnbouw en industrie van Henegouwen te ontsluiten’, lezen we op een infopaneel. Wie toch wat suspens zoekt, kan elke laatste zondag van de maand deelnemen aan een Mysterieuze Zondag. Je krijgt dan de film ‘Het mysterie van de Bouwmeester’ te zien over bijzondere plekken in de basiliek, met in de hoofdrol Hubert – Witse – Damen. Tijdens een virtueel bezoek brengt een gids het verhaal van koningen, hertogen en keizers dat achter dit bijzonder monument verborgen zit, om te eindigen met een geleid bezoek langs de buitengevels van de basiliek.
www.mysterievandebouwmeester.be

www.toerisme-pajottenland.be

 

Ontwaken met de geur van vers brood

HERNE – Filip en Gerda Depelseneer-Desmecht van gastenverblijf Wisteria in Herne hebben de smaak flink te pakken. Momenteel bouwen ze een nieuwe vleugel bij met vijf extra kamers en een seminarieruimte, die tegen volgende zomer klaar moet zijn. Intussen zegde Filip zijn kaderfunctie bij Colruyt vaarwel om zich volledig toe te leggen op de uitbating van hun B&B. “Onze gasten komen hier vooral voor de rust op het platteland, om te wandelen en te fietsen”, vertellen ze.

Het is heerlijk ontwaken in B&B Wisteria. Terwijl je de slaap uit de ogen wist, dringt de geur van vers brood de kamer binnen. Beneden staat een mooi buffet klaar met aandacht voor streekproducten zoals kaas uit Bever en Pajotse vlaai. Een korf met broodjes en wel vijf broodsoorten wordt aan tafel geserveerd, zo ook het glaasje vers fruitsap. Het is duidelijk: bij Gerda en Filip ben je in goede handen.

Inspiratie in Frankrijk
Zeven jaar bestaat hun B&B Wisteria intussen, genoemd naar de blauwe regen die elk voorjaar het dak van de pergola in de tuin kleurt. “We gingen altijd naar chambres d’hôtes in Frankrijk omdat de formule ons erg aansprak”, vertellen ze. “Op zeker ogenblik dachten we eraan om dat zelf thuis te gaan doen omdat we nog een ruimte vrij hadden die trouwens apart toegankelijk was. In diezelfde periode kwam het huis hiernaast te koop en dat kochten we om nog vier kamers bij te maken.” Beneden werd een achterbouw bijgezet, waar nu het ontbijt wordt geserveerd. Gerda ging deeltijds werken om de gasten te ontvangen en zo ging het koppel in 2007 van start.

De kamers in B&B Wisteria zijn ruim en netjes verzorgd. Ze beschikken over een eigen badkamer met toilet en douche, gratis wifi en een flatscreen-tv. Op de benedenverdieping bevindt zich een leeshoek met een overvloed aan tijdschriften. In de koelkast staat een riante voorraad drank klaar, in het bijzonder lambiek, geuze en kriek. Wie trouwens van deze streekdrank mee naar huis wil nemen, kan kiezen uit dertien geuzemerken en evenveel krieken.

Verrast door de landelijkheid
De gasten zijn voor de helft mensen die beroepshalve in de streek verblijven en voor het andere deel toeristen. “Vooral om te fietsen en te wandelen”, weten ze. Voor hen liggen wandel- en fietskaarten klaar. De fietsknooppunten liggen naast de deur en voor wandelknooppunten moet je 5 minuutjes in de auto. Wandelaars krijgen trouwens de raad om één van de stiltewandelingen te maken die je naar plekjes weg van het autogeraas en vliegtuiglawaai brengen. “Heel wat mensen die de streek niet kennen, zijn verrast door de landelijkheid, zo dicht bij Brussel. Het zuidwesten van het Pajottenland is trouwens een van de minst bevolkte regio’s van Vlaanderen”, weten de uitbaters. Fietsers moeten er wel rekening mee houden dat het voordurend klimt en daalt. “Voor wie een beetje conditie heeft, lukt het wel”, stelt Filip gerust. Het gastenverblijf heeft huurfietsen ter beschikking.

Intussen brengen de uitbaters een serieus uitbreidingsplan in de praktijk. Naast de bestaande B&B bouwen ze een nieuw gedeelte met nog eens vijf kamers, een seminarieruimte en een wellnesgedeelte. Om zelf mee de handen uit de mouwen te kunnen steken, zegde Filip zijn drukke job op. Het stelt hem ook in staat om ’s avonds te zorgen voor maaltijden voor de gasten. “Ik kook zowel op aanvraag als bij verrassing”, lacht hij. “Om je een idee te geven: vanavond is het een slaatje, stoverij en ijs met bosvruchten. Ongeveer de helft van onze gasten eet hier.” De planning is om de nieuwbouw tegen de zomer volgend jaar klaar te hebben.

Speciaal voor de Onderox-lezer
Gerda en Filip van gastenverblijf Wisteria laten je graag kennismaken met het Pajottenland en hun B&B via dit mooie arrangement.

• 2 overnachtingen
• een welkomstdrankje
• 1 x 3-gangenmenu
• lunchpakket

Prijs: € 112 p.p. (op basis van een 2-persoonskamer)
Geldig tot 31 december 2014
Extra actie: wie afreist voor 31 maart 2014 op vrijdag en zaterdag, krijgt de derde nacht (zondag) gratis
Te reserveren met vermelding van ‘Onderox-arrangement’

Gastenverblijf Wisteria
Stationsstraat 67-69
1540 Herne
Tel.: 02 3961972 of 0494 592639
gastenverblijfwisteria@telenet.be
www.gastenverblijfwisteria.be


Reportage: Paul Huysmans


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*