Ga naar inhoud
Onderox
Terug naar overzicht

Anna Luyten: "Kunst is een slijpsteen voor de geest"

MOL | BRUSSEL – Het komt er niet op aan om de wereld te begrijpen, je moet de wereld veranderen. (Karl Marx, Duits filosoof). Een opdracht om eens over na te denken. We vroegen aan Anna Luyten, filosofe, theater- en literatuurwetenschapper en journaliste om het pad mee te effenen. “In de Kempen doen ze dat zeker: in stilte de wereld mee veranderen. Ik woon nu in Brussel maar er zit nog veel van die Kempense aard in mij. Als ik in Mol achter de watermolen de kronkelige Perenlaan inrij, ben ik weer thuis.”

Anna Luyten groeide op in Mol. Ze liep school in het Lyceum op de Rozenberg, volgde notenleer, piano en voordracht in de muziekschool, tekende op de kunstacademie, was lid van de Chiro en KSJ, schreef voor de schoolkrant en de Molshoop, speelde toneel bij Oratoria en stampte met enkele zielsgenoten de Lucky Loners uit de grond. Tussendoor kon je haar ook nog op de atletiekpiste vinden. Is het dan verwonderlijk dat dertig jaar later Anna Luyten overal te zien, te lezen en te horen is? “Ik was heel actief maar vanaf de zijlijn, zonder veel rumoer. Zo hield ik mijn kansen gaaf om op elk moment een andere weg te kunnen opgaan.”

Heb je die levenshouding van thuis meegekregen?
Oh ja, ik kom uit een groot gezin. Mijn moeder gaf voltijds les en naast de zorg voor zeven kinderen werkte ze nog mee in de wereldwinkel en was ze betrokken bij allerlei actiegroepen. Mijn vader had een even druk sociaal leven. Er waren voortdurend vergaderingen bij ons thuis. Dat engagement heb ik echt van hen meegekregen. Ook cultureel moesten we onze blik verruimen. Ik was nog jong toen ik op eigen houtje met de bus naar Turnhout mocht om in de Warande naar theater te gaan kijken. ‘Niet lui zijn’ was de boodschap. Mijn moeder is gestorven toen ik dertien was en dat impliceerde dat ik als oudste het huishouden mee moest rechthouden. Ook dat heeft invloed gehad. Ik verafschuwde mensen die een soort medelijden gingen koesteren. Net daarom was ik zo actief denk ik, om aan te tonen dat het gemakkelijk is om iemand in een vakje te duwen en dat je er dan vanaf bent. ‘Dat ze thuis maar eens mee de afwas komen doen’, dacht ik dan bij mezelf.

Zijn er nog mensen in Mol die je hebben begeleid?
Uiteraard, dat begon al in de kleuterschool, bij zuster Rosalia die ik me nog goed herinner. In de lagere school is Juffrouw Kinnaer belangrijk voor me geweest. Ze was een heel warm iemand, die met grote zorgvuldigheid omging met haar leerlingen. Streng maar rechtvaardig was echt van toepassing op haar. Gedreven ook, ze ging met ons naar buiten kikkerdril zoeken en organiseerde toneelstukjes. Ze zei dan dat je op een podium veel zelf onder controle kan hebben, omdat je wel moet. Bij haar heb ik geleerd om dat te durven. Ook in het secundair onderwijs werd ik voortdurend aangemoedigd. Mevrouw Schats, de lerares Grieks en Latijn, las op een dag een vertaling van me voor in de klas omdat ze die goed vond. Dankzij haar heb ik geleerd dat woorden op papier zetten de kracht van 'de  stille' kunnen uitmaken. Ik ging doodgraag naar school, studeer nog altijd graag trouwens. Geef me een cursus en ik voel me heerlijk. En van Mevrouw Brion, onze buurvrouw in de Perenlaan die nu voorbij de tachtig is, leer ik nog dagelijks. Ze heeft tot eind jaren zestig met haar man en kinderen in Kongo gewoond, ze staat nog altijd open voor nieuwe ontdekkingen en volgt haar passies. Van goede voorbeelden leert een mens veel. Ik ben een echte kennisspons, zowel vanuit ontmoetingen als vanuit boeken.

Dus ben je blijven bijleren, ook toen je al werkte als journaliste.
Ik heb het geluk gehad dat ik als journaliste altijd in vast dienstverband kon werken. Eerst bij De Morgen en daarna kwam Knack en De Standaard en opnieuw Knack. In mijn vakanties maakte ik reportages voor Radio 1 en Klara of werkte mee aan programma’s van Canvas. Omdat ik dat allemaal wilde leren. Later kwamen er Goudvis, Spraakmakers, Het Verloren Paradijs waarin ik filosofen interviewde, Oude Meesters…. Allemaal heel fijne dingen om te mogen doen.

Je studeerde filosofie. Welke persoonlijkheden die je interviewde, hebben je nog nieuwe inzichten bijgebracht?
Ongetwijfeld Julien Schoenaerts die ik voor Canvas heb geïnterviewd. Van hem heb ik geleerd dat in alles wat je doet, je je idealen niet te hoog of te perfect moet stellen. Een mens moet zichzelf eerder corrigeren, elke dag een beetje beter doen dan de vorige. Perfectionisme is hoogmoed en leidt tot uitstel. Dat is een grote wijsheid, waar Plato het wellicht niet mee eens zou zijn maar waar ik zelf wel in geloof. Ik heb ook veel gehad aan de interviews met de Servische kunstenares Marina Abramovitc, nobelprijswinnaar Ilya Prigogine, Anne Teresa De Keersmaeker… allemaal mensen die veel overwonnen hebben door daadkracht. Aan Briek Schotte bewaar ik ook mooie herinneringen. Dat was zo’n fijne mens die een blijvende nieuwsgierigheid had, tot op hoge leeftijd. Hij bleef openstaan voor het leven en de jongere generaties, maar met een groot respect voor zijn eigen geschiedenis. Ik heb nog een kaartje van hem, je kent dat wel zo’n portretje dat wielrenners vroeger uitdeelden na een kampioenschap of zo. ‘Uit genegenheid, Briek’ staat erop, met bibberend handschrift. Het staat nog altijd op mijn bureau. Als ik moe ben, kijk ik naar Briek en dan kan ik weer verder.

Je werkte ook mee aan een boek over vrouwen die borstkanker hebben gehad. Heeft het je iets geleerd over ziek zijn zonder garantie op genezing?
Dat boek kwam er op vraag van een goede vriendin, die zelf borstkanker kreeg en net een reconstructie achter de rug had. Ik was toen 43, even oud als mijn moeder toen ze stierf. Ik heb trouwens lang gedacht dat ik zelf ook nooit ouder zou worden en kon me bij een leven na veertig niets voorstellen. Ik heb die opdracht aangenomen, niet als een gebaar van triestheid maar omdat ik het inzicht in lijden dat ik van thuis geleerd had, mee kon nemen in het optekenen van verhalen van andere vrouwen. Wat ik van dat boek onthouden heb, is dat iedereen een ziekte op zijn eigen manier verwerkt en dat veel afhangt van hoe je omgeving ermee omgaat. Ik heb vrouwen gesproken die pas na hun ziekte hun eigen schoonheid hebben ontdekt en ik heb bewondering voor de vriendin die is blijven dansen en de energie kon opbrengen om zo’n boek op poten te zetten.

Vorig jaar was je voor Citybooks van De Buren writer in residence in Boekarest waar je ‘De weg van de mier’ schreef. Ben je graag op vreemde plekken?
Ik reis ontzettend graag en ik doe ook graag de reportages in het buitenland. Hoewel ik een culturele achtergrond heb, wil ik toch literatuur van de werkelijkheid maken, zoals een Charles Dickens dat deed. Ik ga de straat op en leer families kennen. Boekarest kwam nog op een andere manier bij mij binnen. In 1989 toen ik 26 was, heeft de val van het communisme in Roemenië me enorm aangegrepen. De executie van de Ceauscescu’s op Kerstdag die op televisie werd uitgezonden, vond ik erg bevreemdend. Hoe woede kan omslaan in vertoon en zelfs perfide amusement. Toen ook nog journalist Danny Huwé, die vanuit Boekarest verslag uitbracht op straat werd vermoord, dacht ik: dit is revolutie en nog wel vlakbij. Hoewel ik zelf meer een Holly Hobbie figuur was, had ik toch wel veel punkvrienden, met de vuist omhoog. Rosa Luxemburg, de revolutionaire marxiste uit Duitsland, was in mijn tienerjaren mijn grote voorbeeld. En dan kom je na zoveel jaar terug in Boekarest en herbeleef je dat allemaal, in een stad die nu overgeleverd is aan een vreemdsoortig kapitalisme.

Was deze manier van reizen ook iets dat je van thuis meekreeg?
Niet echt, maar van mijn grootvader heb ik wel de nieuwsgierigheid meegekregen om overal eens te gaan zien. Hij woonde in Witgoor en als ik naar hem toe wilde, moest ik met de fiets langs het kanaal en de Gracht waar je met een stok nog een vlonder moest leggen om over te steken. Ook toen ik klein was, trok ik al met grootvader op. Ik herinner me dat grootmoeder op zijn fiets dan een kussen bond, een stuk peperkoek en koude koffie meegaf en dan zei hij: kom, we zijn weg. Ik neem trouwens nog altijd iets te eten mee. Ik ben in oorlogsgebieden geweest en daar weet je nooit of je ’s avonds een maaltijd hebt.

We zien je volgend seizoen ook weer terug voor een nieuwe Uitgelezen, het boekenprogramma waar je met Jos Geysels en Fien Sabbe elke maand het podium deelt en diepgaande gesprekken over gelezen boeken voert.
Oh ja, dat komt terug en begin augustus zijn we te gast in Oostende bij Theater aan Zee. Het is elke keer geweldig om dat samen met Jos en Fien te doen. Jos is ook iemand die breed denkt, zonder oogkleppen. Hij leest op een andere manier dan ik, maar we moeten wel allebei een mens voelen in het verhaal en het mag niet te flauw zijn. En als we het niet eens zijn met elkaar, is dat ook niet erg. Wat ik ook erg waardeer in die conversaties, is dat we naar elkaar luisteren en als we zelf het woord nemen, dat we dan iets fatsoenlijks zeggen. Dat heb ik thuis geleerd van al die vergaderingen. Mijn vader zei daar altijd: over het weer klap ik niet! Niet dat het altijd even ernstig was, maar een gesprek moest wel ergens over gaan.

Kunst kan ons helpen om de wereld en onze rol daarin te begrijpen. Hij voert ons uit een veelheid van waarnemingen naar de essentie.
Schopenhauer. Ik ga heel graag naar musea, zowel historisch als hedendaagse kunst. Het Wielsmuseum in Brussel vind ik schitterend. Bozar, De Munt… weer dat ‘eens gaan zien’ naar wat andere mensen gemaakt hebben. Kunst is echt een slijpsteen voor de geest. Ik ben nu gastprofessor in het KASK in Gent waar ik kunstfilosofie en kunstenaarsteksten doceer. Ik probeer mijn studenten ook die slijpstenen aan te reiken en mijn begeestering voor filosofie door te geven. Niet alleen om kennis op te doen. Ik wilde dat ze naar het proces van Kim de Gelder gingen, zodat ze daarover niet tweedehands gingen denken met wat er in de kranten stond maar zelf een mening vormden. Zoals de Joodse Hannah Arendt destijds. Zij ging ook zelf naar het Holocaustproces van Eichmann in Jeruzalem. Er is net een film uit over haar leven en werk als journaliste en filosofe.

Nog even terug naar Mol, wat zou je daar graag veranderd zien en wat moet er absoluut blijven?
De magnolia in de Perenlaan, die moet zeker blijven. Verder heb ik in mijn jeugd ervaren dat je in Mol veel kansen krijgt om iets te organiseren. Zo hadden we met de Lucky Loners in de oude fabriek van Van Dooren een feest georganiseerd. We trokken langs de bakkers en beenhouwers voor sponsoring en dat mocht allemaal. Alain Platel was er, we hadden muziekgroepjes… Ik weet nog dat we aan wijlen Sus Luyten die toen burgemeester was, gingen vragen of hij de verantwoordelijkheid voor de brandweer wilde opnemen. Geen probleem, hij steunde ons initiatief. Dat vertrouwen in de bevolking én in de jeugd, ik hoop dat er dat nu nog is. Anderzijds zou Mol wat meer mogen uitbreken. Een hedendaags kunstencentrum zoals Wiels moet daar ook kunnen. Mol is daar niet te klein voor.

Om met een groot filosoof te eindigen. Aristoteles schreef over geluk: we worden gelukkig door de deugden in acht te nemen, zoals moed, gulheid en bescheidenheid, omdat ze telkens de gulden middenweg zijn tussen twee ondeugden. Wat is jouw recept voor geluk?
Ik ben het zeer eens met Aristoteles. Ook al lijk ik heel gulzig, ik denk dat ik toch een evenwicht bewandel. Je kunt de gulden middenweg alleen vinden als je de twee uitersten durft te voelen. Je kunt alleen maar voorzichtig zijn als je de gevaren kent en weet waar ze liggen. Niet met toegeknepen billen naar de wereld kijken maar het eens aandurven om een andere weg dan de gewone gang in te slaan en dat met opgeheven hoofd doen. Daar zit voor mij veel geluk in en als ik daar mijn Kempense aard nog aan toevoeg, dan bewandel ik die gulden middenweg het liefst in stilte, zonder veel tamtam of grote gebaren. Eenvoud is een grote weelde.

Tekst: Suzanne Antonis
Foto’s: Bart Van der Moeren


Reactie toevoegen

Velden met een * zijn verplicht.

Onderox?*