Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Ontwaken met zicht op de Pyreneeën

LE FOSSAT/KASTERLEE – Ann Van den Brande (36) en Jef Leysen (42) maakten jarenlang furore in de horeca. Eerst als uitbaters van café De Gieterij in Kasterlee en nadien als eigenaars van brasserie ’t Ligtdaar in Lichtaart. In 2009 zwaaiden ze het Kempense nachtleven vaarwel en openden in Zuid-Frankrijk hun chambres d’hôtes ‘La ferme de Maurel’. “Nu worden we ’s morgens wakker met zicht op de Pyreneeën”, glimlachen ze. “En hebben we alle tijd voor onze kinderen.”

“We wonen nu vier jaar hier. Destijds baatten we acht jaar café De Gieterij uit in Kasterlee maar daarmee zijn we in 2005 gestopt omdat we uit het nachtgebraak wilden stappen. Een paar kilometer verder in Lichtaart openden we brasserie en eetcafé ’t Ligtdaar met de bedoeling om er een dagzaak van te maken. In die periode werden onze kinderen Dest (9) en Stans (8) geboren en we wilden meer tijd voor hen. Maar ’t Ligtdaar was van de eerste dag een schot in roos.  Een commercieel succes, maar op gezinsvlak zetten we 3 stappen terug en dat was nu net niet de bedoeling.  Toen hebben we de beslissing genomen: hier houdt het op, we gaan iets totaal anders doen. In 2009 hebben we de zaak overgelaten aan onze garçon Jo en onze kok Vincent.”

En dan in rechte lijn naar Frankrijk?
We zijn dan aan het brainstormen gegaan. Frankrijk was niet direct onze eerste keuze. We hebben altijd tamelijk wat gereisd en in het begin dachten we eerder aan het Verre Oosten, landen als Cambodja of Laos.  Onder meer het feit dat onze ouders nog leven, lees kleinkinderen, heeft ons doen besluiten om de gulden middenweg te bewandelen. Het is dus Zuid-Frankrijk geworden.

Niet de Ardèche, Dordogne of de Provence zoals zoveel andere Vlamingen?
We hebben er altijd voor gekozen om geen voor de hand liggende dingen te doen. Kuddeschapen zijn we nooit geweest, dus onze ambitie bestond er niet in om een 13-in-een-dozijn-achtige B&B te beginnen in een platgelopen streek in Frankrijk. Uiteindelijk viel onze keuze op het zuidwestelijk deel van Frankrijk, meer bepaald het departement Ariège. Ann is in eerste instantie nog verder blijven werken in ’t Ligtdaar omdat de nieuwe uitbaters dat hadden gevraagd. Na prospectie op internet trok ik alleen naar Frankrijk met een aantal adressen op zak. Zo ben ik hier terechtgekomen. Het gebouw had al drie jaar leeggestaan en lag er verwaarloosd bij. De vorige eigenaars waren begonnen met renovatiewerken maar die waren plots stopgezet. Ik heb de compromis getekend nog voor Ann de eigendom met haar eigen ogen gezien had.  Ik had haar enkel een paar (gekregen) foto’s van vroeger doorgestuurd… toen het gebouw nog in redelijke toestand verkeerde. Toen ze het pand enkele weken later voor de eerste keer te zien kreeg, dacht ik dat ze zou beginnen janken…

Dus dan hebben jullie nog flink moeten verbouwen vooraleer jullie de eerste gasten konden ontvangen?
We hebben de lekken in het dak gerepareerd, snel twee gastenkamers in orde gemaakt en zijn vrijwel onmiddellijk open gegaan. Het eerste jaar was eerder een proefjaar en verwelkomden we vooral mensen die we kenden. En zo zijn we gaandeweg blijven renoveren en decoreren, zelfs tot op de dag van vandaag. Nu onze privé nog. Om je een idee te geven, er staan hier nog altijd onuitgepakte dozen op de plaats waar we ze vier jaar geleden hebben neergezet.

Is het nu gelukt om voldoende tijd te maken voor de kinderen, iets wat jullie al wilden bij jullie overstap van Kasterlee naar Lichtaart?
Deze keer wel, nu kunnen we meer  aandacht aan de kinderen geven. Let op, we zijn hier ook alle dagen bezig, maar het is anders. Er is nog geen enkele dag geweest waarop we niet wisten wat doen, maar je doet de dingen op je eigen tempo, niet meer zo gejaagd als vroeger.
Het voordeel is ook dat we de kinderen niet meer zo vaak moeten wegdoen voor opvang. Nu zijn ze altijd hier. In de vakantie hebben ze speelkameraadjes van de gasten die hier verblijven en tijdens het schooljaar hebben ze hun Franse vriendjes. Op die manier leren en onderhouden ze hun Nederlands en hun Frans. Ze gaan hier naar de dorpsschool en niet naar een Europese school, een bewuste keuze voor de integratie.

Hoe moet ik jullie dorpje Le Fossat voorstellen?
Een redelijk groot dorp naar Zuid-Franse normen met een 1.000-tal inwoners en met alle voorzieningen zoals een warme bakker, een supermarkt, twee restaurantjes, een cafeetje, een tankstation, een dokter, tandarts, enz. Het dorp ligt ongeveer in het midden tussen Toulouse en Foix, dus aan de voet van de Pyreneeën.  Wij wonen 4 km buiten het dorpje, op een heuvel. De boerderijen in de omgeving hebben allemaal een naam. Deze heette altijd al ‘Maurel’ en we hebben die naam gewoon behouden. Een straatnaam en nummer kennen ze hier niet. Gewoon ‘ferme Maurel’ of ‘lieu-dit Maurel’ intikken op je gps en je komt hier voor de deur uit. Vanuit Kasterlee bedraagt de afstand 1.125 km.

Jullie hebben wel niet voor de meest toeristische regio gekozen?
Zoals al eerder gezegd, deze streek sprak ons veel meer aan. Het toerisme is hier inderdaad nog in opmars maar de toeristische diensten doen nu inspanningen om de Midi-Pyrénées te promoten. Veel Vlamingen laten de streek nog vaak links liggen, vaak uit onwetendheid. Terwijl het hier absoluut de moeite is. Cultuur, natuur, lekker en betaalbaar gaan eten… het is hier allemaal voorhanden. Sportievelingen vinden hier prachtige, verkeersarme wandel– en fietswegen.   En er zijn uiteraard de Pyreneeën zelf.  De cols van de Ronde van Frankrijk liggen op een boogscheut. De wijngaarden van Gaillac (Toulouse) en Corbières (Languedoc) liggen op een uurtje rijden en op het strand van de Middellandse Zee sta je binnen de 2 uur. In de winter kan je gaan langlaufen op de Plateau de Beille. Skiën is ook mogelijk, al mag je de skigebieden hier niet vergelijken met de gigantische skioorden in de Alpen. 75% van de Ariège is erkend als ‘parc naturel’ wat er toe heeft bijgedragen dat de Pyreneeën gespaard zijn gebleven van het beton waarmee sommige delen van de Alpen zijn volgegoten.
Het toeristisch seizoen loopt van de paasvakantie tot half oktober, maar we zijn eigenlijk heel het jaar open. Vlamingen zien we hier hoofdzakelijk in juli en augustus. Daarom zijn we ons ook meer op Fransen gaan richten en dat lukt ons vrij goed. Onlangs was hier de eerste Australiër en verder mochten we al allerlei nationaliteiten verwelkomen. Heel divers en dat maakt het plezant.

Hoe ziet jullie werkdag eruit tijdens het seizoen?
Om 6.30-7 uur sta ik op en begin ik aan het ontbijt. Jef gaat een half uur later naar de bakker. De voormiddag gaat grotendeels naar het ontbijt. De gasten kunnen tussen 8 en 10 uur ontbijten en daarna is het nog afruimen en afwassen. Nadien volgen de was en de strijk, poetsen bij kamerwissels en dan andere gasten ontvangen. Jef helpt me bij het kuisen en houdt zich bezig met het onderhoud van het zwembad, het domein en de groentetuin, alsook het verzorgen van onze twee– en viervoeters. In het hoogseizoen serveren we ook avondeten en daar begin ik op tijd aan. Tegen 20.30 uur drinken we het aperitief en om 23-23.30 uur proberen we het laatste glas in te schenken zodat we een uurtje later naar bed kunnen. Ik zeg wel proberen, want dat durft al ’s uitlopen. In de zomer kloppen we lange dagen. Het huis en de tuin staan op zo’n 5.000 vierkante meter, in totaal is het domein 13 ha groot. Om het onkruid en gras in bedwang te houden, hebben we een 5-tal ezels en wat geiten rondlopen. In het voorjaar, wanneer het gras begint te groeien, vraag ik dat mijn buren, landbouwers, hun koeien op onze weien laten grazen. Anders wordt het niet meer te overzien. Nee, ambitie om zelf boer te worden, hebben we niet (meer).

Doen jullie beroepshalve nog iets buiten het verhuren van jullie kamers en de gîte?
Nee, we hebben voorlopig onze handen vol aan de renovatie– en decoratiewerken en de verhuur. Of het leefbaar is? Je kan ermee rondkomen, maar dan is alles gezegd. Wij hebben bijna twee decennia de naad uit ons broek gewerkt, dus we hebben wel wat reserve opgebouwd en dat heb je nodig als je met een B&B begint. Bij het opstarten en uitbaten van een B&B moet je vooral realistisch zijn. Het wordt ook te veel geromantiseerd. Bij programma’s zoals ‘Met vier in bed’ zouden ze een waarschuwing moeten tonen zoals op een pakje sigaretten: “Opgepast, hier word je niet rijk van”. Als je onze huidige omzet vergelijkt met onze omzet in België, dan is dit nu peanuts. Maar dat wisten we op voorhand, dus we zeuren daar ook niet over, daar kies je voor. Wat veel belangrijker is, is dat we nu leven zoals we willen leven, en dat is met geen geld te betalen.

Hoe zie je het verder evolueren?
We gaan gewoon verder doen zoals we bezig zijn en proberen het seizoen te verbreden. Februari en maart zijn droevige maanden en daar proberen we verandering in te brengen.
We zien ons nog wel een tijd hier blijven. Zeker naar de kinderen toe kunnen we het niet maken om de komende jaren nogmaals te verhuizen. Ze hebben hier hun habitat, hun vriendjes en hun sport. Later, als ze ouder en zelfstandiger zijn, zien we wel. Dan zien we onszelf misschien wel terugkomen naar België, maar zeker niet de eerste tien jaar. Te ver vooruitdenken is niet goed. Carpe diem!

Hoor je nog wel eens iets van de stamgasten van weleer?
De uitdrukking ‘uit het oog, uit het hart’ geldt ook voor ons. En dat is absoluut geen verwijt, eerder normaal. Met de beste vrienden hou je contact via skype en mail, maar dat is een select groepje. Wij komen één keer per jaar naar België, meestal in de eindejaarsperiode, en dan doen we ons best om zoveel mogelijk mensen te zien. Maar zelfs dat lukt niet altijd.

Zoveel missen we eigenlijk niet van Kasterlee. Af en toe een friet-stoofvlees of een vers pistoleeke van Danny en Hilde van bakkerij Meeus in Lichtaart. Een frisse, goedgetapte Belgische pint misschien, maar meer eigenlijk niet.

Het uitgaansleven in zo’n klein dorpje als Le Fossat is ook wel helemaal anders. Hier kennen ze dat niet: aan de toog gaan zitten en pinten drinken tot ’s morgens vroeg. Op dat vlak is Vlaanderen toch wel uniek. Ik hoef het ook allemaal niet meer zozeer, ik heb die leuke tijd wel gehad. Alles op zijn tijd. Trouwens, als ik alles nog wil doen wat er in mijn hoofd speelt, dan vrees ik dat ik 150 jaar zal moeten worden. Maar soit, dat is voor later, nu eerst genieten en werken, hier, in Zuid-Frankrijk…


Naar La Ferme de Maurel
La Ferme de Maurel van Jef en Ann Leysen-Van den Brande telt drie mooie gastenkamers en een charmante gîte die plaats biedt aan negen personen. Bij goed weer wordt het ontbijt buiten in de open schuur geserveerd. Je kan er luilekkeren aan het zwembad, de katharengeschiedenis ontdekken of de ongerepte natuur intrekken. Actief of passief, voor ieder wat wils.

Deelnemers aan het Onderox Wandelfestival 2013-2014 maken kans op een verblijf van drie nachten voor twee personen (kamer met ontbijt – niet in juli en augustus). Lever een volle spaarkaart met vijf stempels in en misschien ben jij wel de gelukkige.

La Ferme de Maurel
Le Fossat, Ariège
Tel: +33 (0)561.689.671
lafermedemaurel@orange.fr
www.lafermedemaurel.fr


Tekst: Paul Huysmans


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*